KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 12 feb 2026 · Tweede Kamer

Selibon

Brontekst

Staatssecretaris Aartsen: Dank, voorzitter. Vanuit mijn hoedanigheid als staatssecretaris zal ik beginnen met iets te zeggen over de situatie daar. De vragen vanuit de commissie over waarom dit nog niet is opgelost en waarom er nog niet is ingegrepen, zijn terecht, denk ik. Ik zal iets zeggen over de ingewikkeldheid van wat we daar hebben gedaan. Ik zal ook een aantal vragen beantwoorden ten aanzien van de leefomgeving en het stelsel rondom vergunning, toezicht en handhaving. De staatssecretaris van BZK zal ingaan op het interbestuurlijk toezicht en de gesloten bestuursovereenkomst. Ik zal ook nog wat zeggen over de brief die ik u vandaag heb toegestuurd. De heer Ceder begon daar het debat volgens mij ook mee. Ik heb zelf acht jaar Kamerlid mogen zijn, dus ik weet hoe vervelend het is om 's ochtends nog een brief te mogen ontvangen. Excuses daarvoor. Ik zal zo uitleggen waarom ik het toch verstandig vond om u hierover te informeren. We kunnen daardoor namelijk volgens mij het debat beter voeren met elkaar. Die informatie wilde ik daarom niet volledig achterhouden, want er lopen nog wat technicalities. Maar ik vond het wel gepast om dat nu te doen. Ik zal er straks inhoudelijk wat meer over zeggen. Volgens mij worden de ernst en urgentie van de situatie breed gedeeld. Dat merk je hier in de Kamer. Het maakt wat dat betreft ook niet uit hoe je de informatie tot je neemt, of dat nu met foto's, rapporten of de verhalen van mensen daar is. Ik denk dat voor iedereen die de beelden van het eiland ziet, de verhalen hoort of de rapporten leest de conclusie is dat dit moet worden opgelost, dat de situatie zeer ernstig is en dat er iets moet worden ondernomen. Die conclusie delen we. Die eensgezindheid over het feit dat het probleem linksom of rechtsom moet worden opgelost, delen de staatssecretaris en ik ook. De vraag waarom dit niet wordt opgelost en er niet wordt ingegrepen is, denk ik, ook terecht. Dat wordt ook breed gedeeld. Dat zijn hele belangrijke vragen. Tegelijkertijd is het antwoord daarop ook heel erg lastig te geven. Ik zal zo meteen iets zeggen over waarom het zo complex is om in te grijpen en wat de belemmeringen daarbij zijn. Ik zal daarna iets zeggen over wat we wel doen en ook over wat we willen doen. Laat ik hier ook duidelijk stellen dat het niet zo is dat de staatssecretaris en ik denken: "Ach, laat maar. We doen niks. Laat die mensen maar aan hun lot over." Dat is natuurlijk niet het geval. Wij zien die beelden en de situatie daar ook. Wij voelen ook het ongemak. Je wilt het goede doen voor mensen. Niks doen is dan ook heel vervelend. Tegelijkertijd hebben wij als beide staatssecretarissen natuurlijk ook de verantwoordelijkheid om te worstelen met de complexiteit achter de vraag waarom er niet wordt ingegrepen. Mevrouw Tseggai vroeg mij dat ook heel mooi. Zij vroeg welke bevoegdheden er, zowel nu als in de toekomst, nodig zijn om in te kunnen grijpen. Dat heb ik even als structuur voor mijn verhaal gebruikt. Waarom wordt er nu niet ingegrepen? Waarom is het zo verschrikkelijk complex om dat te doen? Het eerlijke verhaal is dat wij gebonden zijn aan de democratische spelregels die we met elkaar hebben afgesproken. Dat zit 'm in het feit dat het bestuurscollege een democratisch gekozen orgaan is binnen ons Koninkrijk. Het is dus niet zomaar toegestaan om dat terzijde te schuiven. Hoe verschrikkelijk de beelden en de situatie ook zijn, wij kunnen niet zomaar zeggen dat we die spelregels aan de kant duwen. Daar hebben we interbestuurlijk toezicht en een interventieladder voor. Ik denk dat de staatssecretaris van BZK daar straks iets over zal zeggen. Wij kunnen en mogen dat natuurlijk niet zomaar doen. Wij hebben ons te houden aan die bestuurlijke spelregels. In het voorjaar van vorig jaar is er door de waarnemend Rijksvertegenwoordiger natuurlijk wel een besluit genomen en dat is teruggefloten door de rechter. De rechter heeft daarvan gezegd: dit is niet hoe het spel binnen het Koninkrijk gespeeld dient te worden. Daarvan kunnen we vinden wat we vinden, maar dat is wel de situatie die er op dat moment gold. Ook wij zijn gebonden aan rechterlijke uitspraken als deze, die de regie weer teruglegde bij het openbaar lichaam. Dat dwingt ons op dit moment ook om de interventieladder op een goede en zorgvuldige wijze met elkaar af te lopen. Het is nu fase 3. Op dit moment werkt de ILT aan een rapportage om de Rijksvertegenwoordiger te helpen om die volgende stap te kunnen zetten. Daar is ook