statement · 11 dec 2025 · Tweede Kamer
Staats- en bestuursrecht
Brontekst
Staatssecretaris Rutte: Dat is ook het geval. Dat is echt het geval. Die proceshouding maakt onderdeel uit van het kader, dat we ook delen met andere overheden. Dat is een heel terecht punt. We hebben natuurlijk veel geleerd van wat er mis is gegaan. Dat hebben we ons als overheid ook aan te trekken om dingen anders te doen in hoe we ons als procespartij opstellen. De vraag is alleen hoever je kunt gaan met het inkaderen daarvan, dus normatief dingen meegeven om dingen op tijd te doen en dat soort zaken. Die zaken zijn echt relevant, zodat je je als burger ook goed kunt verweren tegen de overheid. Het is echt evident dat we dat moeten doen. Dan is de vraag hoever je doorgaat in je instructie en in je afwegingskader. Dan kom je op het punt dat je je af moet vragen welke belangen je tegen elkaar afweegt, wanneer het nog redelijk is om in hoger beroep te gaan en wanneer niet, en hoe we dat doen. Daar kom ik zo meteen nog wel over te spreken. Daar kom ik zo dus op terug. De heer Sneller zei dat in de brief wordt aangegeven dat de Staat als procespartij alleen in hoger beroep gaat als dat in het algemeen belang is, maar dat er in voetnoot 14 een hele trits aan uitzonderingen staat. De heer Sneller heeft ze allemaal gelezen en dacht: als je dingen in een voetnoot zet, dan ontstaat niet het gevoel dat we als Staat nu een nette positie innemen. In het afwegingskader hoger beroep dat wordt ontwikkeld, wordt ingegaan op verschillende vormen van algemeen belang, zoals rechtseenheid en rechtsgelijkheid. Er kunnen gegronde redenen zijn voor de overheid om in hoger beroep te gaan, maar deze moeten dan altijd goed afgewogen worden tegen de belangen van de individuele burger. De twee uitzonderingen in voetnoot 14 zien op een wezenlijk andere situatie. In een arbeidsrelatie heeft de overheid een andere rol ten opzichte van een burger. Bij incidenteel hoger beroep wordt de overheid door de burger meegenomen in hoger beroep. Dan kunnen er gegronde redenen zijn om hogerberoepsgronden aan te voeren. Ik verwacht het afwegingskader in de eerste helft van 2026 naar uw Kamer te kunnen sturen. De voetnoot verwijst dus naar een specifieke situatie en niet naar het algehele afwegingskader.
Versie d997ca6a50b69c528b302b15d9445bea7e058fb54b3ee6c82819da7e8762bd19 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.