statement · 2 jul 2025 · Tweede Kamer
Jaarverslag 2024 van het ministerie van VWS
Brontekst
Staatssecretaris Tielen: Voorzitter. Ik heb maar een paar vragen gekregen. Eentje over de geestelijke gezondheidszorg. Mevrouw De Korte vroeg of de onderuitputting ook van toepassing is op de geestelijke gezondheidszorg en of dat ook zou betekenen dat er minder zorg is geleverd. Dat is niet het geval bij de geestelijke gezondheidszorg. De afgelopen jaren zagen we consistent juist overschrijdingen van enkele honderden miljoenen euro's. Als je dus kijkt naar wat we gebudgetteerd hebben aan geestelijke gezondheidszorg, dan gaat dat telkens eroverheen. Ik zie mevrouw De Korte knikken. Dit was dus mijn antwoord op haar vraag. Mevrouw De Korte had ook een vraag over de wat uitgebreidere vorm van uitgaven aan preventie. Ik heb in reactie op de rapporteur al gezegd dat het echt een heel arbeidsintensief traject was om dat voor elkaar te krijgen. De aanname of veronderstelling, of misschien wel hoop, dat het makkelijker is als je het voor de tweede keer doet, moet ik helaas ontkennen. Dat is niet het geval. De vraag is dan of je al die ambtelijke capaciteit en uitgaven daaraan wil besteden. Mijn insteek zou zijn om dat te besteden aan het beleid zelf. Vooralsnog houd ik het dus graag bij wat we daaraan afgelopen jaar hebben gedaan. Daarbij werd overigens gesteld — ik weet niet meer of dat mevrouw De Korte was — dat het wel handig is om te weten hoeveel tabak er wordt gebruikt en dat soort dingen, als ik het ongeveer goed citeer. Die uitkomsten blijven we monitoren. Het ging er met name om welke uitgaven als preventie worden gelabeld. Dat laten we dus even voor wat het is. Mevrouw Slagt-Tichelman vroeg naar de theoretische modellen. Daar interrumpeerde ze de minister net ook op, verwijzend naar Dahlgren en Whitehead. Ik heb dat even snel opgezocht. Die leveren vooral inzichten over de relatie tussen individu en sociale omgeving enzovoorts, zeg ik maar even snel. Maar het Loket Gezond Leven: er zijn heel veel theoretische modellen. Ik snap best dat mevrouw Slagt-Tichelman denkt: kies er een theoretisch model uit. Maar daar ben ik toch niet direct enthousiast over. Ik vind de suggestie van de minister prima om daar eens over van gedachten te wisselen. Wat wij willen, is dat als wij investeren in preventie, dat ook resultaat heeft. Dan is mijn idee dat praktische inzichten en lerend evalueren ons meer brengt dan theoretische modellen. Maar misschien is mevrouw Slagt-Tichelman dat niet met mij eens. Mevrouw Paulusma vroeg naar de rol van preventie in al die andere domeinen, in het Engels "health in all policies". We noemen dat als taalpuristen zelf liever gezondheid in alle beleidsterreinen. In de beleidsagenda die we daarover hebben geschreven heb ik laten zien hoe we daarop inzetten. Daarbij zijn vier thema's benoemd: bestaanszekerheid en werk, een gezonde generatie, een gezonde fysieke leefomgeving en het Gezond en Actief Leven Akkoord. Gisteren bij het sportdebat hebben we het daar ook al over gehad en heb ik aan de Kamer toegezegd dat ik ook bij de andere departementen en bewindspersonen continu aandacht zal vragen voor gezondheid. We erkennen allemaal dat gezondheid niet iets is wat exclusief bij het departement Volksgezondheid, Welzijn en Sport hoort. Het is juist veel breder. Dat hebben we als opdracht geïnternaliseerd, om het maar zo te zeggen. Voorzitter. Dat waren mijn antwoorden.
Versie 1b857e5cd75354e3dbf5bf81bf69fd3aa984ac56b3f8b354bda915aa2e8211fd · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.