statement · 5 jun 2024 · Tweede Kamer
Goedkeuring van het op 18 november 2015 te Valletta tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Malta tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen (Trb. 2015, 196 en Trb. 2016, 124) (36321)
Brontekst
Staatssecretaris Van Rij: Dank, voorzitter. Het is inderdaad een bijzonder moment om in deze vergadering met de bijzonder gedelegeerden van de Staten van Curaçao te spreken over het belastingverdrag tussen Curaçao en Malta. Ik zal op een aantal concrete vragen ingaan, in de eerste plaats op die van mevrouw Van Eijk. Zij vroeg: waarom is voor het eerste belastingverdrag niet gekozen voor buurlanden van Curaçao of voor landen in de regio waarmee veel handel wordt gedreven, zoals de Verenigde Staten, Venezuela of Colombia? Waarom Malta? Zoals de minister zojuist terecht heeft gezegd, is Curaçao op fiscaal gebied autonoom. Curaçao kiest zelf met welke landen het een belastingverdrag wil sluiten. Ik kan er wel iets algemeens over zeggen. Belastingverdragen zijn er natuurlijk om dubbele belasting te voorkomen. Het voorkomen van dubbele belasting over winst of inkomen leidt in de regel tot meer economische betrekkingen en handel; dat kan ook in de vorm van dienstverlening. Nederland liep altijd voorop als het hierom gaat. In 1928 sloten wij het eerste belastingverdrag met Duitsland. Overigens is dat nooit in werking getreden. Nederland was natuurlijk een handelsland en was als klein land gebaat bij het sluiten van belastingverdragen om dubbele belasting te voorkomen. Dat is precies de situatie waar Curaçao nu ook voor staat, zoals ook is toegelicht door de gedelegeerden. Curaçao is sinds 10-10-10 een van de vier landen in het Koninkrijk. Die landen kunnen zelfstandig belastingverdragen sluiten. Dit is het eerste belastingverdrag. Dat dat gebeurt met Malta, is een eigen keuze. Ik kan me daar ook wel iets bij voorstellen, in die zin dat het ook om andere gebieden gaat. Curaçao is net als de andere eilanden — het gaat dus niet alleen om de landen, maar ook om Caribisch Nederland, want we hebben Europees Nederland en Caribisch Nederland — een zogenoemde small island state. Het ligt eigenlijk best wel voor de hand dat je naar gelijkwaardige partners zoekt, die vergelijkbare problematiek hebben en waar ook kansen liggen. Ook over allerlei andere onderwerpen zoeken small island states elkaar op. Dat Curaçao zelf een verdragennetwerk wil opbouwen, kunnen wij alleen maar toejuichen. Het is voor landen als de Verenigde Staten van belang om te zien of landen zoals Curaçao ook een verdragennetwerk hebben. Last but not least nog een van de punten die naar voren kwam. Nederland heeft 94 belastingverdragen gesloten ter voorkoming van dubbele belasting. Wat is nu de winst van het MLI? Ik zal daar straks nog op ingaan. In de preambule van het MLI staat namelijk: het gaat niet alleen om het voorkomen van dubbele belasting, maar ook om het voorkomen van dubbele niet-belasting, waarbij een land gebruikt wordt of zich laat gebruiken om helemaal geen belasting te betalen. In die zin is dit verdrag heel belangrijk als het gaat om het eventueel tegenaan van belastingontwijking. Dat wil ik nog met nadruk zeggen. Dat is natuurlijk het gevolg van de discussie in de OESO nadat de G20 in 2009, na de financiële crisis, de OESO de opdracht had gegeven om belastingontwijking tegen te gaan. Daar is de BEPS, de Base Erosion and Profit Shifting, in 2015 uit voortgevloeid, en als gevolg daarvan in 2017 de MLI's. In die zin voldoet dat verdrag volledig aan dat MLI. Ik kom straks nog wel even op de technische vragen daarover als het gaat om het deponeren bij de OESO. Voorzitter. Er was ook nog een vraag over het scheepsregister. Daar heeft de minister al antwoord op gegeven, maar ik zal nog ingaan op het fiscale aspect. Veel landen hebben een specifiek regime voor scheepvaart. Kijk naar Europees Nederland: wij hebben dat ook, met de tonnageregeling. Dat geldt ook voor Malta. Landen hebben de vrijheid om zo'n regime zelf vorm te geven. In een belastingverdrag spreek je af welk land het heffingsrecht heeft en welk land dat niet heeft. Dat geeft alleen maar duidelijkheid. Je wil juist voorkomen dat er misbruik van wordt gemaakt. Daarvoor worden die minimumstandaarden