statement · 26 jan 2026 · Tweede Kamer
Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)
Brontekst
Minister Tieman: Mevrouw Van der Plas vroeg: hoe borgt de minister binnen het MIRT dat de grensregio's niet structureel achterblijven bij investeringen in bereikbaarheid, terwijl zij juist extra afhankelijk zijn van een goed functionerend netwerk? Goed functionerende netwerken zijn van groot belang; we hebben Elke regio telt! niet voor niets. Omdat de bereikbaarheidsopgave in iedere regio anders is, is in de Bestuurlijke Overleggen MIRT van begin januari met de regio de afspraak gemaakt om regionale bereikbaarheidsanalyses te maken. Hierin wordt expliciet een uitsnede gemaakt voor de grensregio's. Voor het vervolg wordt gezamenlijk een voorstel uitgewerkt, om de analyses te vertalen naar handelingsperspectief. Dat kan binnen het MIRT-instrumentarium, en dat is het pad dat we nu leggen. De heer De Hoop vroeg naar de onuitvoerbare projecten: "Wat is realiseerbaar als alternatief? Is het mogelijk een goed onderbouwde lijst voor de komende zomer te ontvangen? Wat is de waarde van de onuitvoerbare projecten?" Het nut en de noodzaak van de gepauzeerde projecten staan overeind. Voor een groot deel van de gepauzeerde projecten zijn, in afstemming met de regiovertegenwoordigers, al alternatieve maatregelen vastgesteld of afgewogen. Hierover zijn afspraken gemaakt in het BO MIRT van het najaar van 2024. De uitvoering van deze alternatieve maatregelen door de regio loopt nu. Er is geen budget beschikbaar voor aanvullende maatregelen. We zetten nu in op projecten, de nadere realisatie en de instandhouding. Ook zetten we in op de planfase van kleine, kansrijke projecten. Ik kan u een update geven van deze lijst met kansrijke projecten. Ik kan deze delen in de komende MIRT-brief van juni dit jaar. Een besluit over de aanvullende middelen is aan een volgend kabinet. De heer De Hoop zei: omrijbordjes en -routes zetten de veiligheid onder druk; waarom zetten IenW en Rijkswaterstaat niet in op meer pontjes voor dergelijke situaties? Het gebruik van pontjes en vervoer over water kan natuurlijk, zou je zeggen, maar het is niet altijd een alternatief. We hebben ook te maken met de nautische veiligheid, dus het kan waar het mogelijk is, maar hierbij geldt ook: zijn er pontjes beschikbaar, zet het zoden aan de dijk qua omrijtijden en gaan mensen dan wachten op zo'n pontje, want dat heeft ook tijd nodig om naar de overkant te gaan? Het is natuurlijk een heel knuffelbaar onderwerp. Als dit een oplossing is en er pontjes beschikbaar zijn, dan is dat ook logisch, want die route ligt er al als vaarweg. Maar nautische veiligheid op vaarwegen is een belangrijk aandachtspunt. Rijkswaterstaat is daarom enigszins terughoudend met tijdelijke veerverbindingen voor de drukke vaarroutes. Voor de situatie bij de Gerrit Krolbrug wordt onderzocht wat er wel mogelijk is op dat gebied; dat heb ik vorige week ook aangegeven. Als een pontje mogelijk is met misschien een snelheidsbeperking vanwege dat nautische aspect, kijken we daar zeker serieus naar. De heer De Hoop vroeg of er gekeken kan worden naar rijbaanscheidingen op de N-wegen in Drenthe en Overijssel. Het aanbrengen van fysieke rijbaanscheidingen is geen kleinschalige of eenvoudige maatregel. Onze N-wegen kenmerken zich door een smal rijprofiel, waardoor rijbaanscheiding in de praktijk vaak niet makkelijk inpasbaar is. Dat vraagt om een grotere reconstructie en wegverbreding, wat vaak vraagt om een forse financiële inzet. Helaas is er voor meer rijbaanscheiding dan nu geen geld beschikbaar. We komen zo meteen nog te spreken over een aankondiging van mevrouw Van der Plas over de N50, maar het is aan een nieuw kabinet om met aanvullende beschikbare middelen te komen voor de fysieke rijbaanscheiding voor N-rijkswegen. IenW werkt aan de ontwikkeling van een strategische agenda voor de verkeersveiligheid van rijkswegen. Het veiligheidsaspect hebben we dus verder onderstreept. De heer Stoffer zei dat we honderden miljoenen euro's kunnen besparen — nou, dat hoor ik graag — door risicogericht te werken met behulp van sensoren en data. Hij vroeg of we daarop inzetten. Rijkswaterstaat maar ook ProRail hechten veel waarde aan innovatie en zetten daar, in het kader van de instandhouding, stevig op in. Rijkswaterstaat werkt met kennis en een innovatieprogramma, waarbij het onderhoud met behulp van