statement · 29 jan 2024 · Tweede Kamer
Water
Brontekst
Minister Harbers: Dat heeft natuurlijk alles te maken met de Kaderrichtlijn Water, waarover veel vragen zijn gesteld. Ik heb geprobeerd om ze een beetje in een logische volgorde aan de orde te stellen, maar hier en daar is dat niet helemaal gelukt. We beginnen maar bij de vraag die door velen werd gesteld: hoe zit het nou met de Kaderrichtlijn Water en gaan we de doelen halen in 2027? De inzet is om met het tijdig uitvoeren van alle afgesproken maatregelen en gebruikmakend van legitieme uitzonderingen — daarop ga ik straks nog wel even in — in 2027 aan de Kaderrichtlijn Water te voldoen. Na mijn aantreden twee jaar geleden zag ik na een tijdje ook wel dat het allemaal niet vanzelf gaat. Ik heb dus ook de sturing versterkt op het tijdig uitvoeren van alle afgesproken maatregelen en alle overheidslagen die daarmee te maken hebben met grote regelmaat met elkaar om de tafel gezet in het kader van een impulsprogramma Kaderrichtlijn Water. Dat is niet zozeer een impuls om nog allemaal nieuwe maatregelen te bedenken, want er zitten al 1.700 maatregelen in de stroomgebiedbeheerplannen voor deze zes jaar. We hebben wel de urgentie beseft van dat we ze ook echt, echt moeten doen en elkaar samen moeten informeren over waar het wel en waar het niet lukt. Op die manier proberen we ook samen voor elkaar te krijgen dat we in ieder geval alles op alles zetten om zo veel mogelijk te doen en de nodige extra stappen te zetten. Tegelijkertijd vergt het een enorme inspanning om dit allemaal op oudejaarsdag 2027 gereed te hebben. Daar hebben ook veel leden aan gerefereerd. Ik verwacht dus niet dat dit bij elk van die 1.700 maatregelen gelukt zal zijn, en ik verwacht ook niet dat we alle KRW-doelen overal bereikt zullen hebben. Maken we gebruik van legitieme uitzonderingen zoals het na-ijlen van de ecologische effecten, waar de heer Pierik aan refereerde? Dat is een legitieme uitzondering. Als Europa constateert dat je wel alle maatregelen hebt genomen die tot het beoogde effect moeten gaan leiden, maar het effect zelf zich pas veel later in de natuur voordoet, dan is dat een legitieme uitzonderingsgrond. We weten wel — daar refereerde ook een aantal leden aan — dat de ruimte bij die uitzonderingsgronden niet oneindig is. Integendeel, die ruimte is stevig ingeperkt. Ik noem een voorbeeld. Er komt vervuiling uit het buitenland. Ja, wij monitoren aan de grenzen wat de kwaliteit van het water is dat binnenkomt. Soms komen daarin stoffen in dermate hoge concentraties voor dat je die er op die paar honderd kilometer in Nederland niet meer uit krijgt, maar dat ontslaat je nog steeds niet van de verplichting om datgene wat je er op dat traject wél uit kunt krijgen, eruit te halen, om het maar even zo te zeggen. Pas het stuk dat echt niet lukt, zou in Europa wellicht een legitieme uitzondering zijn. We hebben veelvuldig contact met de Europese Commissie hierover. Die kan zich ook echt wel inleven in de specifieke Nederlandse situatie. Maar we weten ook dat een aantal zaken waarschijnlijk niet als uitzondering gekwalificeerd zullen worden. Als je je maatregelen bijvoorbeeld onderdeel hebt gemaakt van een langjarige gebiedsgerichte integrale oplossing, waardoor het stukje dat voor de KRW nodig was pas ergens in de jaren dertig aan de orde komt, dan zal dat naar onze inschatting in Europa niet gekwalificeerd worden als uitzondering. Ik zeg het hier maar even in alle scherpte, want dat zijn ook discussies die we in toenemende mate met regio's hebben: om dan toch maar even zo'n maatregel uit een gebiedsgericht proces te halen als je die dan nog wel in de komende vier jaar kunt realiseren. Die ruimte is dus bepaald niet oneindig. We denken dat je wat meer begrip hebt als je alles hebt gedaan, hebt aanbesteed en in de markt hebt gezet, maar er geen aanbieding komt of er geen aannemer is die mensen of materiaal genoeg heeft om het te doen. Het is ook nog ongetest wat er dan gebeurt of hoe je dat soort type overmacht kunt onderbouwen. Ik stuur er dus niet op gebruik te maken van alle uitzonderingsgronden, want dan komen we in Nederland van een koude kermis thuis. Maar als we echt denken legitieme uitzonderingsgronden te hebben, dan zorgen we er natuurlijk wel voor dat we onze dossiers volledig op orde hebben. Waar