KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 29 jan 2024 · Tweede Kamer

Water

Brontekst

Minister Harbers: Ik ken eerlijk gezegd heel veel voorbeelden waarin beide hand in hand zijn gegaan. Maar ik denk wel dat je een goed onderscheid moet maken: wat doe je sec aan de veiligheid tegen grote overstromingen en wat doe je aan het waterbergend vermogen? Daarom zei ik: het is en-en-en. Wat mij een beetje bijbleef uit het rapport van de Rekenkamer, was: als je heel veel tweedelaags doet, dan heb je laag één niet meer nodig. Daar ga ik niet in mee, want die eerste laag hebben we ook echt nodig. Vanuit het kabinet komen we nog met een uitvoerigere reactie daarop. De heer Peter de Groot vroeg naar afspraken met landen om ons heen. Kunnen zij hun water niet beter vasthouden, omdat dat voorkomt dat wij versneld kostbare maatregelen moeten nemen? Dat ben ik zeer met hem eens. Dat is ook een van de lessen van de wateroverlast in de zomer van 2021, waarbij overigens de gevolgen van de ramp in Duitsland, België en Luxemburg nog veel groter waren dan in Nederland, in Limburg. Dat heeft wel tot een stroomversnelling van de gesprekken daarover geleid, omdat ook in de buurlanden nu wel wordt gezien dat daar veel meer aan waterberging gedaan moet worden. Dat doen we ambtelijk en dat doe ik ook persoonlijk. Vorig jaar heb ik mijn ambtsgenoten van Wallonië en Vlaanderen daarover gesproken. Binnenkort spreek ik ook de ambtsgenoten uit Noordrijn-Westfalen. We hebben onder Beneluxvlag daartoe inmiddels het initiatief genomen om beter voorbereid te zijn op overstromingsrisico's en iedere lidstaat daar zelf z'n aandeel in te laten nemen. Dat bouwt overigens ook voort op de reeds bestaande samenwerking in de riviercommissies. Noordrijn-Westfalen is natuurlijk geen lid van de Benelux, maar overweegt nu wel om als een soort Benelux-pluslid aan die samenwerking deel te nemen. In de Rijncommissie spreken we erover en we willen ook in de andere riviercommissies vergelijkbare afspraken maken. Ik noemde zojuist al het programma Integraal Rivier Management. De heer Van Dijk zei: het programma dat er nu ligt is kaderstellend; is er ook al zicht op de uitvoering? Ik zei u net al: na 2021 zijn er ook alweer wat extra projecten opgestart als maatregelen voor de korte termijn. In het ontwerpprogramma is een overzicht daarvan opgenomen. Nu zitten we in de fase om dat programma ook met partners in bestuurlijk Nederland vast te stellen. Dan volgt daarna meteen een uitvoeringsagenda op dat programma Integraal Rivier Management. Dat is, denk ik, wel een zaak waarbij het tegen die tijd aan een volgend kabinet is om dat voor de komende jaren goed in te regelen. De heer Van Dijk vroeg specifiek in het kader van waterberging naar de afspraken in internationaal verband, maar dat heb ik zojuist al aan de heer Peter de Groot uitgelegd. Dat nemen we daarin mee. Dan de stikstofvraag die er nog lag van de heer Van Dijk. In de eerste plaats zijn de waterschappen verantwoordelijk voor het in uitvoering nemen van hun dijkversterkingsprojecten. Zij brengen in een vroeg stadium in kaart welke stikstofmaatregelen moeten worden genomen en bespreken dit met de provincie of met LNV als bevoegd gezag. Zoals gezegd werken we aan de invoering van emissieloos materieel bij dijkversterkingsprojecten. Dat scheelt een hoop in de stikstofuitstoot. Samen met de partners in het hoogwaterbeschermingsprogramma en de Unie van Waterschappen houden we de voortgang van het programma op dit gebied goed in de gaten, ook tegen de achtergrond van het feit dat het kabinet vorig jaar, meen ik, heeft aangegeven dat wij bescherming tegen hoogwater en hoogwaterveiligheid prioritair vinden als het gaat om de verdeling van schaarse stikstofruimte. Ook vanuit dat oogpunt kijken we of er ergens dingen van de rails lopen. De heren Van Dijk en Tjeerd de Groot hadden vragen over de afhandeling van schade na wateroverlast. De suggestie van een éénloketfunctie kwam bijvoorbeeld op. De afwikkeling van de schade in Limburg van tweeënhalf jaar geleden valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie en Veiligheid, want het betrof de Wet tegemoetkoming schade bij rampen. Zij is op dit moment bezig, in nauw overleg met het Verbond van Verzekeraars, met het inrichten van zo'n éénloketfunctie. Ik begrijp dat JenV van plan is om dit voorjaar samen met het ministerie van Financiën de Kamer daar nader over te informeren. Om naar de toekomst te kijken, zegt de heer Tjeerd de