KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 2 jul 2025 · Tweede Kamer

Jaarverslag 2024 van het ministerie van VWS

Brontekst

Minister Jansen: Dank, voorzitter. Allereerst dank aan de rapporteur voor de scherpe en zorgvuldige inbreng wat betreft het Jaarverslag. Ik zal in mijn bijdrage ingaan op de eerste drie onderwerpen die de rapporteur heeft aangestipt: de bedrijfsvoering, de onderuitputting en de Strategische Evaluatie Agenda. Daarna geef ik het woord graag aan mijn collega, de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport. Die zal reageren op de vragen die zijn gesteld en de opmerkingen die zijn gemaakt over het provinciebeleid. Voorzitter. Ik wil beginnen met het onderwerp bedrijfsvoering. Zoals de rapporteur terecht heeft benoemd, heeft het ministerie de afgelopen jaren grote stappen gezet wat betreft het verbeteren van het financieel beheer. Het is nog maar kort geleden, precies twee jaar, dat mijn ambtsvoorganger, Ernst Kuipers, hier stond, bij het wetgevingsoverleg voor het Jaarverslag over 2022. De stukken die toen voorlagen, bevatten stevige kritiek. Er waren zes onvolkomenheden, waarvan één als ernstig werd aangemerkt: het financieel beheer. Het ministerie heeft toen de handschoen opgepakt: er is met veel inzet en vasthoudendheid gewerkt om het beheer op een hoger niveau te krijgen. En met resultaat: we zijn inmiddels teruggegaan naar drie resterende onvolkomenheden, en ook daarbij zien we duidelijke vooruitgang. Ik wil dan ook van deze gelegenheid gebruikmaken om een groot compliment uit te spreken aan alle medewerkers binnen het ministerie die dit mogelijk hebben gemaakt. Zij hebben, vanuit een complexe uitgangspositie, deze opgave niet alleen aangepakt, maar ook weten te benutten als kans om sterker te worden dan we waren. Dat biedt vertrouwen voor de toekomst. Dit vertrouwen is niet alleen gebaseerd op wat we hebben verbeterd, maar vooral op de manier waarop we dat hebben gedaan. Veel van de ingezette verbetermaatregelen zijn inmiddels structureel ingebed in de organisatie. Zo zijn er opleidingsprogramma's ontwikkeld waarmee alle medewerkers binnen VWS hun kennis en expertise over de financiële aspecten van goed beleid kunnen vergroten. Er zijn expertisecentra ingericht waar beleidsmedewerkers terechtkunnen voor advies en ondersteuning, bijvoorbeeld bij de inrichting van complexe subsidieregelingen. Daarnaast hebben we de planning-en-controlcyclus versterkt. Daarmee stellen we zowel de ambtelijke als de politieke top beter in staat om gericht te sturen op risico's. Ook hebben we een intern controleplan ingericht dat ons in staat stelt om risico's vroegtijdig te signaleren en passende beheersmaatregelen te treffen. Dit zijn geen losse interventies, maar het zijn structurele bouwstenen van een organisatie die steeds beter in staat is om echt in control te zijn. Voorzitter. Ten slotte wil ik in dit verband nog specifiek stilstaan bij de versterking van de financiële functie binnen het ministerie. Daarmee bedoel ik de medewerkers die werken in het domein van financiën en control, zowel binnen de directie Financieel-Economische Zaken als binnen de beleidsdirecties zelf. Deze medewerkers zijn essentieel voor het op orde krijgen en houden van het financieel beheer. Zij zorgen niet alleen voor controle en kritische vragen — die mogen soms best streng zijn — maar juist ook voor ondersteuning en advies. Ze helpen hun collega's om financieel bewust, doelmatig en beheersbaar beleid te maken en uit te voeren. We hebben de afgelopen jaren zowel kwalitatief