staan we dan op dit moment met de Kaderrichtlijn Water? De heer Heutink vroeg daarnaar. Het lid Kostić vroeg daarnaar. Bij alle doelstellingen moet je aan circa 100.000 waardes per stof voldoen. In ruim 700 gebieden wordt dit moment ongeveer driekwart van alle doelen en normen gehaald. Daar zit dus ook de verbetering in — de heer Pierik refereerde daaraan — die zich in de afgelopen jaren en decennia al heeft voorgedaan. Tegelijkertijd is er in elk water minimaal één stof die niet aan de norm voldoet. Daarmee is er op dit moment geen waterlichaam dat voldoet aan alle normen. Voordat ik verder inga op de normen, ga ik in op de vraag van de heer Pierik hoe ondernemers en consumenten kunnen bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit en hoe we de doelen van de Kaderrichtlijn Water helder uitgelegd krijgen. Het doelbereik van de Kaderrichtlijn Water hangt samen met het verminderen van de belasting van alle bronnen: het buitenland, de rioolwaterzuiveringsinstallatie, diffuse bronnen, de landbouw, de industrie. Dat betekent dus ook dat ondernemers hun producten schoner moeten produceren en minder stoffen moeten lozen. Juist daarvoor werken we nu samen met het bedrijfsleven een ketenaanpak uit: waar zit hun handelingsperspectief en zijn ze zich daarvan bewust? Ik ben heel blij dat ook VNO-NCW die handschoen heeft opgepakt, eigenlijk om het daarmee aan de eigen achterban duidelijk te maken: zorg nou dat je straks het onheil voor bent en zorg dat je weet wat je loost en wat je kunt verminderen aan je lozing. Dat betekent uiteindelijk voor consumenten dat we minder vervuilende producten moeten kopen en uiteindelijk ook minder vervuiling via het riool moeten lozen; denk bijvoorbeeld aan medicijnresten. Daarvoor is voorlichting van belang. Dat doen we bij medicijnresten, waar we een green deal over hebben gesloten met de zorgsector, zodat zij zich aan hun kant inspannen om er alles aan te doen zo min mogelijk medicijnresten te lozen. Dan naar de normstelling. De heer Heutink en anderen vroegen wat er uit het buitenland komt en of de regels en lozingsnormen van Brussel niet te streng zijn. De normen die de Europese Commissie stelt voor de chemie zijn voor alle landen hetzelfde. Voor sommige andere parameters, bijvoorbeeld ecologie, stellen landen eigen doelen vast. De Kaderrichtlijn Water schrijft dan voor hoe dat moet. Ook stemmen landen de normen zo veel mogelijk op elkaar af. Ik herhaal hier maar dat die normen ook nodig zijn voor de bescherming van mens en milieu; zeker voor Nederland als benedenstroomsland is er veel baat te halen bij Europese afspraken over de waterkwaliteit. Dat is ook de reden dat het onze inzet is om wel aan de KRW te willen voldoen in 2027. Daartoe spreken we zo nodig ook het buitenland aan. Eind dit jaar zal de tussenevaluatie van de Kaderrichtlijn Water gereedkomen. Dat is een vastgesteld moment halverwege de zes jaar. Het levert ons drie inzichten op: waar komen we uit met alle afgesproken maatregelen, waar moeten we meer doen om de doelen te halen en met welke maatregelen kunnen we in die gevallen de doelen alsnog halen. De inzet is nu eerst om met het tijdig uitvoeren van alle afgesproken maatregelen aan de KRW te voldoen. Het impulsprogramma hebben we erbovenop gelegd om al eerder dan aan het eind van het jaar te zien waar er nog dingen spaak lopen. Als eind dit jaar blijkt dat we meer moeten doen, hebben we dan ook gelijk de hele structuur klaarstaan om dat "meer" met elkaar bestuurlijk in te vullen. De heer Heutink vroeg hoe het staat met de lobby in Brussel om minder strenge regels te hanteren. Even voor de helderheid: ik voer geen lobby in Brussel voor minder strenge regels. Ik heb daarstraks al het een en ander gezegd over buitenlandse belasting. Ik zeg daar nu maar meteen bij dat die buitenlandse belasting niet ons grootste probleem is, want we hebben afspraken voor als je er echt niets aan kunt doen. Maar voor heel veel stoffen komt de Rijn bij Lobith ons land schoner binnen dan dat ze uiteindelijk de zee instroomt. Dus we hebben ook gewoon echt in eigen land een klus te klaren. Als die buitenlandse belasting wel een probleem is voor het doelbereik, gaan we in gesprek met het buitenland om dat probleem op te lossen. Wat gebeurt er dan met andere landen, vroeg de heer Van Dijk. Halen die hun