KamerkringInloggen
UitspraakVoorlopig

Financiële markten

21 jun 2023 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7d509b61273ea562 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen

Minister Kaag: Veel dank, meneer de voorzitter. Veel dank ook voor de vragen die gesteld zijn en voor de kanttekeningen die geplaatst zijn. De agenda ging onder andere over contant geld en de verzekerbaarheid en toegankelijkheid. Met dat blokje begin ik. Er zijn verder wat vragen gesteld over provisieverboden en een paar opmerkingen gemaakt over rentes. Er waren nog een aantal zaken betreffende accountancy. Die zijn inderdaad al uitvoerig benoemd en schriftelijk en mondeling beantwoord in het debat en het vervolg daarop, maar ik kom er nog even kort op terug. En dan is er nog een categorie overige. Contant geld en de toegankelijkheid van betalen. Misschien moet ik even teruggaan naar de hele discussie rondom de chartale infrastructuur en contant geld. Een op de dertien Nederlanders is afhankelijk van contant geld voor het dagelijks functioneren. Een op de dertien. Dat kan zo zijn omdat mensen minder digitaal vaardig zijn, omdat ze fysiek beperkt zijn of omdat mensen er gewoon voor kiezen of er een voorkeur voor hebben om met briefgeld en muntgeld te betalen. Dat is natuurlijk heel normaal. Bij pinstoringen of andere problemen is contant geld een belangrijke terugvaloptie. Het geeft ook een gevoel van veiligheid. In het Convenant Contant Geld hebben alle belanghebbende partijen afspraken gemaakt over de manier waarop contant geld voor gebruikers betaalbaar, bereikbaar, beschikbaar en bruikbaar blijft. Dat is dus vier keer b, en niet drie keer b. Ik ben blij te melden dat zowel de partijen van het Convenant Contant Geld, waaronder de banken, als degenen die daaraan hun steun hebben betuigd het convenant voortzetten totdat er nieuwe wetgeving is. Dat is natuurlijk een belangrijk punt om te markeren. Uit het onderzoek dat PwC heeft uitgevoerd in opdracht van De Nederlandsche Bank en het ministerie van Financiën, blijkt dat die vrijwillige afspraken op de lange termijn niet houdbaar zijn. Daarom ben ik bereid om regelgeving op te stellen om banken te verplichten de infrastructuur en de daarbij horende dienstverlening aan te bieden. De heer Van Dijck stelde dat er twee gelijke onderzoeken zijn gedaan, maar dat is niet zo. Dat zeg ik in eerste instantie. Ik weet ook niet of de heer Van Dijck het andere rapport niet heeft geprint en daardoor misschien niet heeft gelezen. Ik zie hem nee schudden. Ik neem dat aan als een antwoord op mijn vraag. Maar goed, het McKinsey-rapport is opgesteld in opdracht van De Nederlandsche Bank en gaat over wat er nodig is om contant geld in de toekomst goed te laten werken. Welke geldautomaten en dergelijke heb je bijvoorbeeld nodig? U weet dat op basis daarvan het Convenant Contant Geld is opgesteld. De vragen van de heer Van Dijck over de kosten van dat rapport zal ik doorgeleiden naar De Nederlandsche Bank. Nu hebben alle partijen aangegeven dat ze voor de langere termijn iets meer willen dan vrijwillige afspraken. Door PwC is toen een nieuw rapport opgesteld, waarbij ze hebben bekeken hoe dit geregeld kan worden. Wie wordt dan verantwoordelijk en hoe wordt dit betaald? De opties heb ik in de Kamerbrief al inhoudelijk geschetst. Samen met DNB ben ik daarbij uitgekomen op regelgeving. Dit even om het verschil tussen de twee rapporten te verklaren. Het ene ging over de vraag wat er nodig is, het tweede over het hoe. De opdrachtgever van het eerste was De Nederlandsche Bank, de opdrachtgevers van het tweede, verschillende rapport zijn De Nederlandsche Bank en het ministerie van Financiën. Ik zie de heer Van Dijck glimlachen, dus ik heb het idee dat hij dat ook wist.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.