als kwantitatief geïnvesteerd in deze financiële functie. Daarmee staat er nu een sterk fundament, waarop we verder kunnen bouwen. Voorzitter. Zoals ook door de rapporteur is aangehaald, heb ik de Auditdienst Rijk gevraagd om een tussentijdse evaluatie uit te voeren van de effecten van de herinrichting van de financiële functie binnen het ministerie. Deze herinrichting is een belangrijk onderdeel geweest van onze versterkingsaanpak. De ADR is inmiddels gestart met deze evaluatie en zal begin volgend jaar met een eindrapport komen. Tegelijkertijd heb ik de ADR ook verzocht om tussentijdse bevindingen met ons te delen zodra die beschikbaar zijn. Op die manier zijn we als ministerie in staat om tijdig bij te sturen, mocht dat nodig zijn. Straks, als ik inga op de manier waarop wij uw Kamer blijven informeren over het financieel beheer, zal ik ook toelichten op welke momenten ik de uitkomsten van deze tussentijdse evaluatie wil betrekken bij de rapportage. Dit brengt mij bij een belangrijk inzicht dat we de afgelopen jaren met elkaar hebben opgedaan: goed financieel beheer is niet alleen een verantwoordelijkheid van de financiële functie, maar het is een verantwoordelijkheid van alle medewerkers binnen het ministerie. Goed beleid begint bij de inhoud, maar eindigt nooit zonder een stevige financiële onderbouwing. Dat vraagt om financiële alertheid en verantwoordelijkheid in elke fase van het beleidsproces, en dus ook bij medewerkers die niet primair in een financiële rol zitten. We zien gelukkig dat dit denken steeds breder in de organisatie wordt gedragen. Dit raakt de cultuurverandering waar de rapporteur terecht vragen over stelt. Het besef dat je ook als beleidsmedewerker een rol hebt in financieel bewust en beheerst werken, is bij steeds meer collega's vanzelfsprekend geworden. We zetten daar actief op in, onder andere via opleidingen en trainingen die zich juist richten op collega's buiten de financiële kolom. Ook in 2025 en in de jaren daarna blijven we daar onverminderd in investeren, zodat het belang van goed financieel beheer overal in de organisatie wordt gevoeld en gedragen. Voorzitter. De rapporteur heeft specifiek een vraag gesteld over het nieuwe inkoopsysteem dat momenteel wordt geïmplementeerd binnen het ministerie. Daar reageer ik graag op. Ik ben het niet eens met de stelling dat we dit nieuwe systeem nodig hebben om van de onvolkomenheid af te komen. Ook zonder dit systeem moeten en kunnen wij als ministerie gewoon handelen conform de geldende regels voor inkoopbeheer. Ik ben het er wel mee eens dat dit systeem ons als organisatie aanzienlijk beter in staat stelt om op een goede, geïnformeerde en uniforme manier invulling te geven aan het inkoopbeheer. Het systeem biedt naar verwachting een stevige basis om processen verder te verbeteren en te stroomlijnen. We zijn nu halverwege 2025 en ongeveer de helft van de organisatie werkt inmiddels met dit nieuwe systeem. De signalen die we daarover ontvangen, zijn positief. Ik verwacht dat het hele kerndepartement dit jaar overstapt op dit nieuwe systeem, conform planning. Dat stemt mij optimistisch. Ik heb er vertrouwen in dat we ons inkoopbeheer dit jaar al naar een merkbaar hoger niveau kunnen tillen dan voorheen. Voorzitter. De rapporteur heeft ook vragen gesteld over het subsidiebeheer binnen het ministerie. Het klopt dat de Algemene Rekenkamer dit al geruime tijd aanmerkt als een onvolkomenheid. Eerlijk is eerlijk: het subsidie-instrument is mogelijk het meest complexe financiële instrument dat wij als ministerie hanteren. Dat