← OnderzoekenBrontekst
De heer Vermeer (BBB): Dank u wel, voorzitter, en dank aan de minister en haar team voor de beantwoording in de eerste termijn.
BBB ziet kansen voor groen gas. Alles over de glastuinbouw is eigenlijk al door de collega's behandeld. Daarom hebben wij ook een aantal moties op dat gebied gesteund.
Het is wel mooi dat in dit hele traject over groen gas nu eigenlijk openlijk uitgesproken wordt dat we nog lang niet van het gas af zijn en dat we ons daarop moeten voorbereiden, in tegenstelling tot eerdere beelden die werden geschetst alsof we misschien met tien jaar of zo wel van het gas af zouden kunnen. Dat is natuurlijk een utopie. Wij zien kansen voor groen gas, zeker als we mest en andere reststromen die wij in Nederland hebben, kunnen omzetten in energie van eigen bodem. Dat kan fossiel gas vervangen en boeren een aanvullend verdienmodel bieden. Dan moet het inderdaad, zoals de heer Kops zegt, niet afgekocht worden via allerlei certificaten, maar moet het ook daadwerkelijk groen gas zijn.
De eerste termijn heeft één fundamentele zorg van BBB nog niet weggenomen. Deze wet organiseert namelijk wél de verplichting, maar niet de productie. De overheid schrijft precies voor hoeveel groen gas er straks moet worden bijgemengd. Energieleveranciers moeten leveren en het NEa gaat registreren en controleren. Als niet aan de verplichting wordt voldaan, volgen daar consequenties uit. Maar een wettelijke verplichting tot gebruik van groen gas bouwt geen enkele vergister. En de boeren die daarvoor moeten investeren, tekenen niet voor één begrotingsjaar. Die leggen voor tien, vijftien jaar geld op tafel, dus die moeten weten of zij straks nog voldoende mest hebben, of ze hun vergunning krijgen, of er infrastructuur is, of ze hun gas kwijt kunnen en of de regels lang genoeg overeind blijven om hun investeringen überhaupt terug te verdienen. Precies daar botst de Haagse werkelijkheid met de werkelijkheid op het boerenerf. Dezelfde overheid die in deze wet rekent op mest als grondstof voor groen gas, voert tegelijkertijd beleid dat gevolgen heeft voor de omvang en samenstelling van de veehouderij. Minder dieren betekent ook iets voor de beschikbaarheid van mest. Bovendien is die mest niet waardeloos; ook andere toepassingen hebben die grondstof nodig. BBB heeft daarom in eerste termijn gevraagd hoe een ondernemer onder deze omstandigheden een langjarige investering moet verantwoorden. Die vraag is voor ons nog steeds niet overtuigend beantwoord. Het kabinet kan wel een markt voor groen gas creëren, maar daarmee ontstaat er nog geen financierbare businesscase voor degenen die het moeten produceren.
Voorzitter. De begroting die afgelopen week gepresenteerd is, maakt die tegenstelling eigenlijk alleen maar zichtbaarder. Aan de Haagse kant wordt namelijk wel vooruit gedacht: de bijmengverplichting wordt een nieuwe taak van de Nederlandse Emissieautoriteit en voor de uitbreiding van de hernieuwbare-energietaken wordt extra capaciteit voorzien; zo staat dat geschreven. Dus voor het register, de administratie, de controle en de handhaving wordt capaciteit georganiseerd. Alleen zien we niet welk deel van die capaciteit en middelen specifiek voor deze wet nodig zijn. Maar waar is diezelfde voorbereiding voor de mensen die het groene gas daadwerkelijk moeten maken? Waar is het overzicht van de vergisters die gebouwd moeten worden? Hoeveel projecten zijn er inmiddels vergund en hoeveel wachten er nog op een vergunning? Hoeveel lopen er tegen stikstof of netcongestie aan? Hoeveel extra productiecapaciteit staat er bij de start van deze verplichting daadwerkelijk klaar? En hoeveel agrarische ondernemers zullen onder de huidige voorwaarden bereid en financieel in staat zijn om voor tien of vijftien jaar te investeren? Ik vroeg de premier bij de APB ook naar de garantie die hij kon geven voor de financiering van agrarische bedrijven met die stikstofbrief die op tafel ligt. De premier kwam niet verder dan: "We zijn in gesprek met de banken". Maar met een gesprek tussen premier en banken kan een boer gewoon geen nieuwe projecten financieren.
Dit is de wereld op zijn kop. We weten hoe we straks gaan registreren en dat er te weinig groen gas is. We weten wie daarop moet toezien, we bouwen het register, we organiseren de handhaving, maar we weten nog niet of de ondernemer die dat groene gas moet produceren, überhaupt kan bouwen, laat staan of hij dan nog bestaat als ondernemer. BBB wil niet dat we in Den Haag eerst een wettelijke vraag creëren en vervolgens over een paar jaar verbaasd gaan constateren dat het Nederlandse aanbod achterblijft, waarna Nederlandse leveranciers zich noodgedwongen elders moeten bevoorraden of de rekening uiteindelijk bij burgers en bedrijven terechtkomt. Als het kabinet serieus kiest voor groen gas van eigen bodem, dan hoort daar meer bij dan een verplichting. Dan moet dit kabinet er ook voor zorgen dat ondernemers kunnen investeren, vergunningen kunnen krijgen, er infrastructuur beschikbaar is en er voldoende zekerheid bestaat over de grondstoffen waarop hun installatie jarenlang moet draaien. De overheid kan niet aan de ene kant de vraag wettelijk afdwingen en aan de andere kant tegen de producent zeggen: succes ermee! Daarom dien ik de volgende motie in.
Versie eeebf19f6bc2fc2a63558841a306d7647519ead97ce2b5992b555cc132416118 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Context en discussie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.