Vermogensverdeling
Brontekst
Versie f78ed12984801930 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenStaatssecretaris Van Rij: Dank u wel, voorzitter. Ik zou willen beginnen met het ibo vermogensverdeling en de meest recente cijfers. Het voordeel van het ibo-rapport is dat nu eens een keer in kaart is gebracht waar het vermogen in Nederland uit bestaat, hoe het is samengesteld en bij wie het zit. Dat hebben ze uiteraard gedaan over het jaar 2020. Inmiddels zijn de cijfers over 2021 bekend van het CBS en De Nederlandsche Bank. Dat is publieke informatie. Het pensioenvermogen is bijna 1.700 miljard. Dan hebben we de eigen woning: 974 miljoen. Dat is bijna 1 miljard. Dat is dus het verschil tussen de waarde en de hypotheek. Dan hebben we het financieel vermogen netto in box 3, zonder vastgoed: 382 miljoen plus het vastgoed erbij. Dat is nog eens 166 miljoen. Samen is dat dus 550 miljoen. Sorry, ik zei "miljoen", maar ik bedoelde "miljard". Ik ben inderdaad even abuis, maar dat zijn de miljarden. Maar dat is alweer aanzienlijk meer dan de andere cijfers. Dus: 1.700 miljard, bijna 1 miljard eigen woning, en dan 550 miljard in box 3. Het aanmerkelijk belang is 435 miljard en het ondernemingsvermogen 84 miljard in box 1. Dat zijn de grootheden. De discussie gaat dan natuurlijk over het pensioenvermogen. Daar heeft het ibo-rapport overigens behoorlijk genuanceerd op gereflecteerd in hoofdstuk 2.2.2. Ze hebben daar eigenlijk de definitie van het CBS overgenomen. Ze hebben zich in hun verdere analyse gericht op dat deel van het vermogen dat op korte of middellange termijn beschikbaar is in liquide zin en voor consumptie, terwijl het pensioenvermogen, die 1.700 miljard, natuurlijk uitgesteld inkomen is. Als je die 1.700 miljard wél meeneemt, kom je natuurlijk inderdaad uit op de cijfers van de World Inequality Index. Dat gezegd hebbende: ook als je pensioenvermogen wel meetelt, zie je dat de hoogstverdienenden in dit land nog steeds hogere pensioenvermogens hebben. Die verhouding blijft nog steeds 1:3. Uiteindelijk gaat de discussie met name in de beleidsrichtingen die het ibo aangeeft en waar wij meteen mee aan de slag zijn gegaan. In de eerste plaats is dat pakket nummer één. Van dat pakket hebben wij drie van de vier maatregelen overgenomen. Niet in de volle omvang, zeg ik, want ze hebben bijvoorbeeld voorgesteld om het opstaptarief in de vennootschapsbelasting te verhogen naar 25% en wij hebben dat naar 19% verhoogd. De andere hebben we wel gedaan. We hebben de doelmatigheidsmarge afgeschaft. We hebben ook een gesplitst AB-tarief dat op 1 januari aanstaande wordt ingevoerd. Dat hebben we gedaan om weer een globaal evenwicht terug krijgen. Toen het boxenstelsel startte, het nieuwe stelsel … Hoewel, zo'n grote belastingherziening was dat toen eerlijk gezegd ook niet, hoor, op 1 januari 2001. Met name de inkomsten uit vermogen zijn toen anders belast, in box 3. Verder is er een box gezet om de inkomsten uit arbeid, de winst uit onderneming en de winst uit aanmerkelijk belang. Toen lag de belastingdruk dichter bij elkaar, bij box 1 en bij box 2. Die grafiek kent u. Dat is uitgegroeid tot een verschil. Dan hebben we het er dus over hoe inkomen werd belast in box 1 en in box 2, gecumuleerd, dus in box 2 zowel de vennootschapsbelasting als de inkomstenbelasting. Dat verschil was inmiddels opgelopen tot 11%. Door de cumulatie van die maatregelen hebben we dat weer teruggebracht tot 5%, wat het aanvankelijk ook was. Dan heb je natuurlijk nog gradaties. Je kunt winst uit onderneming in de ib-sfeer … Dat is overigens ook een misvatting, alsof ondernemers nu opeens heel zwaar belast worden in box 1 door dit kabinet. Dat is niet zo. De ondernemers in box 1 die een eenmanszaak hebben, hebben profijt van de arbeidskorting die we hebben verhoogd. Ze hebben ook