KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 12 okt 2026 · Tweede Kamer

Pakket Belastingplan 2027

Brontekst

Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Hoe houdt het kabinet rekening met de stapeling van maatregelen? De regeling voor kleine brouwers heeft bijvoorbeeld al in eerdere belastingplannen voorgelegen. Dat lijkt, als je het Belastingplan leest, een kleine maatregel, met een zeer beperkte financiële opbrengst en weinig impact voor de brouwers. Maar als we de reacties van de sector lezen, heeft die wel grote financiële gevolgen. In de schriftelijke beantwoording van vragen van diverse fracties hierover geeft de staatssecretaris aan dit niet in die mate te herkennen. Maar toch nogmaals de vraag, omdat we veel signalen uit de praktijk krijgen: is er voldoende afstemming geweest met de praktijk van kleine brouwerijen? De staatssecretaris geeft ook een voorbeeld van de stapeling met de verhoging van de belasting op leidingwater en de alcoholaccijns. Dit kan op een fors bedrag uitkomen. Kan het zomaar worden doorberekend aan de consument? Zo niet, wat doet dit dan met de investeringsruimte? Die stapeling zien we ook bij de maatregel uit een vorig belastingplan tot afschaffing van het heffingsplafond op leidingwater en nu de verhoging van het tarief, terwijl voor gebruikers zoals zwembaden, ziekenhuizen, de voedingsmiddelen- en farmaceutische industrie, wasserijen en hotels geen alternatieven mogelijk zijn. Ik vind de gevolgen best fors: voor een gemiddeld academisch ziekenhuis en voedingsmiddelenproducent is het zo'n anderhalve ton extra in 2027. In welke mate komt dat volgens de staatssecretaris bij gebruikers en consumenten terecht? Kan de staatssecretaris aangeven hoe deze belastingverhoging past in een langjarige visie op betaalbaar en beschikbaar drinkwater? Hoe kunnen we voorkomen dat we nu met een budgettair doel de heffing verhogen, terwijl de echte investeringsopgave nog voor ons ligt? Voorzitter. Dan het afschaffen van de btw op sierteelt. Dit raakt vooral de detailhandel. In de reacties die we krijgen, zitten echter ook erg veel producerende bedrijven. Ik vraag me af of de impact zoals uitgelegd door het kabinet overeenkomt met de impact zoals deze bedrijven die ervaren. Kan de staatssecretaris hierop reageren? Kan hij aangeven hoe hij de gevolgen voor bloemisten en kwekers gaat volgen en wat hij bereid is te doen als blijkt dat juist deze ondernemers onevenredig hard worden geraakt? Ik wil verder nog specifiek ingaan op een paar regelingen. Ten eerste de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten onder de WKR. Deze maatregel is door een motie als dekking opgenomen, maar het kabinet bevestigt ook de effecten voor werkgevers met veel laagbetaalde parttimers die de vrije ruimte onvoldoende kunnen inzetten. Wat zijn de effecten voor de vrije ruimte concreet als werkgevers een cao moeten blijven uitvoeren met de personeelskorting? Met hoeveel zou volgens de staatssecretaris de vrije ruimte moeten worden verhoogd om het nadelige effect te kunnen opvangen? Als we in de beantwoording lezen dat een verhoging van de eerste schijfruimte met 0,1% al 25 miljoen kost, waar kom je dan op uit? Is het dan niet gerichter om de specifieke vrijstelling te verlagen, bijvoorbeeld tot een maximumbedrag van €250 in plaats van €500, om werkgevers en werknemers tegemoet te komen? Want we hebben het hier bijvoorbeeld ook over het aanbieden van een maaltijd tijdens het werk. Het dekken daarvan uit bijvoorbeeld de vrije ruimte zou dan een kleine verlaging betekenen. Zijn we dan niet beter af? Ten aanzien van onze vragen over meer ruimte voor het aflossen van studieschulden via de werkgever: welke verruiming van de vrije ruimte zou daarvoor volgens de staatssecretaris nodig zijn? Dan de regeling voor ingeprijsde valutaresultaten. Ik begrijp de achtergrond van de maatregel. Er is budgettaire dekking gezocht naar aanleiding van de uitspraak over liquidatieverliesverrekening. Het kabinet zoekt daarbij binnen hetzelfde fiscale domein naar een oplossing. Tegelijkertijd hebben wij zorgen over de complexiteit en de mogelijke gevolgen voor