geïmplementeerd. Ook derde landen kunnen deze toepassen als zij een verdrag met Malta met de minimumstandaarden hebben. Voorzitter. Dan de vraag van de heer Idsinga over de Maltese gokindustrie. Zijn die 350 gamebedrijven, waarvan gokbedrijven een belangrijk deel uitmaken, echt op Malta gevestigd of zijn dat pure brievenbusmaatschappijen? In aanvulling op het antwoord van de minister en ook onze schriftelijke antwoorden ga ik in op het fiscale aspect van de brievenbusmaatschappijen. Het belastingverdrag tussen Curaçao en Malta is op bedrijven in de goksector op dezelfde manier van toepassing als op andere bedrijven. "Brievenbusmaatschappijen" is natuurlijk een begrip geworden, maar in de fiscale wereld gaat het om de vraag of een vennootschap die ergens gevestigd is voldoende substance heeft of niet. Of is het inderdaad alleen maar een brievenbus waar de post wordt opgehaald? Ik kan niet anders constateren dan dat op zowel Malta als Curaçao — Curaçao was van oorsprong misschien een offshoreland, ook als het om de financiële sector gaat — door de ontwikkeling die ik net heb beschreven, met OESO en BEPS, heel veel bedrijven hun offshorevennootschappen met weinig substance hebben teruggehaald, onder meer naar Nederland, maar ook naar andere landen. Ze zijn onshore gegaan. Vandaar dat Curaçao, uiteraard ook met het vertrek van de oliemaatschappij, zoekt naar economische kansen, bijvoorbeeld toerisme, zoals is uitgelegd. Je kan nog steeds wat betekenen in de economische sector, mits je aan de substance voldoet. Dat is in het belang van Curaçao. De minister van Financiën van Curaçao, waar ik meerdere malen mee gesproken heb de afgelopen tweeënhalf jaar, is zich daar zeer wel van bewust en heeft daarom ook die taskforce ingesteld. Uiteindelijk gaat Curaçao er natuurlijk zelf over, net zo goed als Nederland daar zelf over gaat. Maar wij zien dus een positieve ontwikkeling. Dat geldt ook voor Europees Nederland, waar de heer Idsinga terecht op gewezen heeft. Tien jaar geleden zaten wij in de categorie belastingparadijs, maar inmiddels niet meer. Dat hebben we wel multilateraal geregeld in de EU, maar Nederland heeft in een aantal gevallen daar zelf een kop op gezet met eigen beleid. Het is uiteraard aan Curaçao. Ik zie dat Curaçao daar de juiste stappen aan het doen is. Het is ook niet in het belang van Curaçao om op een grijze lijst te blijven staan. Voorzitter. De heer Idsinga had ook nog een vraag over de belastingdiensten van Curaçao en Malta: gaan zij zelf actief de principal purpose test toepassen? Of zijn het juist de derde landen die een beroep kunnen doen op die principal purpose test? Curaçao en Malta hebben zich net als Nederland gecommitteerd aan noodzakelijke maatregelen om belastingontwijking te kunnen aanpakken. Die principal purpose test is natuurlijk een belangrijke maatregel in belastingverdragen. Die zorgt ervoor dat landen geen verdragsvoordelen hoeven te geven als, kortgezegd, een constructie of transactie vooral gericht is op dat belastingvoordeel, zoals bijvoorbeeld het afzien van bronheffingen zonder goede economische redenen. Dat is in het MLI afgesproken. Dat is het gevolg van BEPS. Dat staat dus goed in dit verdrag. De vraag is echter of de principal purpose test kan worden toegepast door de belastingdiensten. En dat is zo. Zij zouden verdragsvoordeel, zoals het afzien van bronheffingen, toepassen als deze antimisbruikbepaling is opgenomen in het belastingverdrag. Als het gaat om bronheffingen van landen die in een verdrag met Malta hebben afgesproken daarvan af te zien, dan is het aan de belastingdienst van dát land om al dan niet die principal purpose test in te zetten. Ik noem een voorbeeld. Laten we zeggen dat Malta een verdrag heeft met Egypte. Ik weet niet of dat zo is. Maar stel dat in dat verdrag geen principal purpose test staat. Als er dan een transactie tussen Egypte, Malta en Curaçao is, dan is dat natuurlijk aan de belastingdienst van Malta. Overigens is het dan aan Curaçao en Malta om daarop toe te zien. Dat kan heel goed, want er is natuurlijk altijd overleg tussen de belastingdiensten van die twee landen.
Versie 73609dc3db6322229d6f98fc63d87d3dde3e34cb31889ecf0b6cea533c77b872 · Officiële bron.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.