KamerkringInloggen
← Verkenner

Uitspraak · 8 okt 2026 · Tweede Kamer

Gewasbeschermingsmiddelen

Brontekst

Staatssecretaris Erkens: Dat is het grootste blokje, dus dat komt goed uit. Het lid Van der Plas vroeg hoe het verschil tussen grondsoorten en weersomstandigheden eerlijk meegewogen wordt. Benchmarking is een manier om op teeltniveau te kunnen vergelijken. Een systeem zou mogelijk op gebiedsniveau kunnen worden ingericht, waardoor die vergelijkingen ook mogelijk zijn. Dat zijn we nu aan het onderzoeken. Daar komen we dus op terug aan de hand van het onderzoek. Het lid Van der Plas had vragen over knelpunten op precisietechnieken en gebruiksvoorschriften, die soms bijten. Ze vroeg of we dat met het Ctgb willen gaan verkennen. Ik zie ook het belang van precisietechnieken voor een toekomstbestendige teelt. Het afgelopen jaar heeft er trouwens om die reden al een behoorlijke verkenning plaatsgevonden. Er is nauw samengewerkt met diverse sectorpartijen, de toezichthouder en ook het Ctgb om te bezien hoe belemmeringen voor het gebruik van precisietechnieken kunnen worden weggenomen. Hierbij wordt zowel gewerkt aan verbeterde communicatie naar telers alsook aan verduidelijking over het kader van veiligheid voor mens en milieu, zowel de borging binnen techniek als het toelatingsproces van nieuwe middelen. Er zijn dit jaar twee onderzoeken uitgezet bij de Wageningen Universiteit om dit proces te ondersteunen. In de zomer van 2027 moeten die uitkomsten er zijn. Aan de hand daarvan kunnen we inderdaad hopelijk verdere belemmeringen die we zien wegnemen. Het lid Van der Plas vroeg welke mogelijkheden er zijn om gewasbeschermingsadviseurs te belonen bij verminderingen van gewasbeschermingsmiddelen. Minder gebruik van middelen wanneer dit kan, is ook voor de telers zelf goed, omdat deze middelen ook gewoon duur zijn. Adviseurs van telers die gewasbeschermingsmiddelen gebruiken, dienen gecertificeerd te zijn, waarbij ook kennis over niet-chemische alternatieven wordt vereist. Daarnaast zullen telers en adviseurs gebruik kunnen gaan maken van een benchmarkingsysteem, waarbij ook de teler natuurlijk aan de adviseur zou kunnen vragen: ik zie dat mijn collega minder gebruikt en daar komen minder kosten bij kijken, terwijl de teelt tegelijkertijd goed lijkt te gaan, dus hoe kan ik dat ook bereiken? Voor adviseurs is er dus wel degelijk de rol om daarin te helpen. Wil de staatssecretaris via het convenant afspraken maken over zaadbehandelingen binnen een gelijk speelveld? Er zijn op dit moment geen bijzondere beperkingen opgelegd aan het behandelen van zaaizaad met gewasbeschermingsmiddelen. Als een gewasbeschermingsmiddel als zaadbehandeling toegepast wordt, dient hier echter een toelating voor te zijn. Indien er geen reguliere toelating is, kan de sector mij verzoeken hiervoor een vrijstelling te verlenen. Voor die vrijstellingen vragen we advies aan het Ctgb en de NVWA omtrent de noodzakelijkheid en ook de risico's voor mens, dier en milieu. Als blijkt dat ze aan die eisen kunnen voldoen, sta ik daar welwillend tegenover. Dus als er een specifieke casus is, is dit het traject om te doorlopen. De heer Jansen vroeg of ik kan toezeggen dat we voldoende middelen in het medicijnkastje hebben. Ik vind het belangrijk dat middelen alleen op de markt mogen wanneer wetenschappelijk is aangetoond dat deze veilig kunnen worden toegepast, dus ik leun wel echt op het Ctgb voor de vraag wat er toegestaan en niet toegestaan is. Daar vertrouw ik ook erg op, maar het is wel van groot belang dat telers alternatieven