onderbouwing voor nodig; de ILT geeft die ook. Die ILT hoopt nog deze maand de rapportage — dat hebben ze me vanmorgen nog laten weten — af te kunnen ronden, zodat we voldoende onderbouwing hebben om een eventuele volgende stap te kunnen zetten. Voorzitter. Een ander element waardoor het zo ingewikkeld is, heeft te maken met de aard van het VTH-stelsel, het stelsel van vergunningen, toezicht en handhaving. Er doen zich hier twee problemen voor. De situatie op Bonaire kenmerkt zich niet zozeer doordat het een probleem binnen het VTH-stelsel is, maar doordat het een probleem is van bestuurskracht en uitvoeringskracht. Daar zit de kern van het probleem en dat is ook de reden waarom we via interbestuurlijk toezicht en de interventieladder dienen in te grijpen. Een ander element binnen het VTH-stelsel is nou juist dat de staatssecretaris van IenW in dezen stelselverantwoordelijke is, maar tot mijn eigen frustratie heb ik geen enkel wettelijk instrumentarium, ook niet binnen het Nederlandse deel van het VTH-stelsel, om te kunnen interveniëren. Ik heb meerdere casussen lopen, ook in Nederland, zoals die van Chemours en een aantal andere casussen, waar echt wel wat is gebeurd en waarbij er ook strafrechtelijke aangiftes liggen. Ik heb de andere Kamercommissie, die van I&W, er ook al een aantal keer over geïnformeerd dat er op dit moment een wettelijk instrumentarium ontbreekt om goed vorm te kunnen geven aan die stelselverantwoordelijkheid. Dit is ook de reden waarom ik inmiddels het wetsvoorstel Versterking VTH-stelsel milieu, inclusief een interventiemogelijkheid voor de staatssecretaris, ter internetconsultatie heb liggen. Het gaat over het Nederlandse deel, dus het is niet van toepassing op het Caribisch deel van Nederland. Het ligt nu ter internetconsultatie. Ik zal u besparen wat de reacties van de lokale overheden daarop zijn — die zitten daar nou niet echt om te springen, laat ik maar zeggen — maar het is wel een instrument dat op dit moment ontbreekt, ook in hoe we het hebben georganiseerd. Dat maakt het geheel dus complex. Ik zei al: dat is de uitleg om duidelijk te maken waarom het een en ander zo traag loopt en waarom zaken niet gebeuren. Laat mij dan vertellen wat we wél doen — ik denk dat dat ook verstandig is om te doen — en ook wat daarin wat mij betreft het lonkend perspectief is. We hebben een tijdje terug al het natuur- en milieubeleidsplan uitgevoerd. Dat loopt inderdaad op dit moment ook nog. Het wordt voortgezet in fase 2. Daarin was een sluiting van Selibon in 2030 voorzien. Inmiddels is er, ook met grote dank aan de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, een bestuursovereenkomst met bijbehorende middelen gesloten die voorziet in een sluiting in 2028. Daarnaast hebben we nog het programma Afval op Maat. Ook daar zijn stappen in gezet. Daar zie je natuurlijk echter wel — dat is een discussie die ook uw Kamer vaak in deze commissie voert — dat wij helaas genoodzaakt waren om daar vanwege het gebrek aan verantwoording van middelen een pauze in te gelasten, maar we stellen daarbinnen wel inhoudelijke kennis en expertise ter beschikking. Een ander punt dat wij ook in de reguliere overleggen van ODNL, een samenwerkingsverband tussen de omgevingsdiensten in Nederland, nadrukkelijk bespreken, is dat we vanuit ODNL samenwerking en ondersteuning richting de eilanden en openbare lichamen ter beschikking stellen, zodat zij gebruiken kunnen maken van deze kennis en kunde en expertise. De staatssecretaris zal zo iets over de bestuursovereenkomst zeggen. Dat is, denk ik, een belangrijke stap die daarin is gezet. Voorzitter. Twee andere zaken. Een daarvan gaan we een dezer dagen doen: de vrijstelling van de MER. Dat is een vrij uitzonderlijke stap, maar die vond ik wel noodzakelijk om te zetten, gelet op de situatie die er nu is. De reden waarom ik de brief vandaag heb gestuurd, is dat ik het besluit formeel nog niet heb genomen. Het heeft ermee te maken dat er in de aanvraag nog wat technische zaken moeten worden gewijzigd om het juridisch gezien ook echt te kunnen doen, maar ik vond het een beetje flauw om dat besluit maandag te nemen en u dan pas maandag een brief te sturen. Ook dat ken ik vanuit de kant van de Kamer. Vandaar dat ik vandaag heb besloten om de collega's op Bonaire te informeren dat ik voornemens ben dit besluit te nemen, op een aantal technische wijzigingen na, en uw Kamer daarover ook netjes te informeren voorafgaand aan het debat. Ik denk dat we daarin een belangrijke stap zetten. Het is ook een majeure stap, zeg ik erbij. Juist de MER-spelregels dienen er