KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 9 sep 2026 · Tweede Kamer

Versterking decentraal bestuur

Brontekst

Minister Heerma: Dank, voorzitter. Dat klopt. Dat was nog best een uitdaging, omdat het heel veel vragen over verschillende onderwerpen zijn. Ik heb uiteindelijk twee blokken. Het ene is goed bestuur en het andere het politieke ambt, dus bestuurders. Het is niet helemaal met een schaartje te knippen, dus excuses als er hier en daar een vraag ook in het andere blok had gekund. Het was even zoeken. Allereerst mijn waardering voor het feit dat we zo snel na het reces met elkaar van gedachten kunnen wisselen over het belangrijke onderwerp versterking van het decentraal bestuur. Het decentraal bestuur is voor deze Kamer en voor deze minister belangrijk. Dat merk je in alle bijdragen. Dat is ook onderdeel van het brede besef dat voor de grote maatschappelijke opgaven waar we voor staan, de decentrale overheden cruciale partners zijn om mee samen te werken. Ik dank de commissieleden dus ook voor hun inbreng in eerste termijn. Ik ga de twee blokken kort inleiden. Daarna ga ik mijn best doen om alle gestelde vragen te beantwoorden. Ik begin met de Actieagenda goed bestuur. Dank aan de heer Vermeer voor de complimenten over de brief van vorige week. Ik weet hoe scherp hij is, dus ik zal dit moment vieren. Ik weet namelijk dat dat niet elk debat zal gebeuren, gegeven zijn scherpte. Nederland kent een sterke democratische rechtsstaat en een lange traditie als gedecentraliseerde eenheidsstaat. De kracht hiervan zit niet alleen in instituties en in wetten, maar vooral ook in mensen. We moeten echter onder ogen zien dat de gedecentraliseerde eenheidsstaat onder druk staat, onder andere vanwege de disbalans tussen sommige taken en verantwoordelijkheden van decentrale overheden. Het is dan ook niet voor niks dat een van mijn belangrijkste prioriteiten bij het ministerschap een goed functionerend en slagvaardig decentraal bestuur is. Voorafgaand aan het debat heb ik daarom mijn prioriteiten voor een goed functionerend bestuur via de Kamerbrief Actieagenda goed bestuur aan u doen toekomen. Mijn inzet richt zich op goede en gezonde interbestuurlijke verhoudingen, robuuste toedeling van taken en bevoegdheden, goede uitvoerbaarheid van decentraal beleid, een visie op de plek van de regio in ons bestel en een sterke lokale democratie. Zoals gezegd vragen de opgaven van deze tijd om een slagvaardige overheid en een uitstekende interbestuurlijke samenwerking. Dat is essentieel om grote maatschappelijke vraagstukken gezamenlijk en effectief op te kunnen pakken. Daarom werk ik met gemeenten, provincies en waterschappen aan een bestendiging en verbetering van de heldere afspraken over de onderlinge samenwerking. De adviezen van de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen, in het vorige debat veelvuldig "de commissie-Polman" genoemd, naar aanleiding van de voorzitter, onder de titel "Samen bouwen aan resultaten" staan hierbij centraal. Ik kom hierop terug naar aanleiding van concrete vragen die hierover gesteld zijn, onder andere door de fractie van het CDA. Goed bestuur vergt ook uitvoerbaar beleid, een heldere inrichting en goede wetgeving. De Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden draagt daaraan bij. U heeft in dat kader onlangs ook het beleidskader decentraal en gedeconcentreerd bestuur ontvangen. Daarmee wordt een passende taaktoedeling aan medeoverheden mogelijk gemaakt. Ik rond daarnaast binnen enkele weken een verkenning af over verbeterd inzicht in medebewindtaken, waar onder andere de BBB-fractie volgens mij nadrukkelijk naar vroeg. Op basis van die verkenning zal ik voorstellen doen over hoe de balans geborgd kan blijven. Vervolgens kan er een beter oordeel worden gegeven over de omvang van het gemeente- en provinciefonds in relatie tot het takenpakket van medeoverheden. Tot slot werk ik vanuit de actieagenda aan een rijksbrede visie op de rol van regio's en regionale samenwerking. Zoals ik u voor de zomer heb toegezegd, zal ik die voor het einde van het jaar toesturen. Die visie moet richting geven aan de plaats van de regio in het openbaar bestuur en aan de wijze waarop regie wordt gevoerd op de regionalisering. Daar zijn in dit debat verschillende vragen over gesteld. Ik kom daar zo op terug, maar dit is het kader waarbinnen dit valt. Ik zal in dit blok dus onder andere ingaan op regiovorming, opschaling, bestuurskracht en de WGR, waar vrij veel over gezegd is. Daarna zal ik ook iets zeggen over financiële middelen van medeoverheden. Tot slot het kopje overig, of "varia", zoals sommige voorzitters dat noemen. Daarna ga ik over tot het tweede blok, dat meer gaat over de bestuurders zelf en hun weerbaarheid, waar onder andere de D66-fractie een groot deel van de inbreng aan besteedde. Zowel de heer Van Houwelingen als mevrouw Tseggai vroegen: "Is er sprake van een democratisch tekort? Is er voldoende legitimatie bij gemeenschappelijke regelingen?" Bij gemeenschappelijke regelingen is inherent sprake van een afstand tussen de volksvertegenwoordiging en het bestuur van het samenwerkingsverband. Volgens mij refereerde de heer Vermeer al aan de laatste wijziging van de Wgr; hij had het over 2022. Zijn kennis klopt; volgens mij is de vormgeving in 2021 gedaan en is deze wet ingegaan per 2022. Bij deze laatste wijziging hebben we geprobeerd om deze afstand te verkleinen door de raad meer wettelijke mogelijkheden te geven om invloed en controle uit te oefenen op de besluitvorming door een gemeenschappelijke regeling. We zijn ons daarbij ervan bewust dat het legitimiteitsprobleem niet volledig zal worden opgelost; er blijft sprake van een verlengd lokaal bestuur. De wijzigingen van de Wgr worden binnenkort geëvalueerd om te kijken of ze in de praktijk ertoe hebben geleid dat er meer grip en controle is voor de lokale volksvertegenwoordigers. Verder is het van belang je te realiseren dat we als Rijk ook een belangrijke rol spelen in de opkomst van gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingsverbanden. Door steeds meer taken neer te leggen bij gemeenten, zien zij zich genoodzaakt om die onderlinge samenwerking op te pakken, want zelfstandig lukt het niet altijd. Ook worden er samenwerkingsverbanden als veiligheidsregio's, omgevingsdiensten en RES-regio's verplicht of semiverplicht opgelegd. Maar er komt dus een evaluatie van de laatste wetswijziging, die er destijds juist op gericht was — de heer Vermeer verwees ernaar — om die democratische invloed lokaal te vergroten.

Versie 3f198e6e59deeb06bf5df9a247a19862c9036b4adaa6b2a3c72f1010a573bf10 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.