heeft alles te maken met de aard van het veld dat we bedienen. We verstrekken subsidies aan een breed en divers scala aan partijen, van medeoverheden tot private instellingen, en het gaat om uiteenlopende soorten subsidies, zoals projectsubsidies en instellingssubsidies. Dat maakt het beheer ervan erg ingewikkeld, maar het is des te belangrijker om het proces goed op orde te hebben. De afgelopen jaren hebben we flinke stappen gezet in het beter in kaart brengen van het subsidiebeheer, van begin tot eind. We zijn beter geworden in het herkennen van risico's, bijvoorbeeld op het vlak van misbruik of oneigenlijk gebruik. Juist bij het ontwerpen van subsidieregelingen vergt dat scherpte. Die scherpte is de afgelopen jaren verder ontwikkeld. In 2025 is het beleid omtrent misbruik en oneigenlijk gebruik aangescherpt en is een werkwijze geïmplementeerd om risico's zo scherp mogelijk te identificeren. De lessen uit de coronapandemie hebben ons daarbij geholpen. Daardoor zijn we nu beter in staat om gericht maatregelen te nemen die het subsidiebeheer verder versterken. Ik heb er dan ook vertrouwen in dat we juist op dit terrein dit jaar opnieuw significante stappen kunnen zetten richting een meer beheerst, effectief en verantwoord gebruik van subsidies. Voorzitter. De rapporteur heeft terecht gevraagd hoe en wanneer wij uw Kamer blijven informeren over de voortgang op het gebied van financieel beheer. Daar ben ik uiteraard graag toe bereid. Tegelijkertijd willen we als ministerie, nu we steeds beter in control zijn, terug naar een normale situatie, waarin we gebruikmaken van de reguliere verantwoordingsmomenten in plaats van extra rapportagelijnen. Toch begrijp ik goed dat we in deze fase nog in een overgang zitten. Daarom stel ik het volgende voor. Het eerste moment waarop ik uw Kamer wil informeren over de stand van zaken rondom het financieel beheer is in oktober. Dan sturen wij, zoals gebruikelijk, het interim-auditrapport van de Auditdienst Rijk naar uw Kamer. Ik kan uw Kamer de toezegging doen dat ik aanvullend aan dit rapport de Kamer een brief stuur met de actuele stand van zaken rondom het financiële beheer. We zullen daarin ook ingaan op de voortgang van de implementatie van het nieuwe inkoopsysteem en op de eerste uitkomsten van de tussentijdse evaluatie van het herinrichten van de financiële functie. Uiteraard nemen we daar ook het subsidiebeheer in mee en gaan we in op de vraag of zich hier significante risico's in voordoen. Met uw goedvinden wil ik dit moment ook gebruiken om de door u gevraagde risico's te beschrijven voor het lopende jaar, dus voor 2025. In dit kader vroeg u mij ook om de grootste risico's voor het volgende jaar, dus 2026, op te nemen in de begroting. Hoewel ik hier uiteraard toe bereid ben, wil ik dit wel graag doen in overleg met mijn collega van het ministerie van Financiën, omdat de wijze waarop begrotingen worden opgesteld onderhevig is aan een streng regime vanuit Financiën, ook om de uniformiteit en begrijpelijkheid van alle begrotingen te waarborgen. Zo begrijp ik dat binnen het ministerie van Financiën wordt gewerkt aan een zogenaamd risicobeheersingsplan, dat mogelijk invulling kan geven aan uw behoefte. Ik sluit hier uiteraard gaarne bij aan. U noemde nog specifiek het project PALLAS als risicodossier. Zoals u weet, is PALLAS aangemerkt als een zogenaamd groot project. Uw Kamer ontvangt periodiek informatie over PALLAS. U vroeg nog naar de verschillende rollen binnen VWS voor PALLAS. Mede naar aanleiding van de aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer