KamerkringInloggen
← Verkenner

Uitspraak · 8 jun 2026 · Tweede Kamer

Wijziging van de Omgevingswet, de Wet milieubeheer en de Wet belastingen op milieugrondslag in verband met de implementatie van de herziening van de Richtlijn industriële emissies en de uitvoering van de PIE-verordening

Brontekst

De heer De Hoop (GroenLinks-PvdA): Dank, voorzitter. Ik neem dit debat inderdaad even over van mijn collega Zalinyan. Voorzitter. Mijn fractie kan het voorliggende wetsvoorstel grotendeels steunen, maar we zijn nog niet enthousiast. We hebben ook twee verbetervoorstellen. Het merendeel van onze milieuwetgeving komt uit Brussel. Dat is op zichzelf logisch. Het laatste wat je wilt, is dat vervuilende bedrijven lidstaten tegen elkaar uitspelen of zich vestigen waar de normen het laagst zijn en de handhaving het zwakst. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat de overheid er is om hun gezondheid en hun gezonde leefomgeving te beschermen. Juist daarom moeten we regels hebben die voorkomen dat de lasten van vervuiling terechtkomen bij gewone mensen. Daarvoor is een uniform Europees kader nodig. Voorzitter. Toch wringt een en ander. De wijze waarop dit proces verloopt baart mij zorgen. Vanwege de naderende deadline worden belangrijke stappen overgeslagen die juist bedoeld zijn om de kwaliteit van wetgeving en het democratisch draagvlak te versterken. Inspraak van betrokken partijen ontbreekt en er is geen technische briefing geweest. Verschillende gebruikelijke consultatiemomenten zijn ook niet doorlopen. De staatssecretaris wijst zelf op de hoge werklast op het ministerie. Tegelijkertijd ligt deze implementatieopgave al geruime tijd op tafel. Daarom heb ik twee vragen aan de minister. Welke andere wetgevingsprocessen of omzettingen van Europese regelgeving moeten de komende tijd een vergelijkbaar versneld traject doorlopen? Welke stappen worden gezet om wetgevingsprocessen te herstellen zodat de wetgevingskwaliteit niet verder onder druk komt te staan? Voorzitter. Dan de inhoud van de wet. De wet regelt vooral processen. Normen, emissiegrenzen, technieken, vergunningen, rapportages en handhavingen zijn grotendeels uitgewerkt in onderliggende regelgeving en AMvB's. Dat is op zichzelf begrijpelijk. Tegelijkertijd zie ik nog onvoldoende hoe deze richtlijn binnen het stelsel van de Omgevingswet daadwerkelijk gaat bijdragen aan een beter milieu, minder schade aan natuur en een betere bescherming van de gezondheid. Uiteindelijk moet milieubeleid niet alleen gaan over procedures, maar ook over de vraag of mensen gezonder kunnen leven en of we een groene toekomst dichterbij brengen. Want uiteindelijk gaat het niet alleen over vergunningen en procedures, maar ook over de vraag of mensen erop kunnen rekenen dat de overheid hun gezondheid beschermt. Dat is ook een kwestie van rechtvaardigheid. Te vaak zien we dat de kosten van vervuiling terechtkomen bij gewone mensen, terwijl de economische baten vaak elders neerslaan. Sterker nog, met de nieuwe Europese Omnibusvoorstellen op milieugebied staat de noodzakelijke aanpak van grote vervuilers onder druk. Minder handhaving, ruimere toelatingsmogelijkheden voor schadelijke stoffen, meer invloed voor gevestigde belangen en minder ruimte voor voorlopers: we lijken meer zekerheid te bieden aan vervuilers in plaats van aan de voorlopers. Dat gaat ook ten koste van een level playing field, juist ook voor toekomstig concurrentievermogen. Mijn vraag aan de staatssecretaris: waarom? En hoe kijkt zij aan tegen dit stelsel, dat nu buiten parlementen om wordt geregeld? Wat mijn fractie betreft moeten de BBT-regels rond informatieplicht en onafhankelijkheid verder worden aangescherpt. Vergunningverlening, toezicht en handhaving moeten op orde zijn. We moeten van elke uitstoot en alle vervuiling kunnen uitleggen aan onze burgers welke maatschappelijke waarde daartegenover staat. Daarom zal ik ook een amendement indienen op de toepassing van BBT. Bij de afweging of een schonere techniek moet worden toegepast, moet wat mij betreft ook nadrukkelijker worden gekeken naar de maatschappelijke kosten en baten. De kosten voor vervuiling verdwijnen niet als ze niet op de balans van het bedrijf komen te staan. Die komen namelijk terecht bij de samenleving, die opdraait voor de milieuschade. De maatschappelijke schade van milieuvervuiling bedraagt naar schatting 46 miljard euro per jaar. Dat is extreem veel, meer dan wat we investeren in toezicht en handhaving van bestaande regels. Bedenk wat betere regels en scherpere normen ons zouden kunnen opleveren, maar op dit moment kunnen we niet eens alle vergunde emissies naar lucht en water bij elkaar optellen om inzichtelijk te maken wat precies in ons milieu terechtkomt. Daardoor weten we onvoldoende wat de gezamenlijke impact is op de gezondheid en op de kwaliteit van onze leefomgeving. Juist daarin schiet het huidige systeem tekort. Stoffen worden vaak afzonderlijk beoordeeld, terwijl mensen en de natuur worden blootgesteld aan de optelsom. Als overheid moeten we hen daar beter tegen beschermen. Daarom dien ik nog een tweede amendement in, om de registratie van emissies van zeer zorgwekkende stoffen te verbeteren. In de richtlijn worden terecht eisen gesteld aan het minimaliseren van deze emissies, maar de registratie daarvan is niet verplicht. Dat vind ik moeilijk uit te leggen. Zonder deze verplichte registratie weten we niet wat er terechtkomt in ons milieu en in onze drinkwaterbronnen.

Versie 385bb3e61001f88b8405175a01921f95ceacbbc3b639cf0ff28ab3a0bafbd4ee · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · c324ce4ab0ca37ea

12 okt 2026 · d383ed684d507210

Gegevens

Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.