KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 12 okt 2026 · Tweede Kamer

Pakket Belastingplan 2027

Brontekst

Mevrouw Van Eijk (VVD): Ik ben bij de investeringsregelingen. Het is positief dat het kabinet de fiscale ondersteuning voor duurzame investeringen verruimt. We hadden graag gezien dat de MIA en VAMIL al eerder waren samengebracht in een robuuste investeringsregeling. Kan de staatssecretaris iets zeggen over het tijdspad? Vanuit de agrarische sector wordt de oproep gedaan om de MIA en VAMIL beter toepasbaar te maken, zodat jonge boeren ruimte hebben om duurzame investeringen te doen en winst opnieuw in het bedrijf te investeren. In de praktijk sluiten de milieulijst, voorwaarden en termijnen niet altijd aan bij de investeringsbehoefte en de lange voorbereiding van agrarische investeringen. Graag een reactie van de staatssecretaris. Voorzitter. Ik sluit af met een blokje overig. Dat mag altijd, geloof ik. Hierin heb ik nog drie onderwerpen: bedrijfsfusie- en splitsingsfaciliteit, pensioen in eigen beheer en vererfd aanmerkelijk belang. De VVD steunt het aanpassen van de bedrijfsfusie- en splitsingsfaciliteit aan het Europees recht na het arrest van de Hoge Raad van februari. Maar met het bewijsvermoeden verdwijnt ook de mogelijkheid om vooraf zekerheid te krijgen over een verkoop binnen drie jaar. Wie op het moment van de fusie al weet dat hij gaat verkopen, kan nog een beschikking vragen, maar in de praktijk gaat het vaak anders. De koper meldt zich pas later. Dan rest alleen vooroverleg, maar de inspecteur is niet verplicht dat te voeren en tegen de uitkomst staat geen bezwaar open. Bij een herstructurering met grote belangen is dat een wezenlijke achteruitgang in rechtszekerheid. Daar komt bij dat de inspecteur nu een begin van een bewijs moet leveren. Wat dat is, zegt het kabinet niet. Het antwoordt alleen dat het afhangt van de feiten en omstandigheden, en dat een vervreemding binnen drie jaar wordt meegewogen. Kan de staatssecretaris bevestigen dat een vervreemding binnen drie jaar op zichzelf geen begin van bewijs vormt, en is hij bereid in beleid te verduidelijken welke omstandigheden dat dan wij doen? In 2017 is besloten om het pensioen in eigen beheer uit te faseren. Ondernemers konden destijds kiezen voor afkoop, omzetting in een oudedagsverplichting, de zogenoemde ODV, of het voortzetten van de bestaande pensioenrechten. Inmiddels zien we dat die laatste groep in de praktijk tegen probleem oploopt. De wetgever ging er destijds van uit dat deze ondernemers hun pensioen konden onderbrengen bij een professionele pensioenuitvoerder. In de praktijk blijken daarvoor nauwelijks passende producten beschikbaar. Het gevolg is dat ondernemers hun pensioen-bv niet kunnen beëindigen en blijven zitten met administratieve lasten, fiscale risico's en hoge advieskosten. Ook bij echtscheidingen leidt het pensioen in eigen beheer tot discussies over de fiscale en commerciële waarde van de pensioenrechten. De vraag is of we ondernemers die destijds een volstrekt legitieme keuze hebben gemaakt, niet alsnog een praktische uitweg moeten bieden. Een mogelijkheid is om de ODV-route opnieuw open te stellen. Die route heeft immers bestaan tussen 2017 en 2019. Kan de staatssecretaris aangeven hoe hij aankijkt tegen het opnieuw openstellen van de mogelijkheid om pensioen in eigen beheer fiscaal geruisloos om te zetten in een oudedagsverplichting? Met de Wet toekomst pensioenen wordt het Nederlandse pensioenstelsel ingrijpend vernieuwd. Misschien is dit het moment om de resterende knelpunten van het oude pensioen in eigen beheer op te lossen. Voorzitter, ten slotte de faciliteit voor vererfd aanmerkelijk belang. De faciliteit gaat niet meer gelden voor het fictief regulier voordeel. Voor de erfgenaam die na het overlijden zelf extra bij de vennootschap leent, kunnen wij die keuze volgen. Maar er is ook de erfgenaam die de schuld simpelweg erft. Die heeft niets geleend. De Wet excessief lenen wil mensen ervan weerhouden te veel te lenen bij hun eigen bv, maar deze erfgenaam krijgt de schuld via het erfrecht in zijn schoot geworpen, vaak midden in een periode van rouw en afwikkeling. Het kabinet zegt dat er geen sprake is van overkill, omdat de schuld nu eenmaal van de erfgenaam is geworden. Juridisch klopt dat. Maar redelijk is het niet als iemand direct wordt afgerekend op een schuld die hij zelf niet is aangegaan. Is de staatssecretaris bereid deze erfgenamen een redelijke termijn te geven om de geërfde schuld af te lossen of terug te brengen, voordat het fictief regulier voordeel in aanmerking wordt genomen? Dat was 'm, voorzitter.

Versie 23eecc80aaf2f91059d10d5e61a46267c0b3083fef411c9292c1d6257e96c85c · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.