KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 23 apr 2026 · Tweede Kamer

Justitieketen van het Caribisch deel van het Koninkrijk

Brontekst

De heer Mathlouti (D66): Voorzitter, goedemorgen. Of eigenlijk moet ik zeggen: bon dia. We spreken vandaag over het Caribisch deel van ons Koninkrijk, een deel van Nederland aan de andere kant van de wereld, met eigen inwoners, eigen tradities en een eigen, mooie cultuur. Maar in veel opzichten spelen daar dezelfde opgaven als hier in Nederland: ook de eilanden krijgen op grote schaal te maken met relationeel geweld, personeelstekorten en uitdagingen op het gebied van jeugdcriminaliteit. De opgaven lijken op elkaar, maar de aanpak vraagt soms net om iets anders. Neem relationeel geweld. Dat is een groot probleem in Nederland, maar ook op de eilanden. Waar in Nederland een groot aantal hulporganisaties beschikbaar is en hulpverleners vaak onafhankelijk kunnen opereren, is het op Caribisch Nederland veel meer "ons kent ons" in een relatief kleine gemeenschap. Dat maakt de aanpak van relationeel geweld, naast het bestaande ongemak of taboe om erover te spreken, anders en complex. Ik las dat er in 2025 een campagne is gestart om de meldingsbereidheid op de eilanden te vergroten. Kan de minister concreet aangeven wat deze campagne heeft opgeleverd in termen van meldingen? En nog veel belangrijker: hoeveel van die meldingen zijn daadwerkelijk opgevolgd met passende hulp en bescherming? Uit het rapport van de Raad voor de rechtshandhaving blijkt dat huiselijk geweld op Caribisch Nederland meer aandacht krijgt dan voorheen. Dat is in eerste instantie een mooie ontwikkeling. Maar de raad is ook scherp op de rol van de minister. De aanbevelingen die in 2020 zijn meegegeven, lijken uit beeld te zijn geraakt. Kan de minister precies aangeven welke concrete aanbevelingen inmiddels volledig zijn uitgevoerd en welke niet, en waarom? Voorzitter. De minister geeft aan sterk in te zetten op bewustwording en signalering, maar kan hij garanderen dat er voldoende opvang, hulpverlening en capaciteit is om de extra meldingen ook daadwerkelijk op te vangen? Of creëren we hiermee verwachtingen die we in de praktijk misschien nog helemaal niet waar kunnen maken? Voorzitter. Daarnaast las ik dat de schaarse politie- en detentiecapaciteit op Saba en Sint-Eustatius ertoe leidt dat daders, ook bij relationeel geweld, anders worden gestraft dan bijvoorbeeld op Bonaire. Ik denk dat we dat niet zouden moeten willen. Het zorgt niet alleen voor rechtsongelijkheid tussen inwoners van de verschillende eilanden, maar het heeft ook als gevolg dat slachtoffers van relationeel geweld denken: laat die aangifte maar zitten; het heeft toch geen zin. Kan de staatssecretaris concreet aangeven binnen welke termijn deze verschillen in capaciteit en strafpraktijk tussen eilanden worden opgelost? Wat is het plan als dit op korte termijn niet lukt? Wordt daar bijvoorbeeld actief over gesproken in het Justitieel Vierpartijen Overleg en, zo ja, wat heeft dat overleg tot nu toe concreet opgeleverd, niet in plannen maar in extra capaciteit op de eilanden zelf? Voorzitter. Als we breder kijken, zien we tekorten bij de politie, in de detentie, bij de jeugdbescherming en zelfs bij de forensische zorg. Waarom ligt er nog steeds geen integraal en tijdgebonden plan om deze structurele tekorten aan te pakken, terwijl deze problematiek al jaren bekend is? Voorzitter. Relationeel geweld raakt ook de jeugd op de eilanden. We weten dat het voorkomen van criminaliteit begint bij een fijn huis, goed onderwijs en voldoende kansen op werk. Op de eilanden zijn veel eenoudergezinnen. Er zijn veel gevallen van huiselijk geweld en ook armoede speelt een grote rol. Ik geloof dat we, door jongeren aan de voorkant op de juiste manier te ondersteunen, echt een verschil kunnen maken. Maatschappelijke initiatieven als de stichting Jong Bonaire zijn daar een goed voorbeeld van, maar niet elke jongere die het nodig heeft komt daar terecht. Kan de minister aangeven hoe goed de risicogroep jongeren op dit moment daadwerkelijk wordt bereikt met preventieve maatregelen, via onderwijs, sport, werk of anderszins? Met andere woorden: werkt het ook? Kan hij daarbij aangeven hoe deze interventies structureel worden geborgd, in plaats van afhankelijk te blijven van losse projecten en tijdelijke financiering? Voorzitter. Tot zover in de eerste termijn.

Versie 17d4c3890be49734eec790c7a8bfbdb2d6151bb144e6d74e4a9d0a4b7f25a827 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.