KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 12 okt 2026 · Tweede Kamer

Pakket Belastingplan 2027

Brontekst

Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Proberen te streven is een mooi uitgangspunt. Dank je wel, voorzitter. Vandaag bespreken we het Belastingplan '27. Het is deze keer eigenlijk een relatief beperkt Belastingplan als je het vergelijkt met afgelopen jaren, maar er is natuurlijk weer genoeg over te zeggen. Ik wil beginnen met een bredere beschouwing, want het is een plan met een heleboel kleine maatregelen, maar wel maatregelen die impact hebben, want achter iedere maatregel zit een mens of ondernemer. Ik miste een beetje — de Raad van State constateert het ook — de diepere gedachte achter de keuzes. Waarom sommige maatregelen wel en andere niet? In hoeverre zijn deze getoetst aan langetermijnkeuzes voor een robuust en begrijpelijk stelsel dat meer werken laat lonen, dat ondernemers ondersteunt en dat transities faciliteert? Langs die drie lijnen zal ik vandaag dan ook mijn inbreng leveren. Allereerst de inkomstenbelasting en de marginale druk. De regering kiest ervoor om een koopkrachtpakket voor werkenden grotendeels in te richten door de verhoging van de arbeidskorting. De CDA-fractie heeft er bij de APB en AFB ook al opmerkingen over gemaakt. Wij snappen heel goed dat dit een vrij gericht middel is om koopkrachtplaatjes bij te sturen, maar u kent ons standpunt inmiddels. Wij vinden dit niet de juiste manier om dat te doen. Wij weten immers dat een aanzienlijk deel van de werkenden te maken heeft met een heel hoge marginale druk. Dat komt niet alleen door de inkomstenbelasting, maar juist ook door de stapeling van inkomensafhankelijke regelingen. De regering verhoogt nu dus opnieuw een inkomensafhankelijke korting, terwijl de ambitie volgens het regeerakkoord is om inkomensafhankelijke regelingen juist terug te brengen. Ik zou de staatssecretaris willen vragen om een reflectie op de lange termijn. Hoe ziet hij deze gewenste richting voor zich? We hebben in de schriftelijke inbreng gevraagd naar alternatieven. Die komen qua koopkrachtplaatjes ietsjes minder gelijkmatig uit dan de verhoging van de arbeidskorting, maar kan de staatssecretaris dit ook in een breder licht afwegen, namelijk richting de gewenste toekomst van het stelsel? Wat ons betreft is dat gericht op lagere marginale druk, het stimuleren van meer uren werken, het verkleinen van de verschillen tussen een- en tweeverdieners, minder inkomensval wanneer iemand arbeidsongeschikt raakt en betere uitvoerbaarheid. Welke invulling zou in die bredere afweging zijn voorkeur hebben? Ik hoor ook graag van hem welke stappen hij in deze kabinetsperiode hierin realistisch vindt.

Versie 23eecc80aaf2f91059d10d5e61a46267c0b3083fef411c9292c1d6257e96c85c · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.