KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 12 okt 2026 · Tweede Kamer

Pakket Belastingplan 2027

Brontekst

Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Voorzitter. Ik ga door naar energie en verduurzaming. Wij staan positief tegenover het verhogen van het percentage van de Energie-investeringsaftrek omdat we investeringen in verduurzaming willen stimuleren. De combinatie met de winstbegrenzing vanaf 2029 verdient echter aandacht, want juist bedrijven die vooruit willen investeren hebben niet altijd direct voldoende fiscale winst om de aftrek volledig te benutten. Ziet de staatssecretaris dit ook als een gemiste kans? We hebben ook al vaak gepleit voor samenvoeging van de EIA, de MIA en de VAMIL, zoals ook opgenomen in het coalitieakkoord. Vooral de willekeurige afschrijving in de EIA zou ondernemers kunnen helpen om meer te investeren. Is de staatssecretaris dat met ons eens en ziet hij ruimte om dit versneld in te voeren? Met betrekking tot investeringen heb ik een nadere vraag over de beëindiging van de teruggaafregeling voor bio en hernieuwbare brandstoffen en compensatie van de kosten van groen gas. Voor beide maatregelen zijn argumenten, maar onze zorg zit wel in het risico dat investeringsbeslissingen die voor vele jaren worden gemaakt, door het afschaffen van de regeling worden afgeremd. Ik zie die overweging niet terug in de beantwoording van de staatssecretaris. Hoe beïnvloedt het volgens hem de businesscase? Hoe kijkt hij naar het signaal dat inconsistentie in fiscale stimulering juist voor jonge markten een groter effect kan hebben dan het budgettair beslag van deze regeling doet vermoeden? Voorzitter. Iets vergelijkbaars zien we bij de afvalverwerking en -weglek. Een stukje van de maatregel wordt teruggedraaid, maar vanuit de sector blijft het signaal dat afval naar het buitenland zal weglekken en dat investeringsruimte voor CO2-opslag onder druk komt te staan. Hoe kijkt de staatssecretaris naar deze signalen? Is het fiscale speelveld met de gedane aanpassing voor deze partijen voldoende op orde? Als laatste punt bij dit thema de pseudo-eindheffing. Er zijn wat ons betreft goede aanpassingen gedaan, mede naar aanleiding van onze motie, maar nog steeds zijn er onvoorziene effecten, onder meer voor huurauto's, demo-auto's en vervangende auto's. Is de staatssecretaris bereid om nogmaals in gesprek te treden met de sector om te kijken waar nog aanpassingen mogelijk zijn of blijft hij bij zijn oorspronkelijke standpunt? Voorzitter. Ik heb ook nog een hele andere vraag, namelijk over rechtsbescherming. Sommige zaken worden toch echt complexer. Met betrekking tot de digitale berichten is er ook een risico met betrekking tot rechtsbescherming. De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer verplicht overheidsinstanties om bij bepaalde digitale berichten duidelijker te maken wat een burger met het bericht moet doen, bijvoorbeeld of er actie nodig is, welke termijn er geldt en wat de gevolgen zijn. De Belastingdienst kan dit voor enkele berichtenstromen nog niet op tijd invoeren. Het gaat onder andere om uitnodigingen tot aangifte en aanslagen inkomstenbelasting. Daarom komt er een tijdelijke uitzondering voor '27 die per 1 januari '28 moet vervallen. Dat geeft de Belastingdienst meer tijd, maar burgers krijgen gedurende die periode nog niet alle extra informatie waarop de nieuwe wet is gericht. Hoe kijkt de staatssecretaris hiernaar in het kader van fiscale rechtsbescherming? Echt tot slot de uitzondering op ATAD, die nu wettelijk uitgewerkt wordt. Dat deze fiscale tegemoetkoming eraan kwam, wisten we. Ook de keuze voor een uitzondering op de earningsstrippingmaatregel was al bekend op Prinsjesdag. Maar waarom heeft het kabinet de Kamer niet eerder de concrete juridische uitwerking kunnen geven? Waarom is er, terwijl de staatssteunaanvraag al in juni speelde, nog altijd geen definitieve duidelijkheid over de houdbaarheid? Je merkt bij woningbouwcorporaties onzekerheid over de inwerkingtreding, met heel specifiek het verzoek om de ATAD-uitzondering tijdig en volledig vast te leggen. Er zijn zorgen over het opgenomen staatssteunrechtelijk voorbehoud. Het kabinet stelt de inwerkingtreding van de uitzondering afhankelijk van een nog uit te voeren staatssteunrechtelijke beoordeling, waarbij er informeel overleg met de Europese Commissie zal plaatsvinden. Hierdoor blijft onzeker of die maatregel inderdaad op 1 januari '28 in werking treedt. Ze vragen het kabinet dan ook concreet uiteen te zetten welke juridische onzekerheden nog resteren, waarom deze niet binnen het resterende staatssteunkader kunnen worden ondervangen en waarom deze beoordeling niet voorafgaand aan de afronding van de parlementaire behandeling kan plaatsvinden. Deze onzekerheden begrijpen wij heel goed. Daarom heb ik ook een paar vragen daarover. Ook ben ik benieuwd naar hoe het kabinet komt tot de raming dat de uitzondering circa 14 miljard extra investeringsruimte voor woningbouwcorporaties oplevert. Ik vraag dit omdat ik heel vaak vraag wat er extra aan investeringen losgemaakt wordt als we een maatregel invoeren. Ik ben eigenlijk wel blij dat we dit dus blijkbaar kunnen berekenen. Ik zou zeggen: dat smaakt naar meer. Hoeveel extra woningen kunnen daarmee naar verwachting worden gebouwd of verduurzaamd? Hoe wordt straks vastgesteld of de fiscale uitzondering daadwerkelijk tot die extra investering heeft geleid? Dit in eerste instantie, voorzitter.

Versie 23eecc80aaf2f91059d10d5e61a46267c0b3083fef411c9292c1d6257e96c85c · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.