het Nederlandse vestigingsklimaat. We hebben het hier echt over onze grote Nederlandse hoofdkantoren, waar vaak ook de treasuryfunctie van de groep zit. Heeft het kabinet met deze bedrijven gesproken over de gevolgen van de maatregel? Concreet 120 miljoen ophalen bij 25 belastingplichtigen is namelijk nogal een forse rekening per bedrijf. Wij horen dat het effect voor een aantal bedrijven in de praktijk nog veel groter zal zijn. Heeft dat dan geen effect op de keuze voor een vestigingsland? We hebben gevraagd naar de "voor zover"-benadering, die wordt afgedaan als "te complex", maar hoe weegt de staatssecretaris dat dan af tegen het introduceren van een nieuwe complexe berekeningssystematiek? De opbrengst van een "voor zover"-benadering zou je wel kunnen inzetten om een drempel in te bouwen in de regeling, om die iets te verzachten. Door met de Wbso. De CDA-fractie heeft eerder gevraagd om structurele indexering van de eersteschijfgrens. In de schriftelijke inbreng hebben wij erop gewezen dat het Wbso-budget stijgt, terwijl de schijfgrens in 2027 niet wordt geïndexeerd en de loonkosten wel stijgen. Daardoor kunnen innovatieve mkb-bedrijven sneller in de tweede schijf terechtkomen, terwijl dat wat ons betreft niet nodig is. De staatssecretaris geeft aan dat dit nu geen prioriteit heeft, maar dat begrijpen wij eigenlijk niet. De sector geeft zelf juist aan dat het zekerheid geeft als er jaarlijks wordt geïndexeerd, zodat de loonkostenkorting meebeweegt. Zouden we dit toch niet binnen het budget kunnen regelen? Vorig jaar hebben wij dit uitgevraagd en het zou structureel 20 miljoen kosten. Wat zou het betekenen als je dit bijvoorbeeld uit het percentage van de tweede schijf dekt? Is het niet aantrekkelijker dat meer loonkosten tegen een lager percentage kunnen worden afgetrokken dan dat overschotten aan het algemene budget worden toegevoegd, wat dus vaak overblijft? Voorzitter. Dan de nieuwe fiscale regeling voor start-ups en scale-ups. De CDA-fractie staat positief tegenover het doel van het wetsvoorstel, maar heeft wel zorgen over de kritiek op de vormgeving van deze regeling. Ik begin met de definitie. In de regeling worden onder meer de begrippen "innovatie" en "een schaalbaar en herhaalbaar verdienmodel" gebruikt. De staatssecretaris bevestigt in de beantwoording dat de beoordeling door RVO deels kwalitatief is. De staatssecretaris geeft aan dat voor de plenaire behandeling het criterium van de toetsingscriteria naar de Kamer wordt gezonden. Is dit criterium dan al voldoende afgestemd met de praktijk of gaat dat pas daarna plaatsvinden? Kan de staatssecretaris bij het toetsingskader concrete casussen voor deeptech-, biotech- en innovatieve productiebedrijven meesturen? Hoe kunnen ondernemers vooraf voldoende zekerheid krijgen over hun kwalificatie? Het kabinet geeft aan dat door de verlengingsmogelijkheid is geborgd dat niet lineair groeiende bedrijven eronder vallen, maar dat is natuurlijk afhankelijk van hoe vervolgens in de verlenging naar dit punt gekeken wordt. Hoe voorkomen we dat hierover iedere keer ingewikkelde discussies ontstaan tussen ondernemers en Belastingdienst? Dan de waardering. Bij een beursgenoteerd aandeel is de waarde relatief eenvoudig vast te stellen. Bij een jonge ondernemer ligt dat anders. Een waarderingsdiscussie tussen een start-up en de Belastingdienst is nu precies het soort onzekerheid dat je met deze regeling zou willen voorkomen. Bovendien is de waarderingscapaciteit bij de Belastingdienst schaars. In de beantwoording erkent de staatssecretaris dat externe waardering de Belastingdienst capaciteit kan besparen, mits dit goed wordt ingericht. Is hij bereid in kaart te brengen met welke waarborgen, bijvoorbeeld bij ministeriële regeling, erkende waarderingsmethoden kunnen worden aangewezen of ruimte kan worden geboden door onafhankelijke waarderingsdeskundigen? Voorzitter. Dan de meldplicht. Een jonge onderneming kan te maken krijgen met een bestuurlijke boete die kan oplopen tot €103.000 als er niet tijdig wordt gemeld dat er niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan. Eerlijk gezegd lijkt het ons