Digitale ontwikkelingen in de zorg
Brontekst
Versie a660cdf88a1a0a39 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenMinister Sterk: Ik heb even het antwoord ingefluisterd gekregen dat de NANDA daarna is gekomen en dat die nu geïncorporeerd gaat worden in SNOMED CT. Ik stel voor dat ik er in tweede termijn nog even op terugkom, want anders ga ik misschien hele gekke dingen zeggen; dat moeten we hier niet hebben. Voorzitter. De heer Claassen vroeg of de minister met bindende afspraken komt die gevalideerd zijn binnen het Informatieberaad en met de beroepsgroepen zelf. Ik betrek inderdaad het Informatieberaad Zorg om mij te adviseren en om met hen af te stemmen hoe we kunnen komen tot uitvoerbare landelijke afspraken. In de uitwerking van de EHDS worden momenteel ook afspraken gemaakt over het gebruik van terminologiestandaarden voor het Europese uitwisselformat. Ik zet me er in de onderhandelingen in Europees verband voor in om onder andere SNOMED CT als standaard te gebruiken. Die afspraken worden in maart 2027 opgeleverd. De mogelijke Nederlandse verplichtingen moeten daarmee in lijn zijn. Mevrouw Wendel vroeg: "Hoe komt het nou dat zorgverleners zo weinig enthousiast zijn over de digitale zorg? Gebeurt het dan wel op de juiste manier?" Ik herken eerlijk gezegd niet geheel het beeld dat er geen enthousiasme is, want ik heb de afgelopen tijd ook best wel heel veel zorgprofessionals gesproken die wél enthousiast zijn, bijvoorbeeld een huisarts die spraaktechnologie toepast in haar praktijk, waardoor ze niet een heel rapport hoeft te schrijven en er eigenlijk veel meer tijd overblijft om met haar cliënten te kunnen spreken. Maar het is natuurlijk wel zo dat digitale zorg gewoon een andere manier van werken en voldoende aandacht in opleidingen vraagt, want voordat je weet hoe zoiets werkt ... Ik weet niet hoe het gaat als u een nieuwe vaardigheid leert, maar bij mij duurt het altijd even voordat ik er ook echt van kan genieten, om het zo maar te zeggen. Ik denk dat dat eigenlijk ook geldt in de zorgsector. Daar moeten we gewoon nog heel veel op inzetten. Daarnaast moeten we ook voorwaarden als kwaliteit en veiligheid en voorwaarden op het gebied van financiering en databeschikbaarheid goed regelen. Daardoor ligt de adaptatiesnelheid, dus de mate waarin je je snel kunt aanpassen aan het gebruik van dat soort middelen, soms ook laag. We hebben wel een aantal instrumenten in het IZA en het AZWA die daarbij ondersteunen. Dat gaat dan met name om instrumenten voor de langdurige zorg, bijvoorbeeld Digizo.nu. We hebben ook de speciale coalitie Digivaardig in de zorg, die daar ook aan bijdraagt. Mevrouw Wiersma vroeg hoe we nou zorgen dat de landelijke standaarden ook werkbaar worden op de werkvloer. Dat doen we dus door ze samen met de organisaties te maken, juist ook in gesprek over de vraag: kunnen we hier in de praktijk wat mee? We werken daarvoor nu ook aan een leidraad voor de eindgebruiker. Dat moet een hulpmiddel zijn bij het uitwerken en implementeren van die standaard. Die is dus vooral voor degenen die er mee moeten gaan werken. Mevrouw Maeijer had nog een vraag over de aanbevelingen die voortkomen uit de monitor, zoals het blijven ondersteunen van de toegankelijkheid van digitale zorg en het ondersteunen van zorgverleners. Dat zijn allemaal belangrijke aanbevelingen. Vanuit de akkoorden heb ik in de Intensiveringsagenda Digitale en Hybride Zorg afspraken gemaakt over onder andere digitale vaardigheden en inclusie. Voor de optimale benutting van digitale zorg in het belangrijk dat zorgverleners en patiënten, cliënten en burgers vertrouwen hebben in het gebruik ervan door professionals. Daarom ondersteunen we de gebruikers via de AZWA-afspraken over de Helpdesk Digitale Zorg, de Alliantie Digitaal Samenleven en — ik zei het al — de coalitie Digivaardig in de zorg. De heer Vervuurt vroeg of ik kan toezeggen dat ik ga onderzoeken of ik kan komen tot een concrete meerjarige digitalezorgagenda met duidelijke doelen. Kortweg kan ik inderdaad zeggen: ja, dat kan ik doen. Wij gaan eerst kijken naar de evaluatie die plaats gaat vinden. Ik probeer het antwoord wat in te korten, voorzitter, maar ik geloof dat het niet helpt. Ik ga er toch maar even wat meer tekst aan wijden. We zijn bezig met de nadere uitwerking van beleid en regelgeving. Daarbij gebruik ik de geprioriteerde categorieën van de EHDS als basis. Onze nationale doelen moeten bijdragen aan toekomstgerichte zorg. Die vullen daar ook een aanvulling op voor zover die in lijn zijn met de EHDS. De Wegiz zet ik nu in om voortgang te blijven boeken. Die bereidt immers ook voor op de EHDS door te werken aan de interoperabiliteit en de standaardisering in testfaciliteiten. Dat betekent voor de tijdlijn dat wij concreet de wettelijke verplichting voor de eOverdracht in 2028 in werking laten treden. Voor de Basisgegevensset Zorg en Acute Zorg als nationale aanvulling laten we die tegelijk ingaan met de verplichtingen uit de EHDS, in 2029. Voor Medicatieoverdracht als nationale aanvulling laten we die tegelijk ingaan met de verplichtingen uit de EHDS. Dat gebeurt dan in 2029 en in 2031. Wat betreft de Beeldbeschikbaarheid onderzoek ik of er een nationale wettelijke verplichting gerealiseerd kan worden die vooruitloopt op de EHDS in 2031. Ik kan me echter voorstellen dat u het graag nog een keer op papier heeft, want dit is wel heel veel informatie. Dat komt dus nog een keer in een brief.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.