statement · 29 jan 2024 · Tweede Kamer
Water
Brontekst
Minister Harbers: Water en bodem sturend is in november 2022 als kabinetsbeleid geïntroduceerd en naar de Kamer gestuurd. In de veertien maanden die daarop volgden is er een enorme hoop werk verzet om zo snel mogelijk de keuzes, die bijvoorbeeld in wet- en regelgeving moeten worden omgezet, vast te leggen. Los daarvan merken we dat water en bodem sturend nu leeft in alle discussies en planvorming, en niet in het minst ook bij de financiële sector, de bouwsector en de verzekeringssector. Denk aan de peilfixatie bij een deel van de Zuidplaspolder en de ruimtelijke planvorming van de Gnephoek in Alphen aan den Rijn. Daar zijn nu minder woningen op een betere locatie gepland, zodat ze op voorhand, los van wet- en regelgeving, voldoen aan de keuzes die we hebben gemaakt met water en bodem sturend. Ook de ruimtelijke plannen, zoals het NPLG, de ruimtelijke arrangementen, de NOVEX-gebieden en de Nota Ruimte, worden allemaal ontwikkeld op basis van de uitgangspunten van water en bodem sturend. Daarnaast — daar ben ik echt oprecht blij mee — hebben we het beleid op het gebied van water en bodem sturend gemaakt samen met de medeoverheden. Dat hebben we met name gedaan met de Unie van Waterschappen, provincies en gemeenten. Vervolgens zie je dat doorvertaald. Decentrale overheden zijn namelijk al druk bezig. Zo hebben onder andere de provincies Noord-Brabant, Utrecht, Flevoland, Noord-Holland en Zuid-Holland al voor hun eigen gebied "water en bodem sturend"-kaarten ontwikkeld. De heer Tjeerd de Groot zal zeggen: dat is nou allemaal papier. Tegelijkertijd beïnvloedt dat ook daadwerkelijk al de keuzes die gemaakt worden in de praktijk. Het gaat al echt om aanpassing van wet- en regelgeving, die we zo snel mogelijk — daar wordt op dit moment aan gewerkt — in gang willen zetten. Dat is uiteindelijk het instrument dat je nodig hebt om ontwikkelingen echt afdwingbaar te maken. De heer Grinwis vraagt wanneer het langetermijnwaterbelang het wint van het kortetermijnwoningbelang. Je merkt dat dat best rap gaat. We hebben beide belangen natuurlijk te dienen in dit land. Ze zijn ook allebei belangrijk. Ze conflicteren ook in sommige situaties. We willen met name de decentrale overheden faciliteren. Daarom is de landelijke maatlat gemaakt en zijn we bezig met ruimtelijke afwegingskaders, die we op korte termijn — ik denk dat dat binnen enkele maanden kan — samen willen publiceren. Dat doen we voor heel Nederland. Dan kan je zien waar je echt niet moet bouwen, waar je met een gerust hart kunt bouwen en waar het "ja, mits" of "nee, tenzij" is. Die kaders bieden ook handvatten hoe je die "mits" of die "tenzij" in kunt vullen op een manier dat je daadwerkelijk iets bouwt waar mensen de rest van de eeuw en hopelijk nog langer iets aan hebben. Er is dus ontzettend veel werk verzet. Dat zal de keuzes die de komende jaren gemaakt worden in dit land echt beïnvloeden. De heer Gabriëls vraagt naar de Meinerswijk in Arnhem. Hij vraagt: waarom wordt die nog wel gebouwd? We hebben in het "water en bodem sturend"-beleid een zeer beperkt aantal uitzonderingen gemaakt voor de plekken waar al jaren aan ontwikkelingen wordt gewerkt. Denk aan enkele gebieden rond het IJsselmeer en het Markermeer. In generieke zin hebben we afgesproken dat de locaties die per 2025 nog niet over een definitief bestemmingsplan beschikken, aan het "water en bodem sturend"-beleid moeten voldoen. Dat is tamelijk stringent. Als je vervolgens kijkt naar de Meinerswijk in Arnhem, dan zie je dat die wel voldoet aan het overigens ook niet bepaald onstrenge beleid in het verleden. Er is ook rekening gehouden met de rivier, bijvoorbeeld door een nevengeul van de Rijn aan te leggen en die op zo'n manier in te richten dat hierbij de facto ook voldoende rekening wordt gehouden met ruimte voor het water en ruimte voor de waterveiligheid. Dat hebben we afgesproken omdat je ook niet zomaar met één druk op de knop iedere ontwikkeling in Nederland waar al jaren aan gewerkt wordt wilt stoppen. De heer Van Dijk vraagt in dat verband hoe het staat met de borging van