statement · 28 mei 2026 · Tweede Kamer
Mbo en studiefinanciering
Brontekst
De heer Boomsma (JA21): Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Bijna een half miljoen jongeren in ons land gaan naar het middelbaar beroepsonderwijs. Je zou dat misschien gewoon het beroepsonderwijs moeten noemen, want het is tenslotte een volwaardige opleiding met een volwaardig diploma, waarmee je je brood kunt verdienen en waarbij je de basisvaardigheden kunt leren om aan je persoonlijke en maatschappelijke leven deel te nemen als Nederlands staatsburger. We hebben net de mbo-benchmark gekregen, waarin een aantal dingen stonden die goed gingen. Dank daarvoor. Maar we hebben ook de Staat van het Onderwijs gekregen, waarin staat dat 44% van de mbo-opleidingen onvoldoende scoort. Dat is dus bijna de helft. Dat komt vooral doordat te weinig studenten die opleiding met succes afronden. Wat is daar eigenlijk aan de hand? Het aantal mbo-opleidingen met de indicator "studiesucces boven de norm" daalt ook al jaren. Hoe komt dat, minister? Het gaat nu niet goed. Voorzitter. Wat je dan in ieder geval niet moet doen, is de lat lager leggen of stappen zetten waardoor minder duidelijk is wat diploma's betekenen en hoe je die onderling in Nederland kunt vergelijken. Je moet dat zeker niet doen ten aanzien van de basisvaardigheden. Elke student moet in principe goed Nederlands kunnen leren lezen en schrijven. Bijna elke jongere kan dat ook gewoon leren, met voldoende oefening en aandacht. JA21 is er in ieder geval geen voorstander van om het centraal examen Nederlands af te schaffen, zoals is voorgesteld. Wat nu blijkbaar ook gebeurt, is dat studenten bonuspunten krijgen. Bijna een derde van de mbo 2-studenten behaalt taalniveau 2F niet, maar slaagt wél voor het diploma, omdat ze een extra punt cijferdifferentiatie krijgen, die dan bijvoorbeeld van een 4,5 een 5,5 maakt. Op mbo 4, dat toegang geeft tot het hbo, slaagt 62% voor het centraal examen op het niveau van 3F. Dat betekent dat vier van de tien gediplomeerden onvoldoende vaardig zijn in lezen en luisteren, maar bijna allemaal halen ze wél een ruime voldoende op het instellingsexamen. Er is ook aangetoond dat het verschil tussen deze cijfers, die van het instellingsexamen en het schoolexamen, op bijna anderhalve punt zit. Ook dat roept vragen op. Hoe ziet de minister dat verschil? Welk zicht is er nu op de kwaliteit van die instellingsexamens? Het is ook niet goed als onvoldoendes op het centrale examen op die manier worden gecompenseerd. Hoe kan het nou dat de inspectie ondertussen stelt dat 96% van de mbo's wel voldoende scoort op de basisvaardigheden? Ik vind dat allemaal lastig met elkaar te rijmen. Ik heb nog een vraag over de omkeerregeling. Het lijkt mij geen goed idee om dit zo generiek te doen. Nogmaals, het moet in principe toch mogelijk zijn om goed Nederlands te leren, ook voor deze jongeren. Wat bedoelt de minister nou met het voorstel om nieuwe taaleisen te stellen, de examinering te veranderen en die beter op elkaar aan te laten sluiten? Ik begrijp op zich wel dat het belangrijk is dat je deze groep op een passende manier examineert, maar hoe ziet dat er dan uit? Voorzitter. Dan de verplichte stagevergoeding. Ik begrijp natuurlijk de gedachte daarachter, maar het moet er niet toe leiden dat er dan minder stages worden aangeboden. Ik denk dat dit voor kleine bedrijven best een belemmering kan zijn. Hoe ziet de minister die spanning? Je hebt namelijk ook veel opleidingen met een numerus fixus, die ze met name hebben vanwege een tekort aan stageplaatsen. Dat kan zeker voor opleidingen waar een schreeuwende behoefte aan is toch niet de bedoeling zijn? Daar moeten we volgens mij echt ingrijpen, door als overheid op een bepaalde manier de regie te nemen en het aantal stageplekken uit te breiden en dit te stimuleren. Dat geldt zeker ook voor kleine zelfstandigen. Het is cruciaal om die te behouden. Heel veel van die ambachtelijke bedrijven hebben geen opvolgers. Denk aan schoenmakers en rietdekkers. Dit biedt veel kansen voor volwassenen die iets nieuws willen gaan doen in hun leven. Het zou goed zijn om dan juist het uitoefenen van dit soort beroepen te stimuleren. Dat gaat echter niet vanzelf. Wat is nou de stand van zaken bij dat soort ambachten? Klopt het dat er veel dreigen te verdwijnen wegens gebrek aan opvolgers? Heeft de minister daar zicht op? Voorzitter. Tot slot wil ik het hebben over de financiering. De instroom in het mbo krimpt en zet het stelsel onder druk, omdat de inkomsten te veel gebonden zijn aan het aantal diploma's en het aantal leerlingen. Dat geeft verkeerde prikkels, want dan worden instellingen aangemoedigd om zo veel mogelijk studenten te werven en die vast te houden in plaats van dat ze sturen op kwaliteit op de opleiding, waar behoefte aan is, en op de meest duurzame loopbaanperspectieven. Het kan er ook toe leiden dat de duurdere technische opleidingen gaan verdwijnen. Hetzelfde geldt voor specialistische, hele kleine opleidingen, zoals de opleiding tot meubelmaker et cetera. Daar komen we nog op terug. Ik ga afronden. Ik zie de voorzitter kijken. Ik ga echt afronden. Ik wil nog vragen hoe de minister kijkt naar de oproep van de AOb om de lumpsum aan te passen door onder andere primaire arbeidsvoorwaarden te oormerken. Tot slot. Als we het bekostigingsstelsel gaan herzien, moeten we daar dan ook niet in opnemen dat de prijscorrectie, de inflatie, dan ook automatisch wordt meegenomen? Dat is ook bij andere onderwijssoorten het geval.
Versie 29faf1b5e41f95e7b2766d367ca6fe9f40109ef27110b317c09e2ba60c33487b · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.