namelijk toe om ervoor te zorgen dat omwonenden voldoende bescherming krijgen op het moment dat er een activiteit plaatsvindt die de milieuregels zou kunnen aanraken. Maar we hebben dus besloten om een ontheffing te verlenen van de MER-verplichting. Naar ons weten is dat nooit eerder gebeurd. Dat zorgt voor twee dingen. Eén. Het zorgt ervoor dat de situatie tot 2028 beheersbaar blijft. Dat is het voornemen. Maar het zorgt er hopelijk ook voor dat de situatie kan worden versneld. Sommigen van u zullen dat vast weten, maar het kost al gauw een dik jaar om de MER-procedure goed te kunnen doorlopen, met alle waarborgen daarin. We zijn daar niet lichtzinnig mee omgegaan. We hebben er goede expertise bij ingeschakeld. Met name de branden in januari waren de spreekwoordelijke druppel om te zeggen: weliswaar is er hierover geen jurisprudentie en er zijn natuurlijk altijd voors en tegens ... Als je een jurist vraagt naar zijn opvattingen, krijg je altijd "enerzijds, anderzijds" als antwoord. Voor ons was de volgende vraag echter doorslaggevend. Wordt de situatie op de eilanden hiermee beter? Wordt de situatie op Bonaire hiermee beter? Het antwoord hierop is: ja. Dat vonden wij voldoende onderbouwing om dit besluit te nemen. Zo kan er hopelijk versneld worden overgegaan tot de inwerkingtreding van het stortvak. Daarbij hebben we wel een aantal voorwaarden gesteld, ook ten aanzien van gevaarlijke stoffen. Asbest is daar een voorbeeld van. Wat hoort er wel en niet thuis? Daarvan hebben we van het bestuurscollege ook schriftelijke bevestiging ontvangen. Er moeten nog een aantal technische punten in worden verwerkt. Voorzitter. Dan naar de toekomst toe. Mevrouw Tseggai vroeg welke bevoegdheden er nodig zijn om dit uiteindelijk te kunnen doen. We zien allemaal dat dit een probleem is. We zien, denk ik, ook allemaal dat de interventieladder suboptimaal functioneert. Welke stappen zou je kunnen zetten? Een mogelijkheid is om te besluiten om het Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES aan te passen. Ook dat vergt natuurlijk dat het via de democratische spelregels wordt doorlopen. Dat betekent technisch gezien dat je het Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES aanpast. Dat betekent dat je de activiteiten ten aanzien van afval zal verplaatsen van type III, wat het op dit moment is, namelijk een eilandelijke taak, naar type IV. Dat hebben we inmiddels al gedaan met brandstofopslagen, vanwege de grote complexiteit en de grote milieurisico's. Het betekent concreet dat je de milieuvergunningsplicht verschuift. Ik zeg er overigens wel bij dat er in de huidige situatie geen milieuvergunning is. Dat zorgt er ook voor dat ILT het moeilijk heeft om in te kunnen grijpen. Er is een vorm van gedoging. Ik heb, nogmaals, in het hele VTH-stelsel geen interventiemogelijkheid. Je zou dus de milieuvergunning kunnen verschuiven van het bestuurscollege naar de minister. In deze casus zal dat dan de staatssecretaris van IenW zijn. Dat betekent dat de staatssecretaris van IenW dan ook bevoegd gezag zal worden. In de praktijk zal RWS, Rijkswaterstaat, de vergunning verlenen. De ILT kan er dan stevig op ingrijpen. Dit moet wel via de Kamer lopen. Het kan via een besluit. Het gaat drie tot zes maanden duren, met een spoedprocedure, die ook zal moeten worden onderbouwd. Het hangt dus ook samen met hoe de interventieladder is doorlopen. Als je dit doet, zal dat een en ander teweegbrengen. Je kan dit namelijk niet alleen maar voor de casus Selibon doen. Je moet onderbouwen waarom je dat ook voor andere situaties zal doen. Ik zeg er ook bij dat dan niet alle problemen zijn opgelost. De verantwoordelijkheid blijft liggen bij Selibon zelf en daarmee ook bij de eigenaar van Selibon, het openbaar lichaam. Die zullen dan ook een last onder dwangsom kunnen ontvangen van de ILT. Er blijft altijd een afhankelijkheid van het bestuurscollege voor de lokale vergunningen. Als antwoord op de vraag van mevrouw Tseggai wat het handelingsperspectief is in dezen: dit zou een optie zijn. Ik geef daar wel de winstwaarschuwing bij dat daarmee niet in een keer alle problemen zijn opgelost. Je zal natuurlijk ook de discussie moeten gaan voeren over waar je de rekening neerlegt voor het aantal stappen dat hiervoor moet worden gezet.

Versie 2c2921ba3fef4d45cab4f1ad42f1f243cbd18dcc9f01473728bd65e8be9974f2 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · d595b83827450423

12 okt 2026 · 40d1a06d74136b39

Gerelateerde bronnen

Onderdeel van dit debat · Officiële koppeling

Selibon

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.