water en bodem sturend in de woondeals. In de uitvraag voor de provinciale ruimtelijke plannen en de woondeals is water en bodem sturend als uitgangspunt opgenomen. Dat betekent dus ook weer dat zij rekening moeten houden met dit principe bij de verdere uitwerking van de woondeals. Dat komt straks ook in de nieuwe Nota Ruimte te staan. Vervolgens komen de landelijke kaders ook in het ruimtelijk afwegingskader, dat, zoals gezegd, nagenoeg is afgerond. Daarmee gaan we provincies helpen om ruimtelijke ontwikkelingen af te stemmen op het water- en bodemsysteem. De heer Peter de Groot vroeg of ik samen met de minister van Binnenlandse Zaken met ontwikkelaars en bouwers om tafel wil, zodat water een prominentere plek kan krijgen bij de inrichting van nieuwe wijken, bedrijventerreinen en kantoren. Dat vanuit de insteek dat water daarmee ook als kans in te zetten is. Ik antwoord hem graag dat ik dat graag wil doen. We zijn ook in gesprek met die partijen. De ontwikkelaars en de bouwers zijn ook betrokken geweest bij de totstandkoming van de Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving, die ik samen met de collega's van BZK en LNV vorig jaar heb gepubliceerd. We kijken nu ook samen met die partijen naar de toepassing van die landelijke maatlat in de praktijk. Er worden ook voorbeelden gedeeld en er is inzicht in kosten en baten. Uiteindelijk is er de mogelijkheid om de maatlat wettelijk te borgen. Over de wijze van borging verwacht ik dat we dit voorjaar een besluit kunnen nemen. De heer Gabriëls haalde de zorgen van de VNG over de implementatie van water en bodem sturend aan en zei dat zij budget zouden missen. Uiteindelijk is water en bodem sturend integraal onderdeel van ruimtelijke planprocessen. Daar waar dat nog niet zo is, wordt dat het wel op korte termijn. Daarmee maakt het ook deel uit van de planprocesbegroting. Daarmee vinden zij hun budget in principe in de bestaande middelen. Ik merk, ook in het land, dat gemeenten al dan niet via de VNG actief betrokken zijn bij het "water en bodem sturend"-beleid. Ik krijg ook hun zorgen mee. In z'n algemeenheid zie je natuurlijk dat hun ambtelijke organisaties behoorlijk belast zijn door niet alleen water en bodem sturend, maar wel door de veelheid aan opgaven in de ruimte in Nederland. We hebben in ieder geval afgesproken en zijn nu bezig met de VNG om een gezamenlijke taskforce in te richten, zodat we in ieder geval vragen die bij gemeenten leven en waarvoor ze gewoon praktische handvatten zoeken, snel en proactief kunnen oppakken. Het College van Rijksadviseurs gaat dit jaar in circa acht gebieden actief aan de slag met lokale overheden om water en bodem sturend vorm te geven, zodat dit ook weer leerervaringen oplevert, die ook met andere gemeenten kunnen worden gedeeld. De heer Peter de Groot vroeg of de watertoets meegenomen en intensiever ingezet kan worden en of we monitoren of er niet standaard gemotiveerd wordt afgeweken. Sinds 1 januari is de watertoets in de Omgevingswet vervangen door het begrip "weging van het waterbelang". Dit betekent dat in een omgevingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarmee wordt die vroegere watertoets prominenter, vroegtijdiger en inhoudelijker in het proces betrokken. Uw suggestie voor het monitoren van wat er vervolgens gebeurt bij de toepassing van de watertoets of de weging van het waterbelang, vind ik een goede. Ik zeg toe dat we dat ook zullen gaan doen. Verder zijn de doorwerking en de inhoudelijke uitwerking van de vroegere watertoets natuurlijk ook onderdeel van de borgingskalender water en bodem sturend, die ik ook dit voorjaar weer naar de Kamer stuur. De heer Grinwis had weer een ander gevoel, namelijk dat water en bodem sturend betekent dat we een hekel hebben aan technische oplossingen. Dat ben ik niet met hem eens, want het is evident … In reactie op wat u buiten de microfoon zegt: nee, dat is een beetje kort samengevat, want u zei ook te geloven in water en bodem sturend. Ook hier is het en-en. Waar technische oplossingen ons helpen en ze dat in het verleden goed hebben gedaan, denk ik dat dit zeker ook in de toekomst