Groot, ligt er nu een rapport van het Verbond van Verzekeraars om te kijken naar een specifieke verzekering tegen overstromingen van primaire keringen. De opties hebben ze aangedragen als onderdeel van de verkenning die we met drie ministeries doen, samen met JenV en Financiën. Financiën is verantwoordelijk voor het toezicht op verzekeraars in Nederland en JenV doet mee vanuit de inhoud van waterveiligheid. We zijn hierover nog steeds in nauw overleg met het Verbond van Verzekeraars. Als je dit gaat doen, zul je ook in detail uitgewerkt moeten hebben hoe z'n verzekering of een verzekeringspool voor overstromingen eruitziet. Dat komt dus allemaal in de gezamenlijke rapportage van deze drie ministeries naar de Kamer toe. We hopen dat we daarin echt bouwstenen klaar kunnen leggen die daarna gebruikt kunnen worden. Dat alles ook omdat de heer De Groot terecht aangeeft dat mensen zich vaak niet realiseren voor welke overstromingsschade zij niet verzekerd zijn. Dat zijn wij ons zeer bewust, vandaar ook dat gezamenlijke gesprek met het Verbond van Verzekeraars en onze opdracht om te kijken hoe we dat met elkaar kunnen aanpakken. Er ligt overigens inmiddels ook een breed rapport vanuit de financiële sector over de financiële gevolgen die het kan hebben als je je bescherming tegen wateroverlast niet op orde hebt. Dat brede rapport van de hele financiële sector is ons in december aangeboden en zegt bijvoorbeeld ook iets over de toekomstige financiering van bouwactiviteiten. Ook daarover zijn we met de sector in overleg. De heer Peter de Groot vroeg naar het dijktraject bij Bergambacht. Hij zei dat in het kader van de drinkwatervoorziening, maar ik pak de vraag hier maar even op bij het blok over dijkversterkingen. De hele prioritering in het Hoogwaterbeschermingsprogramma wordt in dat programma gedaan door waterschappen en Rijk gezamenlijk. Dat doen ze op basis van de urgentie, op basis van de staat van het betreffende dijkvak en vanuit de zorgplicht die het waterschap heeft om een dijk veilig te houden. Ik kan hier dus niet vanuit de Kamer zeggen dat we dit dijktraject versneld eruit lichten. Die prioritering doen we echt gezamenlijk in dat programma. Ik begrijp overigens dat ook Dunea bezig is om zelf beheersmaatregelen te treffen. De heer Van Dijk vroeg naar innovatie en het Gelderse initiatief voor een tweefasendijk, zoals dat heet, meen ik. Dat is een van de voorbeelden van innovatie die we inderdaad oppakken binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma, want dat juichen we ook met z'n allen toe. Ik begrijp dat het Waterschap Rivierenland op de hoogte is van dit initiatief en daarover in overleg is om te kijken of het kan of niet, ook al ziet niet elk onderdeel van het initiatief uit als een realistische oplossing. Ik begrijp dat de Raad van State daarover inmiddels ook die conclusie had uitgesproken. Maar los daarvan: iedere vorm van innovatie hebben we hard nodig, denk ik. We gaan even meer naar de kust. De heer Grinwis vroeg naar de Hollandkering. Hij heeft daar eerder een motie over ingediend en die is aanleiding geweest voor het onderzoek dat er nu ligt. Dat is allemaal onderdeel van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging en anders dan wat ik soms hoor, is het rapport dat daarover in het najaar werd opgeleverd, niet het eindproduct maar een tussenbalans, de staat van alle onderzoeken op dit moment. Er wordt op onderdelen nog verder gewerkt en dat moet allemaal leiden tot materiaal dat in 2026 gebruikt kan worden bij de reguliere herijking van de deltabeslissingen in het Deltaprogramma. Er is dus ook nog even tijd om hier verder naar te kijken. In het Kennisprogramma Zeespiegelstijging worden nu eerst de verschillende langetermijnopties in beeld gebracht. Vervolgens wordt de koppeling met de kortetermijnbeslissingen onderzocht. Dan willen we ook met het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden het gewenste verdiepende onderzoek voor deze regio uitvoeren. U verzocht om een toezegging en ik kan u dus toezeggen dat uw verzoek wordt meegenomen in dat vervolg onder de vlag van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging en in het verdiepende onderzoek dat met de regio Rijnmond-Drechtsteden wordt gedaan.

Versie 0a0c7de2ede42b3f9e33ebae2f9c0d353081ba7a2921474e4d0f103853bd6c0e · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Onderdeel van dit debat · Officiële koppeling

Water

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.