statement · 29 jan 2024 · Tweede Kamer
Water
Brontekst
Minister Harbers: Voorzitter, dank u wel. Dank aan de leden voor hun inbreng in dit wetgevingsoverleg. Eerst maar even de indeling van de onderwerpen. Ik begin met een lang blok over waterveiligheid en water en bodem sturend. Het eerste gedeelte van het blok gaat over het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Het tweede gedeelte van het blok gaat over water en bodem sturend. Maar de vragen in dit blok hadden wel raakvlakken; daarom heb ik die allemaal in één blok gedaan. Daarna heb ik een blok waterkwaliteit. Vervolgens heb ik een blok drinkwater. Tot slot heb ik nog een blokje met enkele internationale vragen. Dat zijn de vragen over de walvis en over de COP in Dubai. Dat is dus een heel kort blokje. Voorzitter. Ik begin met een reflectie op de afgelopen weken. Velen van u zijn daarop ingegaan. De voorzitter noemde in het bijzonder dat we deze week de Watersnoodramp in Zeeland, de Zuid-Hollandse eilanden en West-Brabant herdenken. Die was 71 jaar geleden. Het is niet vergelijkbaar, maar als je aan een kade woont waar water kan komen, dan zal dat de afgelopen weken toch tot zorgen hebben geleid. Denk aan de hoogwatersituatie in Nederland tijdens de kerstperiode. Ik vind het heel fijn om van u te horen dat u als Kamer alle mensen dankt die heel hard, ook met de kerstdagen en in de kerstvakantie, hebben gewerkt om de overlast te bestrijden. Dat hebben ze namelijk zeker verdiend. Ik begin met een korte reflectie op wat daar gebeurde. In deze periode hadden we een combinatie van drie factoren. Eén. Er was in de herfst al heel veel neerslag gevallen. Daar kwam veel neerslag bij. Twee. Er was heel veel neerslag gevallen in de buurlanden. Die kwam deze kant op. Drie. Er was stevige wind vanuit een ongunstige richting. Dat zijn allemaal factoren die gemiddeld eens in de vijf jaar voorkomen in Nederland. Die kunnen ook samen voorkomen; dat weten we. Het is een grote uitdaging naar de toekomst toe om ons bij al het waterbeleid dat we voeren, te realiseren dat dit soort samenloop en extremere omstandigheden, zoals we ook in de zomer van 2021 zagen, in de lijn der verwachting liggen. We moeten ons realiseren dat ons dat vaker gaat gebeuren. Dat blijkt ook uit de KNMI-klimaatscenario's. We kunnen gelukkig constateren dat de veiligheid in deze weken nooit in het geding is geweest. We hebben ook veel baat gehad bij de keuzes uit het verleden, bijvoorbeeld om dijken te versterken en rivieren de ruimte te geven. Maar ik ben het eens met iedereen die zei — volgens mij was het met name de heer Tjeerd de Groot — dat dat een alertheid vraagt. We moeten daar steviger aan doorwerken, juist vanwege het feit dat de studies van dit najaar — denk aan de zeespiegelstijging en de klimaatscenario's — laten zien dat het verleden in dit geval geen garantie biedt voor de toekomst. De heer Grinwis vroeg in dit verband of extra pompen in de Afsluitdijk het verschil zouden hebben gemaakt. Die pompen hadden de stijging van het water wellicht iets kunnen afvlakken, maar niet kunnen voorkomen. Daar zouden we namelijk heel grote pompen voor nodig hebben gehad. Tegelijkertijd blijven we ook daar voortdurend kijken of we voldoende voorbereid zijn. Ik ga dan meteen maar even naar de kosten voor het aanpakken van de primaire keringen en de inschattingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Velen van u hebben ernaar gevraagd. Hoe loopt dat nu en in de komende jaren, en in de jaren daarna? Kunnen we dat nog wel binnen de kaders opvangen? Moeten we niet veel meer uit de kast trekken? De bedragen in de studie van het HWBP komen natuurlijk niet uit de lucht vallen, want al in 2017 hebben we de normen opgehoogd. Dat zijn de normen waaraan de dijken en de primaire waterkeringen in 2050 moeten voldoen. De afgelopen jaren zijn, conform de hele cyclus die we daarvoor hebben, alle dijken geïnspecteerd. Als je de normen zou verhogen, zou dat, zo bleek daaruit, betekenen dat er meer dijkvakken versterkt moeten worden. Dat had ik in ieder geval ook al wel verwacht en ik denk dat we dat ook allemaal konden zien aankomen. Het is goed dat die hele inventarisatie gedaan is. Het eerste extra bedrag dat daarop geplakt is, is echt een hele ruwe inschatting. Dat zie je ook aan de bandbreedte die daaromheen zit. Die bandbreedte bedraagt 12 tot 34 miljard. Het is bovendien ook niet een bedrag waarvan je gelijk kunt zeggen: oké, dat moet het dan worden en dat moeten we vanaf nu in de rijksbegroting opnemen. We weten natuurlijk wel, dit in antwoord op een vraag van de heer Van Dijk, dat we niet voldoende hebben aan dat bedrag als je het Deltafonds extrapoleert tot 2050 en je aan de bovenkant van die bandbreedte gaat zitten. Dan hebben we niet voldoende aan het Deltafonds. Wat zou je dan nu al wel in dat Deltafonds willen inpassen? Daarvoor hebben we echt meer duidelijkheid nodig. Vandaar dat het komende jaar benut wordt om te proberen dit bedrag concreter te maken. We willen af van die hele hoge bandbreedte, omdat we dan op een gegeven moment kunnen bekijken wat we echt nodig hebben en in welke tijdvakken het valt. We weten wel dat we het Deltafonds voor de komende jaren voldoende gevuld hebben om het HWBP uit te voeren zoals we ons dat voor de komende jaren voorgenomen hadden. Maar ja, als je door je oogharen kijkt, zie je natuurlijk dat die opgave vergroot wordt in de jaren '30 en '40. Dat zal de komende tijd duidelijk worden, zodat in de komende kabinetsperioden — ik gebruik nadrukkelijk het meervoud — hierover verdere besluiten genomen kunnen worden en zaken ingepast kunnen worden. De heer Grinwis vroeg of de huidige afspraken over de kostenverdeling tussen Rijk en waterschappen onder de loep genomen moeten worden. Hij noemde daarbij de bekende voorbeelden van de waterschappen met een grote opgave en relatief weinig inwoners, die het echter wel met de waterschapsbelasting op moeten brengen. Dat is de reden waarom ik op dit moment de Waterwet en de kostenverdeling tussen Rijk en waterschappen laat evalueren. Die evaluatie is eind dit jaar klaar en die kunnen we dan vervolgens gebruiken om de afspraken over het HWBP met de waterschappen te actualiseren. De heer Grinwis loopt vooruit op een aanpassing van de wet maar als we het gaan actualiseren, zou dat er inderdaad toe kunnen leiden dat de wet moet worden aangepast. Het antwoord dat ik daarnet gaf, heeft ook betrekking op het steeds grotere voorfinancieringsprobleem van de waterschappen, zowel bij de sectorkosten van het Hoogwaterbeschermingsprogramma als bij de verdeling tussen de waterschappen. Dat zijn we op dit moment in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma in kaart aan het brengen. Dit is gelijk ook de reactie op de heer Van Dijk, die dit alles ook samengevat zag in het artikel in Trouw waarop hij mij vroeg te reflecteren.
Versie 0a0c7de2ede42b3f9e33ebae2f9c0d353081ba7a2921474e4d0f103853bd6c0e · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.