zo zal zijn, zeker als je kijkt naar alle mogelijkheden voor klimaatadaptief bouwen. Dat zijn toch ook heel vaak hele mooie technische oplossingen, dus die blijven onverkort onderdeel van het waterbeheer in Nederland. Als ik dan toch bij de heer Grinwis ben: hij zei ook nog iets over bebouwing in en rondom het Markermeer en het IJsselmeer en maakte de vergelijking met nieuwe natuur. Dat is op zich een logische vraag. Nu is het wel zo dat de natuurontwikkeling in het Markermeer ook weer essentieel is voor het verbeteren van de waterkwaliteit ten behoeve van de Kaderrichtlijn Water. Overstroombare natuur zoals daar heeft geen impact op de waterbergingscapaciteit, in tegenstelling tot nieuwe woningbouw. Daarnaast is het niet mogelijk om natuurontwikkeling volledig binnendijks te realiseren, terwijl woningbouw op veel plekken wel mogelijk is. Dat is de reden dat we hebben gezegd, ook vanuit de functie van het Markermeer en het IJsselmeer als grootste zoetwatervoorraad van Nederland, dat we, op enkele uitzonderingen na die we al met elkaar gedefinieerd hebben, geen nieuwe bebouwing buitendijks toestaan. De heer Grinwis verzocht mij om daarover nog advies te vragen aan de deltacommissaris. Dat is niet nodig, want de deltacommissaris heeft in december 2021 al geadviseerd over dit onderwerp en aangegeven — dat heeft de vorige deltacommissaris ook vaak gedaan in bestuurlijke overleggen — dat het van belang is om ruimte te houden voor waterberging in het Markermeer en het IJsselmeer. De heer Grinwis vroeg verder naar het portaal voor beste data over risicoprofielen. Dat nemen we mee in het ruimtelijk afwegingskader dat binnenkort beschikbaar komt. Daarmee voorkomen we projecten waarvan we later spijt gaan krijgen. Dat ruimtelijk afwegingskader komt, inclusief kaartmateriaal, op een publiek portaal dat ook toegankelijk is voor financiers. We zullen wat de hoeveelheid data betreft — diverse sprekers noemden dit punt — ervoor zorgen dat wat we hebben en dat behulpzaam kan zijn bij het maken van beslissingen, zo ruimhartig mogelijk beschikbaar komt. De heer Pierik vroeg naar de verziltingsproblematiek in Zeeland. Ik ben me zeer bewust van deze problematiek. Zeker op de lange termijn, maar misschien ook wel op de middellange termijn, geven verzilting en droogte problemen voor de landbouw. We hebben te maken met een heel ingewikkeld vraagstuk. Stel je een aantal zomers op een rij voor zoals we die in 2022 en ook in de jaren daarvoor hebben gehad. We hebben niet altijd voldoende aanvoer van zoet water in de rivieren om in ieder gebied dat vatbaar is voor verzilting, de verzilting tegen te kunnen gaan. Om die reden hebben we dit punt geadresseerd in de structurelere keuzes voor water en bodem sturend. Zeker naar de middellange termijn toe moet je echt met elkaar bekijken waar je iets aan de verzilting kunt doen en waar niet en tot welke afwegingen dat leidt. Op korte termijn kan Zeeland zich wel voorbereiden op meer verzilting door regenwater op te slaan in de kreekruggen en onder kleilagen. Dat gebeurt nu al, met een financiële bijdrage vanuit het Deltaprogramma Zoetwater. Op lange termijn wordt in het kader van dit programma bekeken wat haalbaar en mogelijk is in de watervoorziening en het landgebruik. De heer Pierik vroeg ook of ik het belang zie van het vasthouden van water. Zeker. Het vorige was al een voorbeeld daarvan, maar we stimuleren dat ook door de cofinanciering van overheidsprojecten van waterschappen en gemeenten ter waarde van ongeveer 400 miljoen euro via het eerder genoemde Deltaprogramma Zoetwater. Inwoners worden gestimuleerd om regenwater in hun tuin op te vangen, bijvoorbeeld door de tuin te vergroenen. Er zijn allerlei al dan niet ludieke acties in dat kader die enorm aanslaan. De nieuwe Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving stimuleert regen- of wateropvang bij nieuwbouwwoningen. Voorzitter, ik ben aan het einde van de beantwoording in het rubriekje waterveiligheid en water en bodem sturend.
Versie 0a0c7de2ede42b3f9e33ebae2f9c0d353081ba7a2921474e4d0f103853bd6c0e · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.