is per 1 maart jongstleden de aandeelhoudersrol gescheiden van de beleidsmakersrol. Deze rollen zijn ondergebracht bij verschillende directies binnen het ministerie van VWS. Het tweede moment waarop ik uw Kamer wil informeren, is bij het jaarverslag over 2025. Ik stel voor dat ik hierin in de bedrijfsvoeringsparagraaf uitgebreid stilsta bij de voortgang en de resultaten van het financieel beheer over het gehele jaar. Dan kunnen we ook het volledige evaluatierapport van de Auditdienst Rijk over de financiële functie delen met uw Kamer. Ik hoop dat we op deze wijze tegemoet kunnen komen aan de informatiebehoefte van uw Kamer. Voorzitter. Ik begon mijn bijdrage met een positieve noot over de bedrijfsvoering en ik wil ook positief eindigen. Binnen het ministerie groeit het vertrouwen — en terecht — dat we echt steeds beter in control zijn over de middelen die we beheren. Dat is maar goed ook, want het gaat om belastinggeld en daarmee moeten we uiterst prudent, zinnig en zuinig omgaan. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we dat doen en dat we het steeds beter doen. Het is uiteindelijk aan de Algemene Rekenkamer om te beoordelen of er nog onvolkomenheden resteren. Maar één ding kan ik u garanderen: wij doen er alles aan om de Rekenkamer in staat te stellen om hopelijk al dit jaar de resterende onvolkomenheden af te kunnen schalen. Dat brengt mij bij het tweede onderwerp dat de rapporteur heeft opgebracht, namelijk de onderuitputting op de VWS-begroting. De rapporteur heeft gevraagd of de onderuitputting van 2024 aanleiding geeft tot actie en of ik kan aangeven welke beleidsdoelen als gevolg hiervan niet volledig zijn gerealiseerd. Laat ik vooropstellen dat de oorzaken van onderuitputting per beleidsonderwerp verschillen. Als het gaat om de begrotingsgefinancierde uitgaven, dan zien we vaak onderschrijdingen door vertraagde uitvoering of door subsidies die uiteindelijk niet volledig zijn benut. Dat betekent in veel gevallen niet dat beleidsdoelen niet worden gehaald, maar eerder dat de realisatie is vertraagd of dat het beschikbare budget ruimer is gebleken dan nodig. Bij vertraagde uitvoering schuift de doelrealisatie in de tijd. Die komt dan later alsnog tot stand. Bij onbenutte subsidies kan het bijvoorbeeld zo zijn dat de belangstelling in het veld is overschat of dat de beleidsdoelen efficiënter zijn bereikt dan vooraf gedacht. Het grootste deel van de onderuitputting betreft overigens niet de begrotingsgefinancierde uitgaven, maar de premiegefinancierde zorguitgaven. Daar zien we al enkele jaren een structurele onderschrijding, met name in de wijkverpleging. Naar deze onderschrijding zijn meerdere onderzoeken gedaan. De uitkomst laat zien dat het gaat om een combinatie van factoren. Zo is het gemiddelde aantal zorguren per cliënt de afgelopen jaren gedaald, wat wijst op meer doelmatigheid. Ook personeelstekorten spelen een rol. Toch blijkt uit diezelfde onderzoeken dat de toegankelijkheid van de wijkverpleging op orde is. Mensen kunnen in de regel snel zorg krijgen wanneer dat nodig is. Voorzitter. Er is ook gevraagd waarom in de lijst met posten van onderuitputting in het jaarverslag een bedrag van circa 508 miljoen euro ontbreekt. Dat hangt samen met het feit dat zo'n 100.000 huishoudens minder dan verwacht zorgtoeslag hebben ontvangen in 2024. Gevraagd werd of daar ook huishoudens bij zaten die wél recht hadden op zorgtoeslag. Laat ik dat kort toelichten. Daarvoor moet ik even de techniek induiken. In het jaarverslag is een overzicht opgenomen