digitalisering, AI en zelfs robotisering kan worden geoptimaliseerd en de productie nog verder kan worden vergroot en versneld. Ter ondersteuning heeft Rijkswaterstaat een innovatieagenda en een innovatieloket. ProRail heeft een digitaliseringsvisie opgesteld waarin datagedreven werken een centrale plaats inneemt, onder andere bij de uitvoering van onderhoud. In dat kader is bij BKN spoor een langjarig onderzoek afgesproken om te kijken welke mogelijkheden er zijn voor verdere besparing op dat gebied. Een ander voorbeeld, voor Rijkswaterstaat, is het datagedreven assetmanagement, het toepassen van digital twins en het programma Doelgericht Digitaliseren. De heer Stoffer: de indexering van de rijksbijdrage aan projecten aan de hand van de generieke index bruto overheidsinvesteringen. In 2024 is invulling gegeven aan de motie van het lid Grinwis om de prijsbijstellingssystematiek voor de fondsen te evalueren. Uit die evaluatie blijkt dat vooral vanaf 2020 de prijsstijgingen in de grond-, weg- en waterbouwsector, de GWW-sector, en de IBOI extreem uit elkaar liepen door de coronacrisis en Oekraïnecrisis. De huidige indexering en de bouwkostenontwikkeling lopen vanaf 2023 weer parallel aan elkaar. Het is niet uit te sluiten dat het in de toekomst weer naar elkaar toe beweegt, zoals in het verleden ook het geval is geweest. Het kabinet heeft daarom eind 2024 geconcludeerd dat er op dit moment geen wijziging nodig is in de huidige prijsbijstellingssystematiek. Mevrouw Boelsma-Hoekstra: waarom lukt het maar niet met die maatschappelijke effecten? Nou, die geef ik zo meteen door aan de staatssecretaris ten aanzien van de Sustainable Development Goals, waar we het al eerder over hadden, en andere zaken op het gebied van brede welvaart. De heer Jansen: Defensie heeft een vast percentage; waarom wordt er niet ingezet op een vast percentage van de begroting voor infra? We zien dat de uitgave aan infrastructuur als percentage van het bbp de afgelopen decennia steeds verder is afgenomen. Ik gaf daar vorige week ook voorbeelden van. In plaats van 2% bbp zien we nu 1,2%. Dat is een aanzienlijke wijziging. Weet wel, in de jaren zestig is er sprake geweest van een impuls. De keuze om budget te koppelen aan het bbp is aan een volgend kabinet. De staatssecretaris en ik hebben wel heel veel ruimte aan de organisatie gegeven en ook de formatietafel geïnformeerd over de stand van zaken ten aanzien van infrastructuur. Ik denk dat dit in zo'n beetje iedere krant heeft gestaan. Daar circuleren ook de percentages. Ik kijk ook reikhalzend uit naar wat dat teweeg heeft gebracht. Maar ik ben het eens met uw zienswijze op dat onderwerp. De heer Jansen over het verhogen van de KDW, de kritische depositiewaarde: waarom wordt die stap niet ingezet door het kabinet? Ik neem aan dat hij doelt op de rekenkundige ondergrens, in plaats van de KDW. De minister van LVVN heeft uw Kamer in december geïnformeerd over de stappen die nodig zijn voor een zorgvuldige invoering. We zijn nog op zoek naar een juridische casus, onder andere. Die inzet is gericht op besluitvorming over invoering in het eerste kwartaal van dit jaar, maar ook hier weer de kanttekening dat ik met 1 mol ook maar zover kom. Bij de projecten die gepauzeerd zijn praten we echt over significant meer. Mevrouw Boelsma-Hoekstra over de reservelijst: kan ik een prioritering geven in de reservelijst en daarover communiceren? Er is voor gekozen om de volledige 2,2 miljard euro toe te delen aan voorstellen van gemeenten om de woningbouw te ondersteunen. Het optreden van risico's tijdens de uitvoering is niet ondenkbeeldig. Op de uitvoering van projecten is het plan van aanpak programmabeheersing van toepassing. De staatssecretaris zal zo meteen ook nog het een en ander hierover gaan zeggen, maar er zal eerst worden gekeken naar de lopende projecten. Als het aan ons ligt, houden we de lijst actueel, zodat we een goede start hebben voor wanneer er, op korte termijn, nieuwe middelen worden toegekend. Dan kunnen we met een mogelijk nieuwe wegingsfactor, die we aan het onderzoeken zijn, deze zaken ook weer naar voren brengen. Er waren immers ook projecten bij uit regio's waaraan al veel geld was toebedeeld. Daar zou je het "Elke regio telt!"-aspect nader kunnen onderbouwen.
Versie ca407041b827a1dfb6bb4b8b0610105437b91e0e892789e1d4969cdf4d902162 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.