krijgen. We zetten, zoals ik net aangaf, op meerdere manieren in op het snel ontwikkelen en toelaten van alternatieven, zowel via het Ctgb als via de Europese inzet met EFSA. Aan de andere kant is dat inderdaad ook met CRISPR-Cas en zaadveredeling, met innovaties en precisietechnieken. Op veel mogelijke manieren proberen we dat perspectief voor die telers dus juist te verbeteren. Het lid Den Hollander had gevraagd: hoe voorkomt de staatssecretaris dat middelen sneller verdwijnen? Dat is, denk ik, een beetje het dilemma in dit dossier dat we met elkaar bespreken. We leunen op de wetenschappelijke adviezen. Dat betekent dat wij er op het gebied van waterkwaliteit, leefomgeving en natuurkwaliteit voor zorgen dat middelen alleen op de markt kunnen komen en blijven als dat verantwoord kan. Dat betekent ook dat er soms middelen verdwijnen. Het grote probleem waar we wel tegenaan lopen, is dat die alternatieven onvoldoende snel ontwikkeld en toegelaten worden. Er kwam mij gisteren een voorbeeld ter ore. Er was een alternatief middel ontwikkeld door een ondernemer in Nederland. De inschatting was dat hij tien, vijftien jaar moest wachten voor zijn alternatieve biologische gewasbeschermingsmiddel op de markt zou komen. Dat is echt een onderdeel van het convenant, hoe we dat bovenop wat we al doen met het Ctgb — het amendement- Podt/Bromet helpt daarmee en de green lanes helpen daarmee — verder kunnen versnellen, want dat is wel echt de enige route om voor de telers een uitgebreider medicijnkistje te ontwikkelen. Dan de vraag van de heer Flach of ik precisietechnieken ook mooi vind. Ja, dat vind ik inderdaad ook heel mooi en daar gaan we meer op inzetten. Ik gun telers die zich inzetten voor een toekomstbestendig teelsysteem een brede keuze aan middelen en maatregelen. Daar zet ik me ook voor in. Dat betekent niet per se dat er meer middelen beschikbaar zijn. Het Ctgb laat inderdaad soms al middelen toe onder strenge gebruiksvoorschriften, die je dus in het uiterste geval onder strenge voorwaarden wel mag gebruiken. We hebben ook het instrument van de vrijstelling, dat ik net beschreven heb. Soms worden er inderdaad als er geen alternatieven zijn aanvullend middelen vrijgesteld. Vaak komen die met aanvullende verplichtingen op hoe je die toepast, dus met driftreductie et cetera. Die route staan we dus al toe. Het is natuurlijk wel een vrij onzekere route voor telers, omdat je elk jaar afhankelijk bent van opnieuw het wel of niet verlenen van een vrijstelling. Het belangrijkste is dus wat mij betreft dat we met het convenant echt tot versnelling aanzetten van de ontwikkeling van de alternatieven en de precisietechniek eigenlijk gebruiken om niet continu in een situatie te komen dat men mij moet verzoeken om een vrijstelling, want als ondernemer neem je daar wel altijd veel risico. Welke concrete stappen zet het kabinet om de systematiek van het Ctgb te versnellen bij het groene loket, vraagt de heer Jansen. Ik ondersteun, ook op nadrukkelijk verzoek van de Kamer, het versnellen daarvan. Het Ctgb krijgt extra capaciteit voor het groene loket aan de hand van het amendement dat ik net genoemd heb, waarbij ook aanvragen voor groene middelen voorrang krijgen. Daarnaast investeren we in kennis en expertise bij EFSA voor de Europese goedkeuring van groene stoffen. Een deel ligt nationaal op middelenniveau. Dat hebben we nu volgens mij nu veel beter ingericht met elkaar, maar de goedkeuring van stoffen gaat heel traag. Daar heb ik uiteraard al vaak met uw Kamer van gedachten over gewisseld in onze