Uitspraak · 8 okt 2026 · Tweede Kamer
Gewasbeschermingsmiddelen
Brontekst
Staatssecretaris Erkens: Ja. Dan kan ik niet verwijzen naar de collega van IenW, want die is weg. Voorzitter. Het lid Podt had een vraag over een motie voor een Europees verbod op pfas, om te kijken welke nationale maatregelen genomen kunnen worden om het uit het drinkwater te houden. Hoe staat het ermee, vraagt ze. Nou, de betreffende motie gaat over pfas-houdende biociden. Mijn collega van IenW streeft naar een Europees verbod op pfas-houdende biociden. Mits er alternatieven zijn, stemt IenW ook tegen nieuwe goedkeuring van pfas als werkzame stof. Nederland deelt ook actief kennis met gelijkgestemde lidstaten, net als dat Nederland inzet op het uitfaseren van pfas en daarbij ook coalities vormt met andere lidstaten om dat voor elkaar te krijgen. Het Ctgb kan pas per '28 een aantal middelen beoordelen. Dat was ook een vraag van het lid Podt, die daar eerder ook een interruptiedebatje over had. Vindt u het verdedigbaar dat het nog een aantal jaar op de markt blijft, vraagt ze. Pfas kent risico's voor onze gezondheid en leefomgeving. Het kabinet wil daarom de vraag naar pfas-houdende producten terugdringen en helpen om tot alternatieven te komen. De toelating van middelen loopt via het Europese goedkeuringskader. Nederland pleit ervoor om versneld Europees pfas-houdende stoffen te herbeoordelen, maar vindt het daarbij wel belangrijk dat telers ook beschikking hebben over alternatieven om hun teelt gezond te houden. In het convenant gewasbescherming zetten we specifiek in op samen met de sector pfas-emissies uitfaseren en alternatieven ontwikkelen. Kijk naar het voorbeeld van Denemarken, waar het in het interruptiedebatje van net ook over ging. Dat heeft te maken met het feit dat in Denemarken die herbeoordeling al heeft plaatsgevonden, aan de hand van nieuwe wetenschappelijke inzichten. Zodra dat geconstateerd was in Denemarken, heeft de Ctgb in Nederland besloten om datzelfde proces te gaan doorlopen, dus datzelfde onderzoeken te gaan doen in Nederland en diezelfde middelen te gaan herbeoordelen. Dat duurt inderdaad tot 2028. Dat heeft ermee te maken dat dit processen zijn die we volgens standaardprocedures met elkaar doorlopen. Daarbij wil ik wel benadrukken dat de impact van de besluiten die er uitkomen ook heel groot kunnen zijn voor de sector. We hebben ook gezegd dat we daarop gaan anticiperen. Met de convenantspartijen samen wordt er dus ook al nagedacht over hoe we ervoor zorgen dat we die teelt op een andere manier kunnen beschermen als het in besluit in 2028 tot uitfaseren of het vrij snel van de markt halen van die middelen inderdaad valt. Voorzitter. Dan was er nog een vraag van het lid Podt: "Het Ctgb lijkt onvoldoende mandaat te hebben, volgens de ILT, om de overige stoffen zelf te onderzoeken. Wat gaat de staatssecretaris daaraan doen?" Ik ben met het Ctgb in gesprek om te bepalen welke additionele informatie zij nodig hebben om overige pfas-middelen te kunnen beoordelen. Het Ctgb is zelf geen onderzoeksinstelling en kan daarom zelf ook geen onderzoek doen naar middelen die ze nog niet herbeoordelen. Op basis van het gesprek dat ik met het Ctgb heb, ben ik bereid dat onderzoek om te bepalen welke overige pfas-middelen tot TFA kunnen afbreken, uit te zetten, zodat ze ook die middelen kunnen herbeoordelen aan de hand van dat onderzoek. Daaraan wil ik nog toevoegen dat de herbeoordeling die op dit moment plaatsvindt 46 middelen betreft. Dat is ongeveer 64% van het volume van die stof in Nederland. Ongeveer twee derde daarvan is nu dus onderdeel van die herbeoordeling. Voor die overige een derde ga ik met het Ctgb in gesprek om een goed onderzoek uit te zetten daarvoor. Voorzitter. De heer Goudzwaard had het over alternatieven en vroeg of ik per relevante teelt kan aangeven waar het wegvallen van TFA-vormende middelen tot knelpunten gaat leiden en welke alternatieven er beschikbaar zijn. Zoals ik net aangaf, zal het grote impact op verschillende teelten hebben als die wegvallen. Twee jaar is wat dat betreft ook niet heel lang. Ik heb uw Kamer voor de zomer een eerste impactanalyse gestuurd. Ik ben in gesprek met de partijen in het convenant over hoe we alternatieven sneller op de markt kunnen krijgen. Uiteraard kijken we daarbij ook naar de betaalbaarheid en uitvoerbaarheid voor telers. Dit zal waarschijnlijk echt betekenen dat we vrij snel moeten schakelen in de komende maanden. 