van posten die vallen onder het uitgavenkader van de rijksbegroting. De zorgtoeslag valt echter onder het inkomstenkader en wordt daarmee als niet relevant beschouwd voor dat overzicht. Vandaar dat deze post daar niet in is opgenomen. Wat betreft de inhoud: de onderuitputting bij de zorgtoeslag komt doordat er minder huishoudens dan verwacht zorgtoeslag hebben ontvangen. In de raming van de zorgtoeslag wordt overigens al standaard rekening gehouden met een niet-gebruik van circa 10%. Daarbij gaat het om mensen die wel recht erop hebben, maar de toeslag niet aanvragen. In dit specifieke geval is de verklaring voor de lagere aantallen vooral gelegen in twee gunstige ontwikkelingen. De inkomensontwikkeling in 2024 was beter dan verwacht en de premie voor de zorgverzekering is lager uitgevallen dan in de raming was aangenomen. Daardoor vielen sommige huishoudens buiten de doelgroep voor de zorgtoeslag. We houden er overigens rekening mee dat het aantal uitkeringen alsnog kan oplopen, bijvoorbeeld door aanvragen met terugwerkende kracht, door gerichte acties om niet-gebruik terug te dringen of doordat er bij definitieve vaststellingen alsnog recht op een toeslag blijkt te bestaan. Voorzitter. De rapporteur stelde ook een vraag over de Subsidieregeling veelbelovende zorg, die al jaren te maken heeft met onderuitputting en waarvan is aangekondigd dat deze per 31 december 2025 stopt. De vraag was welke lessen wij daaruit trekken en of ik mogelijkheden zie om initiatieven op dit vlak op een andere manier te blijven stimuleren. De regeling loopt inderdaad eind 2025 af. Alle lopende onderzoeken worden gewoon afgerond en door het Zorginstituut geduid. De eerste resultaten worden nog dit jaar verwacht. De regeling zal na afloop worden geëvalueerd. Vooralsnog zijn er geen plannen om een directe opvolger voor de regeling in te richten. In de basis is het namelijk aan de veldpartijen zelf om de zorg te evalueren en te implementeren, wanneer deze effectief blijkt. Tegelijkertijd wil ik benadrukken dat er ook via andere kanalen aandacht is voor dit type zorg. Denk aan het ZonMw-programma DoelmatigheidsOnderzoek of het bredere Kaderprogramma Passende Zorg, waarin eveneens wordt gekeken naar effectiviteit en kosteneffectiviteit. De lessen uit de regeling veelbelovende zorg zullen worden meegenomen in de bredere context van stimuleren, evalueren en implementeren van passende en doelmatige zorg. Voorzitter. De rapporteur vroeg terecht aandacht voor de forse onderuitputting in de wijkverpleging: ruim 1 miljard in 2024. Gevraagd werd wat daarmee is gebeurd. Laat ik daar helder over zijn. De Kamer is op meerdere momenten geïnformeerd over de aanwending van deze ruimte, onder meer in de brief van 16 oktober 2024 en de brieven van 18 en 28 maart 2025. Deze onderschrijding is ingezet voor het opvangen van diverse knelpunten binnen de zorgbegroting, waaronder overschrijdingen in de IZA-sectoren ggz en multidisciplinaire zorg, besparingsverliezen binnen de Wlz, onder andere binnen het kwaliteitskader behandeling meerjarig contracteren, de tranchering van het eigen risico, structurele kosten binnen de Zorgverzekeringswet en Wlz buiten het IZA en de taakstelling opleiden uit de OCW-begroting van 165 miljoen euro. Sommigen vragen zich af waarom deze middelen niet zijn teruggevloeid naar de wijkverpleging zelf. Daar is zorgvuldig naar gekeken. