statement · 2 jul 2025 · Tweede Kamer
Jaarverslag 2024 van het ministerie van VWS
Brontekst
Minister Jansen: Ik zal aangeven als ik het af heb. De vraag van de heer Thiadens ging over een motie die ik als Kamerlid heb ingediend en die is aangehouden, waarin ik een overzicht van doelen en resultaten vroeg en een voorstel waarmee de Kamer beter kan controleren of publieke IZA-gelden bijdragen aan de maatschappelijke opgave om passende zorg toegankelijk te houden. De heer Thiadens vroeg hoe minister Jansen hier invulling aan gaat geven. Ik kan u melden dat ik kort na het zomerreces een brief stuur aan de Kamer over de voortgang van het IZA. Daarin zal ik ingaan op de monitor, waaronder de monitor Passende Zorg. Dan wordt ook duidelijk hoe ik invulling ga geven aan de motie om beter te volgen wat de doelen van het IZA zijn en wat de resultaten ervan zijn. Mevrouw De Korte had een vraag over het jaarverslag en over de groter geworden regionale verschillen in gezondheid: regionale verschillen in de bereikbaarheid van ziekenhuizen en de huisartsen, de aanrijtijden van de ambulance en de bereikbaarheid van kraamklinieken. Ze vroeg hoe de bewindspersoon omgaat met regionale verschillen. Iedere regio kent specifieke uitdagingen en de specifieke context waarbinnen uitdagingen moeten worden aangegaan. In het IZA zijn daarom onder meer afspraken gemaakt om regiobeelden en regioplannen op te stellen. Via het regioplan kunnen regionale partijen op een onderbouwde en gedragen wijze komen tot een gerichte en afgestemde aanpak van de transformatieopgave in de regio, om zo de zorg toegankelijk te houden. De heer Thiadens had twee vragen over de aanpak van personeelstekorten in de zorg van afgelopen jaar. Ik kan melden dat het afgelopen jaar de aanpak van het arbeidsmarkttekort prioriteit heeft gehad langs drie lijnen. De eerste lijn is het verminderen van de tijd die zorgaanbieders besteden aan administratieve lasten, onder andere door slim gebruik van AI, digitale werkwijze en een standaardisatie, maar ook door deregulering en vereenvoudiging. De wetgeving wordt herzien en waar nodig verbeterd. Dat was de tweede. De derde is autonomie en vertrouwen. We zetten in op vertrouwen in zorgprofessionals om de regeldruk te verminderen. Daarnaast hebben we een efficiënte inzet van medewerkers door goede samenwerking met mantelzorgers en ondersteuning, het introduceren van arbitrage tussen zorgwetten, het stimuleren van innovaties en ook het vergroten van vakmanschap en werkplezier. Het AZWA biedt een belangrijke bijdrage voor het vormgeven en financieren van vakmanschap voor de komende jaren. Ook blijven we samen met het werkveld werken aan het terugdringen van ziekteverzuim door middel van het preventieplan. Nog een vraag van de heer Thiadens: welke inspanningen hebben zorginstellingen concreet geleverd ten gunste van personeel en waarom is er geen inzicht in de uitgaven van zorginstellingen aan de werving van personeel? VWS heeft geen inzicht in de uitgaven die zorginstellingen doen voor de werving van personeel. De werving van personeel is een verantwoordelijkheid van werkgevers in zorg en welzijn. Een vraag van mevrouw Paulusma. Neemt de minister het advies van het Zorginstituut over om structureel meer middelen naar het sociaal domein te verschuiven? Mevrouw Paulusma wijst op het belang van samenwerking tussen het sociaal domein en de zorgverleners. Ik erken het belang daarvan om die reden. Het is ook een onderwerp dat in het kader van het AZWA-akkoord met zorgpartijen en de VNG wordt besproken. Dat was mijn kopje AZWA.
Versie 1b857e5cd75354e3dbf5bf81bf69fd3aa984ac56b3f8b354bda915aa2e8211fd · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.