← OnderzoekenBrontekst
Minister Sjoerdsma: De heer Ceder had eenzelfde soort vraag. Hij had een vraag over de uitvoering van de moties die in de Eerste Kamer zijn aangenomen. Laat ik eerst de feitelijkheden vooropstellen, dus de feitelijkheden zoals ik die net ook met de heer Ceulemans heb gewisseld. De facto geven we dit jaar net zo veel uit als wanneer we nog de 0,7-koppeling zouden hebben gehad. Dit is echter niet structureel en het betekent dat wij voor volgende jaren terugvallen op de bni-koppeling en op de structurele ophoging die dit kabinet doet als stapje richting de OESO-norm. Dat is één.
Twee. Ik heb natuurlijk een uitgebreide ronde gemaakt in de Eerste Kamer langs alle partijen. U hebt het over een aangenomen motie, maar er zijn daar meerdere moties aangenomen, ook van uw partijgenoot Huizinga-Heringa en niet alleen van Holterhues. Ik heb gemerkt dat er bij hen een grote frustratie zit over het feit dat die moties zijn aangenomen, maar dat daar vervolgens door het vorige kabinet niets mee is gedaan. Dat zijn frustraties waar ik als voormalig Kamerlid begrip voor kan hebben. Tegelijkertijd — ik zeg ook maar eventjes hoe het is — heb ik geen basis om gevolg te geven aan die moties. Dat is ook niet vreemd. Het herstel van de structurele koppeling is iets wat meerjarig doorwerkt. Als je dat wilt doen, moet je dat altijd doen in het kader van een veel breder gesprek over begrotingen. Ik zit met een coalitieakkoord, waar ik overigens tevreden over ben, met een bni-koppeling en een structurele ophoging, maar als het echt naar een structurele koppeling moet, zal dat onderdeel moeten zijn van veel bredere gesprekken en veel bredere deals buiten wat deze minister allemaal zelf kan doen. Dat is niet wat in mijn bereik ligt. Dus ja, ik heb het chagrijn goed gehoord, maar ik kan er zelf op dit moment niet veel mee doen, behalve dan bij deze begroting, waarvan ik hoop dat die ook in de Eerste Kamer in vruchtbare bodem valt.
Dan zijn er nog vragen van mevrouw Dobbe, best wel veel, in staccato. Maar dat is niet erg. Zij vroeg of er vanaf 2027 geld gaat naar terugkeerhubs. Daarover heeft de heer Verkuijlen ook terechte woorden gesproken. Drie weken geleden heeft het kabinet gereageerd op het Clingendaelrapport over innovatieve migratieoplossingen. In de reactie van de minister van Asiel en Migratie op dat Clingendaelrapport staat dat die innovatieve migratieoplossingen goed uitgevoerd kunnen worden binnen het VN-Vluchtelingenverdrag, mits ze voldoen aan een aantal strenge voorwaarden. Vanuit dat oogpunt wil het kabinet proberen om de terugkeerhubs te realiseren. Dat betekent twee dingen. De innovatieve migratieoplossingen bestaan op dit moment niet. Daar is geen sprake van en ze zullen ook in 2026 niet hun beslag krijgen. Dit betekent dat daar in 2026 geen geld naartoe gaat. Als het de minister van Asiel en Migratie lukt om het wel voor elkaar te krijgen, kan BHOS-programmering daarvoor worden ingezet. Daar zijn wel twee belangrijke voorwaarden aan verbonden. Een is dat het altijd vraaggedreven moet zijn vanuit deze ontwikkelingslanden, dus ontwikkelingsrelevant. Dat is echt cruciaal. Wij weten uit ervaring dat het niet werkt als je het op een negatieve manier inzet; dreigend of conditioneel.
Twee. Het uitgangspunt is natuurlijk — dat is een ijzeren wet — dat ODA-financiering voldoet aan de OESO-DAC-voorwaarden. Dat is ook cruciaal.
Ik trek het iets breder. Dit gaat in zekere zin over terugkeerproblematiek. Ik heb zelf gemerkt dat bestaande programma's vaak ook al voldoende zijn om dit soort gesprekken heel goed te kunnen voeren. Met uw commissie heb ik eerder van gedachten gewisseld naar aanleiding van mijn bezoek aan Egypte. Toen heb ik ook met de Egyptische autoriteiten kunnen spreken over het terugnemen van uitgeprocedeerde asielzoekers. Je merkt dan dat het programma dat we daar doen met opvang in de regio, waar we ook vandaag over praten — maar dat geldt dan voor andere landen — bodem geeft om gesprekken te voeren met de autoriteiten om beter mee te werken met die terugkeer. Dat is van cruciaal belang, omdat zij dan voelen: deze problematiek ligt niet alleen bij ons op het bordje, maar is een gezamenlijke verantwoordelijkheid; als jullie hier investeren, zullen wij ons best doen om jullie te ontlasten en te helpen met burgers die bij jullie evident geen recht hebben op verblijf.
Voorzitter. Mevrouw Dobbe vroeg ook of de Oekraïnemiddelen onderdeel zijn van de 3 miljard. Dat klopt.
Versie 27da5a1171ab3f05d2b212700f855e3e77b578411d4030a8861785c34176a790 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Context en discussie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.