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om de raming en de realisatie dichter bij elkaar te brengen. Zeker met het oog op de arbeidsmarktkrapte is het vasthouden van budget alleen niet voldoende. Belangrijker nog, door deze ruimte in te zetten binnen de zorgbegroting zijn de middelen voor de zorg behouden gebleven. Tegelijkertijd blijft er voldoende groeiruimte beschikbaar voor de wijkverpleging. Naast reguliere loon- en prijsbijstellingen is er nog steeds sprake van 3,5% volumegroei per jaar en is er structureel 60 miljoen euro beschikbaar voor opleiden. Overigens zou het alsnog volledig uitgeven van de onderschrijding leiden tot een fors opwaarts effect op de nominale premie, omdat zorgverzekeraars in hun premiestelling uitgaan van het realistische uitgavenniveau. De transitieopgaven in de wijkverpleging blijven onverminderd onze aandacht houden. Binnen het IZA zetten we stevig in op het versterken van de eerstelijnszorg en daar hoort de wijkverpleging vanzelfsprekend bij. Ook de financiële ruimte is aangewezen om kansrijke initiatieven verder uit te rollen. Tot slot een korte opmerking over het Investeringsakkoord Opleiden Wijkverpleging, het IOW. In 2024 was daarvoor 50 miljoen euro beschikbaar. Daarmee is de Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur Wijkverpleging opgezet en is er een impuls gegeven aan het opleiden van extra verpleegkundig specialisten. De middelen zijn dat jaar niet volledig benut en daarover is uw Kamer op meerdere momenten geïnformeerd, waaronder bij de suppletoire begrotingen en de slotwetten. Vanaf 2025 is hiervoor 60 miljoen euro structureel beschikbaar, en met de nieuwe regelingen verwachten we betere benutting. De rapporteur vroeg ook hoe ik ervoor zorgen dat de opleidingsmiddelen voor de wijkverpleging toereikend zijn en daadwerkelijk benut worden. Daar werken we langs meerdere lijnen aan. De bestaande IOW-regeling is voor 2025 en 2026 verbreed, en omgevormd tot een nieuwe Subsidieregeling Inrichten Opleidingsstructuur Helpenden, Verzorgenden en Verplegenden, de IOHVV. Deze is op 27 juni jongstleden gepubliceerd en de doelgroep is aanzienlijk verbreed naar alle sectoren waarin helpenden, verzorgenden en verpleegkundigen werken. Bovendien kunnen instellingen nu niet alleen subsidie aanvragen voor planvorming, maar ook voor uitvoering, ontwikkeling en implementatie van leertechnologie. Met deze verbreding verwacht ik dat er een aanzienlijk groter deel van de beschikbare middelen in 2025 benut zal worden. Daarnaast komt er met ingang van 2025 structureel 60 miljoen euro beschikbaar voor een tegemoetkoming in de werkgeverskosten voor opleiden in de wijkverpleging. Ik ben voornemens om dit najaar de subsidieregeling werkgeverskosten opleiden wijkverpleging, de WOW, te publiceren. Op basis van de ervaring met het Opleidingsfonds Wijkverpleging in 2024 heb ik er vertrouwen in dat we met deze nieuwe stappen de beschikbare opleidingsmiddelen in de komende jaren volledig kunnen inzetten waar ze het meest nodig zijn. Voorzitter. Dat brengt mij bij het derde onderwerp dat de rapporteur heeft opgebracht: de Strategische Evaluatie Agenda van VWS. Specifiek werd opgemerkt dat het overzicht van evaluaties momenteel vooral beschrijvend en opsommend is. Die observatie begrijp ik goed. Daarom neem ik de suggestie over om in toekomstige overzichten van periodieke evaluaties nadrukkelijker in te gaan op de opbrengsten van het onderzoek, de geleerde lessen en de wijze waarop de aanbevelingen worden opgevolgd. Dat maakt de SEA niet alleen informatiever maar ook bruikbaarder voor beleidsontwikkeling en parlementaire controle. Daarnaast werd er gevraagd naar enkele fiscale regelingen, waaronder de aftrek specifieke