omnibusdebatten. Daarnaast werken we dus ook aan de versterking van EFSA, los van de Omnibus, zodat daar ook meer capaciteit is om inderdaad die backlog op die groene middelen, die groene stoffen weggewerkt te krijgen. Wat kan Nederland zelf doen om de toelating te versnellen? Die heb ik volgens mij net al beantwoord. De vraag over de extra middelen voor het Ctgb heb ik ook beantwoord. Verder loopt er samen met de sector een pilot die experimenteerruimte gaat bieden voorafgaand aan de toelevering op het gebied van groene middelen. Waarom worden de toelating van en de ontheffingen voor middelen buiten het convenant gehouden? De heer Flach vroeg dat. Het toelatingskader is vastgelegd in Europese regelgeving en aanpassing dient dan ook daar te gebeuren. Zie ook het recente Omnibusvoorstel. De regels voor ontheffingen zijn grotendeels ook vastgesteld. Ik vind het echt belangrijk dat ontheffingen voor en toelating van middelen alleen ingezet worden bij daadwerkelijke landbouwkundige noodzaken. De toelatingscriteria voor middelen heb ik ook buiten het convenant gehouden, omdat ik dat gewoon niet politiek wil maken. Dat zou namelijk aan de ene kant kunnen betekenen dat we zaken langer toe zouden staan die bijvoorbeeld effecten hebben op de volksgezondheid, natuurkwaliteit of waterkwaliteit en aan de andere kant zou het ook kunnen betekenen dat er eerder middelen van de markt gehaald worden dan wetenschappelijk onderbouwd kan worden. Ik wil dat proces echt zo zuiver mogelijk bij de wetenschap en het Ctgb houden. Dus dat is de reden dat het erbuiten geplaatst is. Het lid Den Hollander had een vraag — misschien met nog iemand, maar daar kom ik op terug — over welke concrete nationale en Europese belemmeringen voor geïntegreerde gewasbescherming geïnventariseerd zijn en wanneer die worden weggenomen. Zoals verzocht via de motie-Den Hollander van afgelopen zomer, zijn we op dit moment bezig met het onderzoeken van de wettelijke belemmeringen. Graag wil ik de focus hierbij leggen op wettelijke belemmeringen bij de toelating van groene middelen specifiek. Daarbij kijken we nu naar regulatory sandboxes. Die kunnen bijdragen aan het wegnemen van belemmeringen en echt voor versnelling zorgen. Voor het einde van het jaar kan ik uw Kamer schriftelijk verder informeren over de uitvoering van de motie. Dan heb ik een vraag van het lid Bromet over glyfosaat. De Europese goedkeuring van glyfosaat is in 2023 verlengd. Uw Kamer heeft zich echter nadrukkelijk uitgesproken om het gebruik van glyfosaat zo veel mogelijk te beperken. Ik heb uw Kamer er begin dit jaar over geïnformeerd dat de Raad van State niet positief heeft geadviseerd over een generieke verplichting voor het gebruik van alternatieven voor glyfosaat. Binnen het convenant maken we wel afspraken over het terugdringen van het gebruik van glyfosaat, bijvoorbeeld op graslanden. Dat werd in het voorbeeld al genoemd. Met het kennis- en innovatieprogramma van het convenant ondersteun ik tevens innovatieve projecten, ook op het gebied van onkruidbestrijding om zodoende het gebruik van glyfosaat te kunnen verminderen. Ik ben ook bereid dit onderwerp met klem in te brengen aan de convenanttafel. Dat kan ik toezeggen. Ik kan daarbij ook zeker de zorgen van de Kamer overbrengen. Ik denk dat u zelf in november aanwezig bent om een soortgelijk geluid te verkondigen aan de kerntafel. Uiteindelijk is het ook aan de politiek en de Kamer om een oordeel te vellen over het convenant, om te beoordelen of u dat voldoende vindt of niet. De hele commissie is uitgenodigd, u