2028 lijkt namelijk te lang aan de ene kant, vanuit de zorgen op het gebied van pfas en TFA, maar is tegelijkertijd al heel snel voor telers, gezien het belang van die middelen. Mevrouw Van der Plas had een vraag over de waterkwaliteit. In het convenant op hoofdlijnen is afgesproken om gegevens over waterkwaliteit sneller te delen, zodat we die ook in gebiedsprocessen kunnen benutten. In de glastuinbouw zijn er trouwens al goede voorbeelden van dat sneller terugkoppelen van normoverschrijdingen helpt om de problemen aan te pakken in specifieke regio's. De waterkwaliteit wordt structureel gemeten in de Bestrijdingsmiddelen Atlas. De resultaten gebruiken we ook om met de sector in gesprek te gaan, zeg ik tegen mevrouw Van der Plas. Mevrouw Van der Plas had ook een vraag over welke mogelijkheden er bestaan voor maatregelen rond specifieke stoffen en gebieden, zoals emissiereducerende technieken en passende afstanden tot sloten in plaats van generieke maatregelen en verboden. In het Besluit activiteiten leefomgeving zijn specifieke regels opgenomen over het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen, zoals het aanhouden van bufferzones. Daarnaast wordt ingezet op innovatieve technieken om gebruik en emissies te reduceren. In het convenant werken we met de sector aan maatregelen, waarbij het opstellen van maatregelen en gebiedsprocessen ook nadrukkelijk op tafel ligt. Als uit een gebiedsproces maatregelen komen die tot hetzelfde doelbereik leiden als generieke maatregelen, kun je ook met gebiedsgerichte maatregelen het doel invullen. Dan is er dus ook een alternatief. Dan is er volgens mij ook een prikkel om te werken aan dat alternatief. De heer Flach vroeg nog over gebiedsprocessen voor overschrijdingen van de Kaderrichtlijn Water. Daar lopen een aantal gebiedsprocessen op, om normoverschrijdingen in water aan te pakken. Zoals ik ook al aangaf, werk ik in het convenant met de sector aan maatregelen, waarbij het opstellen van maatregelen voor het doelbereik van de Kaderrichtlijn Water in gebiedsprocessen nadrukkelijk op tafel komt te liggen, conform de vorige vraag, die ik net beantwoord heb. De voorwaarde daarvoor is wel dat die gebiedsgerichte maatregelen tot hetzelfde doelbereik moeten komen als de generieke maatregelen, maar die route is beschikbaar en die werken we ook verder uit op het gebied van Kaderrichtlijn Water en gewasbescherming. Voorzitter. De heer Lohman vroeg wat op dit moment eigenlijk aantoonbaar veilig is en op basis van welke kennis we de afstand tot woningen, scholen en andere gevoelige locaties bepalen. Ik heb dat volgens mij net al aangegeven in de discussie over de afstanden en de verschillende afstandsnormen waarover je kan nadenken. Resteert mij wel om te zeggen dat gewasbeschermingsmiddelen alleen worden toegelaten na strenge en wetenschappelijke Europese beoordeling. Die beoordeling biedt belangrijke waarborgen en laat alleen middelen toe waarbij geen schadelijke effecten op de gezondheid van mensen en geen onaanvaardbare effecten voor het milieu zijn aangetoond. De beoordeling geeft echter niet voor iedere lokale situatie een generiek antwoord op de vraag of het verantwoord is en wat de afstand zou moeten zijn. We hebben het met Kamer uiteraard ook al vaak gehad over nieuwe wetenschappelijke kennis en inzichten, die we inderdaad veel beter moeten verwerken in het gebruik van middelen. De vaak genoemde afstand van 50 meter is in rechtszaken niet onredelijk geacht, maar kan ook niet gezien worden als een wetenschappelijk onderbouwde veilige afstand, omdat het onderzoek op dat vlak gewoon nog niet toereikend is. Vandaar dat ik net tegen uw Kamer zei: wij hebben onderzoek naar de effectiviteit van maatregelen uitgezet. Daarbij kijken we naar effectiviteit, proportionaliteit en juridische houdbaarheid. Als u, net als ik, van mening bent dat we snel met een beleidskader moeten komen, zullen we die maatregelen ook niet honderd procent wetenschappelijk onderbouwd kunnen krijgen. Dat zal namelijk meer jaren aan onderzoek vergen. Volgens mij is dat ook niet wat uw Kamer van mij vraagt. Voorzitter. Dan ben ik bij de vraag over middelen in de natuur van mevrouw Bromet. Ik vind het belangrijk dat gewasbeschermingsmiddelen alleen worden toegepast wanneer dat veilig kan voor natuur en milieu. Het Ctgb beoordeelt dit en hanteert strenge Europese eisen. Specifiek voor Natura 2000-gebieden zetten we nu aanvullend in op het onderzoek dat ik net noemde. We kijken specifiek naar verdere minimalisatie van de emissies van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen in de zoneringsaanpak, samen met de minister. Er zijn namelijk ook bedrijven die in Natura 2000-gebieden zitten. Daar moet je natuurlijk wel een goed antwoord op hebben. Voorzitter. Hoe gaat de staatssecretaris voor duidelijkheid en rechtszekerheid met gestelde regels, vraagt het lid Den Hollander. Ik onderken het belang van de duidelijkheid en rechtszekerheid die regels bieden. Er wordt ook gestreefd naar uniformiteit bij bovenwettelijke afspraken in het convenant. Ook bij de verdere ontwikkeling van wettelijke regels rondom emissies en toepassing van middelen zetten we hier op in. Het wettelijke gebruiksvoorschrift is de centrale plek voor regels rondom de toepassing van middelen. Het Besluit activiteiten leefomgeving bevat de aanvullende milieuregels. Rechtszekerheid en juridische houdbaarheid hangen inderdaad ook af van de onderbouwing van de maatregelen die wij met elkaar kiezen. Daarbij is trouwens niet altijd een volledig wetenschappelijke onderbouwing nodig voor rechtszekerheid en juridische houdbaarheid, maar we proberen het wel zo goed mogelijk te onderbouwen met elkaar. Dan was dit het blokje.
Versie decceb76cc3becf6f7589f30c3547aa66ce76d0622a1aa473127bf3f106e26fb · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.