zorgkosten, het verlaagde btw-tarief voor geneesmiddelen en hulpmiddelen en de vrijstelling van assurantiebelasting voor de verplichte zorgverzekering. Laat ik die kort langslopen. De aftrek specifieke zorgkosten is in 2022 geëvalueerd. Op korte termijn ontvangt uw Kamer een ambtelijke verkenning met voorstellen voor aanpassingen en verbeteringen. Dat gebeurt met zorgvuldigheid, juist omdat het om een complexe regeling voor een kwetsbare doelgroep gaat. Het btw-tarief op geneesmiddelen en hulpmiddelen is meegenomen in de brede evaluatie van het lage btw-tarief, uitgevoerd door Dialogic in 2022. De conclusie daaruit was dat dit instrument weinig gericht is. Het fiscale voordeel komt bij alle huishoudens terecht, en niet specifiek bij de minder draagkrachtigen. Bovendien is niet goed vast te stellen in hoeverre het verlaagde tarief daadwerkelijk de basisbehoefte aan zorg ondersteunt. Naar aanleiding hiervan is op 30 juni jongstleden een vervolgonderzoek gepubliceerd waarin is gekeken naar de effecten van tariefverhoging en verbetermogelijkheden in de uitvoering. De assurantiebelasting is in 2019 geëvalueerd. Daarbij is destijds gekozen voor een afbakening tot schadeverzekeringen, omdat de wetgever oorspronkelijk alleen die categorie wilde belasten. Zoals in de evaluatieagenda staat, is een nieuwe evaluatie gepland in 2028. Daarbij zal worden bezien of het wenselijk is om ook de vrijstelling voor de Zvw-zorgverzekering daarbij te betrekken. Tot slot vroeg de rapporteur of ik kan toezeggen om de evaluatie van fiscale regelingen als vast onderdeel op te nemen in de Strategische Evaluatie Agenda van VWS. Laat ik daar helder over zijn: de formele evaluatieagenda voor fiscale regelingen wordt opgesteld door het ministerie van Financiën en wordt gepubliceerd als bijlage bij de Miljoenennota. Over welke fiscale regelingen binnen het VWS-domein worden geëvalueerd, vindt altijd afstemming plaats tussen onze beide departementen. Ik zal ervoor zorgen dat de relevante fiscale evaluaties op het terrein van VWS ook structureel worden opgenomen in onze eigen Strategische Evaluatie Agenda. Daarmee borgen we de samenhang en versterken we de transparantie richting uw Kamer. Voorzitter. De rapporteur wees terecht op het belang van de jaarlijkse monitors, zoals de VWS-monitor en de Monitor Brede Welvaart van het CBS. Die geven ons een waardevol beeld van de staat van het land, van gezondheid, werk en wonen tot welzijn en verbondenheid. Inderdaad, het gaat goed met grote groepen Nederlanders, maar er zijn duidelijk nog aandachtspunten. De rapporteur noemde er twee: de toenemende eenzaamheid en beperkingen in het functioneren bij 75-plussers en de achteruitgang in brede welvaart voor jongeren tussen de 18 en 25 jaar. Laat ik hier ingaan op het onderwerp eenzaamheid bij 75-plussers. Op het onderdeel jongeren zal de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport straks ingaan. Voor de 75-plussers is het beeld genuanceerd. Het beeld van toenemende eenzaamheid herken ik op basis van de meest recente cijfers niet. Integendeel, uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen uit 2024 blijkt dat het aandeel ouderen die zich eenzaam voelen, juist licht is gedaald. Dat is bemoedigend, al is dat natuurlijk geen reden om achterover te leunen. Ouderenbeleid blijft ook gericht op verbondenheid en functioneren. Voorzitter. De rapporteur heeft ook aandacht gevraagd voor de VWS-monitor.

Versie 1b857e5cd75354e3dbf5bf81bf69fd3aa984ac56b3f8b354bda915aa2e8211fd · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.