allen. Ik hoorde iemand vragen: ik ook? Inderdaad, de hele commissie is uitgenodigd. We verheugen ons op uw aanwezigheid. Mevrouw Van der Plas vroeg: wil u onderzoeken of toegelaten gewasbeschermingsmiddelen alleen onder aanvullende voorwaarden toegepast kunnen worden? Ik heb net al aangegeven dat het Ctgb echt die beoordeling doet en dat ik het ook daar wil laten. Er bestaat trouwens wel een mogelijkheid om vrijstellingen te geven bij landbouwkundige noodzaken, maar wel met die extra toets van de NVWA op handhaving en van het Ctgb op de veiligheid van mens, dier en milieu daarbinnen. Is het behoud van de productie van Hollandse aardappelen, groente en fruit een uitgangspunt, vroeg de heer Flach. Er zijn verschillende deelconvenanten voor verschillende sectoren. Per sector kijken we dus ook naar afzonderlijke reductiedoelstellingen. Het moet geen automatisme zijn dat er meteen aan middelen wordt gedacht als de gezondheid van de teelt wordt bedreigd. We willen de teelt weerbaarder maken. In het convenant zijn er eigenlijk twee uitgangspunten. Het ene uitgangspunt is dat we de schadelijke effecten fors gaan verminderen met elkaar, met een specifieke focus op leefomgeving, water en natuur. Het andere uitgangspunt draait inderdaad om het perspectief voor de telers en de overgang naar een geïntegreerde en meer duurzame gewasbescherming. Dus dat is inderdaad een uitgangspunt. Kan het kabinet reageren op de brief van onderzoeker Homberg over wat Nederland van Denemarken kan leren met betrekking tot bestrijdingsmiddelen? Ik zal de brief bekijken en de Kamer hier schriftelijk op terugkoppelen. Mijn voorstel is om daar ook Zweden in mee te nemen, gegeven de vraag van de heer Flach. Dan krijgt u informatie over het beleid in Denemarken en Zweden, over wat werkt en wat we ervan kunnen leren. Als ik u echt van een goede reactie wil voorzien, moet ik de brief wel afstemmen met het Ctgb en de NVWA. Het zal dus niet op heel korte termijn zijn. Ik kom voor de afronding van het debat met een termijn. Ik zie dat u dat mij wilde vragen, voorzitter. Dan kan er naast mij driftig nagedacht worden over wat haalbaar is daarbinnen. Is de staatssecretaris het met de ChristenUnie eens dat dit een belangrijke route is naar het verminderen van gewasbeschermingsmiddelen? Die vraag heb ik al beantwoord. De vraag over bovenwettelijke financiering heb ik ook beantwoord. De vraag over naleving en handhaving is beantwoord en die over Zweden ook. Dan de motie-Goudzwaard. De heer Goudzwaard is net vertrokken zie ik, maar ik ga zijn vraag toch beantwoorden. Ik heb in mijn brief van 5 oktober aangegeven hoe ik uitvoering geef aan de motie en ik ben niet voornemens om daar nog een andere koers op te varen, omdat het ons gewoon ontbreekt aan de kennis en capaciteit om een goede invulling aan de motie te geven. Het is voor ons als ministerie heel moeilijk om afzonderlijk zonder veel input van de sector voor elke teelt de knelpunten en de effectiviteit te gaan vastleggen. Dat zou betekenen dat ik een groot deel van mijn ambtelijke capaciteit hieraan kwijt zou zijn, capaciteit die ook ingezet moet worden voor alle andere verzoeken van de Kamer en het succesvol afronden van het convenant. Ik ben dus niet bereid om die motie van de heer Goudzwaard anders uit te voeren.

Versie decceb76cc3becf6f7589f30c3547aa66ce76d0622a1aa473127bf3f106e26fb · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

16 okt 2026 · 71232141140683ab

16 okt 2026 · 661ce379ec385cbb

Gegevens

Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.