doelen wel? Gaan we daarover in Europa in gesprek? Ik denk van niet, want in 2027 zullen er in alle lidstaten doelen zijn die niet worden gehaald. Dat is wel iets waarover lidstaten in de Europese Commissie in gesprek zijn. Maar ik vind het geen reden om niet alles op alles te zetten om die doelen te halen. Het zou wat mij betreft echt een te groot risico zijn om het niet te doen. De heer Gabriëls vroeg hoe het zit met de binnenlandse juridische risico's bij het niet halen van de KRW. Daarvoor geldt dat initiatieven moeten voldoen aan de eisen van de KRW. Ze mogen geen achteruitgang veroorzaken en ze mogen de verbeterdoelstelling in 2027 niet belemmeren. Daar worden projecten dus nu al jarenlang op getoetst. Het niet halen van de KRW-doelen kan dus wel grote gevolgen hebben voor specifieke projecten, die dan niet aan de normen voldoen. De heer Van Dijk vroeg of het daarmee helemaal gelijk op gaat met hoe dit met stikstof ging. Dat is echter weer net van een andere orde, omdat anders dan bij stikstof het vaker regionaal tot problemen zal leiden en ook afhankelijk is van de waterkwaliteit van het betreffende waterlichaam in dat gebied en van datgene wat de voorgenomen activiteit daaraan zou toevoegen. Dus die doelen van de Kaderrichtlijn Water zijn diverser dan bij stikstof en de effecten van projecten zijn meestal lokaler. Maar laten we vooral niet met elkaar doen alsof er dan geen probleem meer is, want projecten kunnen wel degelijk in de problemen komen op het moment dat ze iets doen wat na 2027 echt niet meer kan worden toegevoegd aan de Kaderrichtlijn Water. Dan kom ik op de rapportages en de onderzoeken. De heer Pierik en anderen vroegen daarnaar. De Kaderrichtlijn Water bepaalt hoe vaak, waar en wat er gemeten moet worden. Nederland scoort hier goed op; wij hebben relatief veel meetgegevens ten opzichte van andere landen. Daarmee doet Nederland wat de KRW voorschrijft. Het is niet zo dat we te veel meten. Andere landen meten minder doordat ze bijvoorbeeld natuurlijke wateren zonder menselijke druk hebben, of vanwege de kosten. De Europese Commissie kan landen erop aanspreken als ze te weinig meten. Wij hebben de indruk dat de Europese Commissie dat ook doet. De Commissie heeft op dit gebied meer ingebrekestellingen lopen tegen andere landen dan tegen Nederland. Doordat wij goed meten, hebben we een goed beeld van de problemen in onze wateren en kunnen we de juiste maatregelen kiezen om die op te lossen. Zo is het bijvoorbeeld nodig om te weten of een teveel aan bepaalde stoffen in een waterlichaam toe te schrijven is aan de landbouw, de industrie of rioolwaterzuiveringsinstallaties. Het voorbeeld van Spanje werd genoemd. De Europese Commissie start een inbreukprocedure tegen Spanje als die van mening is dat Spanje het niet goed doet. Maar ik zou in Nederland niet datzelfde risico willen lopen. Welke stoffen moeten er ten minste onderzocht worden om een groen vinkje te krijgen, vroeg de heer Pierik. Voor oppervlaktewater zijn er ongeveer 140 stoffen genormeerd. In elk van de 745 waterlichamen moeten we aan al die normen voldoen. Hetzelfde geldt voor grondwater, maar daarbij gaat het om kleinere aantallen. We moeten al die stoffen in al die waterlichamen onderzoeken. Het gaat daarbij om een divers palet aan stoffen, onder andere: nutriënten, zware metalen, werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen, paks, zout en industriechemicaliën. Het "one out, all out"-principe hebben vele leden genoemd. Dat principe staat in de KRW en is dus op alle landen van toepassing. Het is ook een logisch principe. Je wil namelijk uiteindelijk van alle schadelijke stoffen af. Tegelijkertijd is het geen goed principe om te gebruiken om de voortgang inzichtelijk te maken wat betreft de verbetering in de stroomgebieden. Daarom pleiten we in Europa voor een aanvullende manier waarop lidstaten moeten rapporteren, om daarmee ook gewoon een veel duidelijker beeld te krijgen van wat het is dat lidstaten hebben gedaan, hoe de voortgang is geweest en hoe wij scoren ten opzichte van andere lidstaten. Daarover zijn we in Europa ook in overleg. Maar ik zeg daarbij dat dit ook nog geen gelopen race is. Dan heb ik een aantal …
Versie 0a0c7de2ede42b3f9e33ebae2f9c0d353081ba7a2921474e4d0f103853bd6c0e · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.