statement · 5 jun 2024 · Tweede Kamer
Goedkeuring van het op 18 november 2015 te Valletta tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Malta tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen (Trb. 2015, 196 en Trb. 2016, 124) (36321)
Brontekst
Staatssecretaris Van Rij: Ik kijk even naar de vragen die ik nog heb liggen. Ik heb nog een vraag liggen, maar die heeft de minister al beantwoord. Dat was een vraag van mevrouw Van Eijk en de heer White over meer investeringen. De andere vraag van mevrouw Mercelina gaat ook over de economische relatie. Daar zijn de minister en ikzelf op ingegaan. Dan de vraag of het gemonitord wordt. Ook hier past grote terughoudendheid van Nederland, vind ik. Het zou, op zijn zachtst gezegd, toch wel heel apart zijn als Nederland belastingverdragen gaat monitoren van Curaçao. Curaçao moet dat zelf monitoren. Curaçao valt net als Europees Nederland gewoon onder de peerreview van de OESO. Daar willen ze aan voldoen. Dat hebben we net gehoord. Daar voldoen ze ook aan. Op zijn zachtst gezegd past het dan niet, ook niet in het kader van het Statuut, dat Nederland — lees: de staatssecretaris van Financiën — een aparte monitoring op Curaçao loslaat. Verder heb ik al gezegd dat Curaçao er natuurlijk zelf ook alles aan doet om van de grijze lijst af te komen. Dat is alleen maar toe te juichen. Voorzitter. De heer Vlottes had nog een hele technische vraag. Hij vroeg: klopt het dat het belastingverdrag gebaseerd is op intussen gedateerde concepten uit 2005 en 2010? Dan heeft hij het met name over de winstallocatie bij de vaste inrichting en over dat dat niet in lijn is met de door de OESO geautoriseerde benadering. Ik kan het heel ingewikkeld en technisch maken, maar dat ga ik niet doen, voorzitter. Ik zie u namelijk al een beetje streng kijken naar mij. Ook hier hebben de landen de keuze. Het is niet zo dat de OESO dat oplegt. Het is een terechte constatering van de heer Vlottes, maar ook hierbij is het weer aan Curaçao zelf, maar ook aan de verdragspartijen waar zij mee te maken hebben, om te kijken of ze de door de OESO geautoriseerde benadering in de verdragen kunnen krijgen. Ook hier wijs ik er weer op dat Europees Nederland ook belastingverdragen heeft met landen die in het verdrag niet voldoen aan de door de OESO geautoriseerde benadering. Dat zijn er best nog wel wat. Voorzitter, de laatste technische vraag en dan ben ik klaar. Die vraag was ook van de heer Vlottes. Hij vroeg: hoe snel moet de MLI-notificatie gebeuren om dit verdrag voor MLI aan te melden? Ik ga er gewoon van uit dat na de ratificatie van dit verdrag, ook door dit parlement, de Tweede en de Eerste Kamer, het in het belang van Curaçao en Malta is om dat aan te melden bij het OESO-secretariaat en de notificatieprocedure te volgen. Curaçao heeft ook toegezegd dit te doen. Dat gebeurt uiteraard in samenspraak met het Nederland ministerie van Buitenlandse Zaken.
Versie 73609dc3db6322229d6f98fc63d87d3dde3e34cb31889ecf0b6cea533c77b872 · Officiële bron.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.