statement · 24 jun 2026 · Tweede Kamer
de staat van de rechtsstaat
Brontekst
Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Voorzitter. Waarom houden wij vandaag een debat over de staat van de rechtsstaat? Omdat we niet zonder kunnen en omdat we niet zonder willen. U weet dat ik op zo'n moment altijd de kerkvader Augustinus aanhaal. Ik hou van tradities, dus dat doe ik ook nu. Hij zei eeuwen geleden al: "Als de gerechtigheid ontbreekt, wat is een overheid anders dan een roversbende?" Uiteindelijk is dát de vraag waar het vandaag over gaat. Het gaat niet over abstracte, juridische constructies, maar om de vraag of onze democratische rechtsstaat in dienst staat van de gerechtigheid. Of makkelijker gezegd: ervaren mensen dat hun recht wordt gedaan? Voorzitter. Op een aantal punten kraakt het. In het publieke debat ontstaat steeds vaker het beeld dat de rechtsstaat oplossingen in de weg staat: procedures die worden vertraagd, rechters die van alles blokkeren en regels die alleen maar in de weg zitten. Laat ik vandaag maar glashelder zijn: dat ligt niet aan die rechtsstaat, dat ligt aan de keuzes die hier gemaakt worden, of niet worden gemaakt, in deze zaal. Het ligt aan politiek leiderschap. Voor de ChristenUnie begint het bij de waarde van democratie zelf. Onze democratische rechtsstaat rust niet alleen op wetten en instituties, maar ook op het vertrouwen van burgers dat die instituties en die regels voor hen werken. Daarom heeft deze generatie politici de opdracht om een einde te maken aan de betrouwbaarheidscrisis van de overheid. Zoals het Sociaal en Cultureel Planbureau het schreef: "Onze conclusie is dat er niet zozeer sprake is van een vertrouwenscrisis, zoals vaak wordt gesteld, maar van een betrouwbaarheidscrisis: het lage vertrouwen van burgers in de nationale politiek is het gevolg van het disfunctioneren van de politiek." Dat vraagt om verantwoordelijkheid. Voorzitter. Eerder heb ik voorgesteld dat de Kamer de vaste zittingsperiode van vier jaar in ere herstelt. Ik krijg steeds meer medestanders, van de scheidend vicevoorzitter van de Raad van State tot de voorzitter van deze Kamer zelf, als ik bij de Raming goed heb geluisterd. Ik bespreek graag met de Kamer mijn initiatiefnota hierover, die ik binnenkort zal uitbrengen. Cynisch genoeg zitten we nu in een tijdperk van kortetermijnmachtspolitiek in plaats van leiderschap gericht op de lange termijn, het langetermijnbeleid dat ons land zó nodig heeft. Want de basis moet op orde. Kunnen burgers erop vertrouwen dat hun recht wordt gedaan, dat de Grondwet er voor hen is? Dan denk ik aan de klassieke vrijheden, maar ook aan de sociale grondrechten die de overheid opdragen ervoor te zorgen dat bestaanszekerheid, zorg, onderwijs en voldoende woningen "voorwerp van aanhoudende zorg van de regering zijn", zoals het er zo chic staat. Maar ervaren mensen dat dit eigenlijk ons brandende verlangen is en dat we niet anders willen dan dat we daar op de lange termijn de meters op maken? Daarom mijn vraag: welke waarde hecht het kabinet zelf aan de sociale grondrechten? We kunnen nu toch eigenlijk wel stellen dat deze grondrechten onvoldoende deel uitmaken van het beleid en ook van de drijfveren die we laten zien, zowel in de Kamer als vanuit het kabinet. Worden sociale grondrechten langzamerhand eigenlijk geen knip voor de neus waard? En hoe ziet het kabinet dit tegenover de voortdurende uitbreiding van grondrechten? Want inmiddels zou een wijziging van de box 3-wetgeving een mensenrechtenschending zijn op grond van het EVRM. Ziet de minister ook deze paradox, dat we aan de ene kant steeds meer grondrechten toevoegen en aan de andere kant niet toekomen aan de kern van die sociale grondrechten? Voorzitter. Ook binnen de strafrechtketen moet de basis op orde. Ik vind het zorgelijk dat de Rekenkamer vorige week moest concluderen dat er met duizenden aangiften van ernstige misdrijven niks is gebeurd. Deelt het kabinet mijn zorg dat onvoldoende handhaving en normering leidt tot straffeloosheid? En hoe krijgen we die basis weer terug op orde? Heeft u daar alles voor klaarstaan? Ik betwijfel dat. Voorzitter. Mensen moeten hun recht kunnen halen. Kwartiermaker Lilian Marijnissen stelde in haar tussenrapport dat de toegang tot het recht nu afhangt van je portemonnee of postcode, en dat dat is te zien in de daling van het aantal sociaal advocaten. Wat gaat het kabinet doen om dat te verbeteren?
Versie 36abc75b75b840f9196619d8b61c0688fe11255d4fd3ff19696e49a7e86a5b44 · Officiële bron.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.