niet waarschijnlijk dat deze ondernemingen dit altijd even goed door hebben en ook niet dat voorlichting vooraf altijd voldoende is. Waarom niet eerst een hersteltermijn indien duidelijk sprake is van een onopzettelijke fout? Voorzitter. Hoewel wij een effectieve regeling willen, blijven er flinke risico's bij de handhaving, die de staatssecretaris ook bevestigt. Hoe gaat de staatssecretaris voorkomen dat een regeling die bedoeld is voor uitstel van belastingheffing in de praktijk een risico op afstel wordt? Heeft de sector hier zelf ideeën over? Tot slot: is de staatssecretaris bereid om één praktisch handboek voor werkgevers en werknemers te publiceren met concrete voorbeelden? Uiteindelijk moet iemand bij een start-up niet eerst een fiscaal adviseur hoeven inhuren om te begrijpen wanneer belasting verschuldigd wordt. Voorzitter. Ik wil nog kort ingaan op de Wet veiligehavenregels inzake de minimumwinstbelasting. Onze vragen hierover zijn helaas ergens in het proces weggevallen. Ze zullen alsnog worden doorgeleid, graag met het verzoek aan de staatssecretaris om er op korte termijn een antwoord op te geven. Ik stel nu mondeling alvast een paar vragen. Wat begon als een internationale afspraak om een race naar de bodem met winstbelastingtarieven te voorkomen, dreigt steeds meer een systeem te worden waarin grote landen uitzonderingen kunnen bedingen en andere landen zich moeten aanpassen. Maar Nederland hoeft niet alleen toe te kijken. Andere landen zoeken binnen de internationale afspraken naar mogelijkheden om investeringen en innovatie fiscaal te stimuleren zonder dat dit direct leidt tot bijheffing tot aan een minimumbelasting. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of hij in kaart wil brengen welke mogelijkheden Nederland hiervoor al heeft en welke regelingen andere landen benutten die ook ons verdienvermogen zouden kunnen versterken. Wil hij hierbij concreet kijken naar een onder de minimumbelasting kwalificerende belastingkorting voor techbedrijven, zoals sommige landen om ons heen hebben? Voorzitter. Ik kom bij mijn derde punt, over de rol van fiscaliteit bij maatschappelijke transities. Als de overheid van ondernemers vraagt om hun bedrijfsvoering aan te passen, moet het belastingstelsel die beweging niet onnodig moeilijk maken. Ik heb een aantal concrete punten hierover. Ten eerste de vruchtwisseling bij agrarische ondernemers. Een akkerbouwer kan niet ieder jaar hetzelfde gewas op dezelfde grond telen. Dat is slecht voor de bodemgezondheid. Daarom wordt in de praktijk grond tussen agrarische ondernemers tijdelijk uitgeruild, bijvoorbeeld tussen een aardappelteler en een melkveehouder. De melkveehouder geeft zijn grasland in teeltpacht aan de aardappelteler, die er aardappelen op inzaait. De aardappelakker wordt, voor de bodemgezondheid, in ruil daarvoor tijdelijk grasland. Een gek gevolg: de aardappelakker die grasland wordt, valt nog onder de landbouwvrijstelling omdat vruchtwisseling noodzakelijk is, terwijl het grasland dat nu wordt gebruikt voor aardappels de landbouwvrijstelling verliest omdat vruchtwissel voor dit land niet noodzakelijk is. Bij de BOR en DSR is het effect precies andersom. Omdat het grasland met een teeltpachtovereenkomst wordt gebruikt door de aardappelteler, blijven BOR en DSR in stand. De teeltpachtovereenkomst geldt dan weer niet voor het grasland, dus: BOR en DSR weg. Dat is niet handig, lijkt me, als we ons met de nieuwe stikstofplannen, waaronder grondgebondenheidsnormen, juist willen richten op regionale samenwerking en een gesloten kringloop. Is de staatssecretaris bereid om voor de landbouwvrijstelling weer terug te gaan naar de praktische werkafspraken die sinds 2014 de standaard waren in plaats van cumulatieve eisen onder het Landbouwbesluit 2025? Is de staatssecretaris bereid om voor de BOR en de DSR het noodzakelijkheidsvereiste voor teeltpacht te laten vervallen omdat het juist vruchtwisseling in de weg zit? We zouden deze uitruilen immers juist moeten stimuleren.

Versie 23eecc80aaf2f91059d10d5e61a46267c0b3083fef411c9292c1d6257e96c85c · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.