profijt van de verlaging van het tarief in de eerste schijf. Het enige wat in de loop der tijd zijn effect zal hebben, is de zelfstandigenaftrek. Het ibo-rapport had aanbevolen om iets te doen aan de mkb-winstvrijstelling in pakket één. Dat hebben we niet gedaan, maar wel in box 2. In box 2 ligt de belastingdruk nu eigenlijk bijna gelijk, zeker bij degenen die veel winst hebben, boven de twee ton. Uiteindelijk gaan zij bijna 49,5% belastingdruk hebben. Daarom is een aantal directeur-aanmerkelijkbelanghouders hier iets minder tevreden mee. Tegelijkertijd is dit precies de discussie. Als we het over de 1% hebben, zit het grootste deel in box 2 en niet in box 3; de heer Nijboer zei het al. Daarmee geef ik ook meteen antwoord op die vraag. We komen nog terug op de moties over box 3 en de miljonairsheffing. Maar als je de miljonairsheffing in box 3 doet, raak je het grootste deel van die 1% eigenlijk niet. Van die 1% wordt nu overigens gezegd: dat is 20% belastingdruk. Daar gaat het Centraal Planbureau nog een keer naar kijken, want het is maar net hoe je het berekent. Bereken je inderdaad op jaarbasis wat er daadwerkelijk aan dividend is uitgekeerd door de aanmerkelijkbelanghouder of als de aandelen verkocht zijn? Of houd je rekening met de latentie? Dat is natuurlijk het punt bij box 2: vroeg of laat wordt er betaald. Dan kun je natuurlijk wel discussiëren over wanneer je dat doet en hoe je het contant gaat maken, maar dat zit nog niet goed in die 20%. Die 20% zou dus nog weleens wat hoger kunnen zijn dan dat. Het belangrijkste is dat die claim erop ligt. Er werd gevraagd naar de kapitaalvlucht naar het buitenland. Als iemand naar het buitenland gaat, staat er al een hek om Nederland. Als je als aanmerkelijkbelanghouder naar het buitenland gaat, word je in de heffing ad infinitum getroffen voor de claim die je in Nederland hebt opgebouwd. Dat is natuurlijk al onderkend door de vorige kabinetten. Wij denken dus dat we eigenlijk sneller dan het ibo-rapport … De eerste stap deden we namelijk al in het voorjaar. In pakket nummer één hebben wij een evenwichtige balans proberen te vinden tussen box 1 en box 2. Daarnaast hebben we niet stilgezeten voor box 3. De heer Van der Lee had het over events. Dat is deels juist en deels niet. Deels is het juist. Vanwege het arrest van de Hoge Raad moesten wij natuurlijk iets doen met betrekking tot box 3 — dat is meer dan bekend — maar moesten wij ook iets doen in de budgettaire sfeer. Vandaar ook dat we het tarief "ter dekking van" gradueel optrekken van 32% naar 33% naar 34%. Is dit het einde van het verhaal van het ibo? Nou, nee. Is het ibo alleen iets voor dit kabinet? Nee, deze discussie zal tot ver na dit kabinet worden voortgezet. Meten is weten. Ieder jaar worden de cijfers weer opnieuw herijkt. Ook als er bepaalde verkeerde grondslagen of nuances zijn, zoals ik net zei over die latentie, zullen die ongetwijfeld aangepast worden. Wat gaan wij doen? Dat is pakket twee. Over de bedrijfsopvolgingsregeling hebben we op 9 november een brief gestuurd. Als u het mij toestaat, voorzitter, ga ik daar nu niet heel erg inhoudelijk op in. We hebben namelijk aan de Kamer toegezegd met een uitwerking te komen. De BOR blijft wat dit kabinet betreft gehandhaafd, maar we pakken oneigenlijk gebruik aan en we pakken de knelpunten aan. We komen nog terug op hoe we dat gaan doen. Het voornemen van het kabinet is om bij de voorjaarsbesluitvorming de definitieve besluiten hierover te nemen, zodat we die ook in het Belastingplan 2024 kunnen verwerken. Het derde pakket van het ibo-rapport gaat over de schenk- en erfbelasting. Als kabinet hebben we daarover nog niet een initiatief ontwikkeld, maar is dat natuurlijk ook een discussie die gevoerd zal moeten worden, want de laatste keer dat de schenk- en erfbelasting is gewijzigd, was op 1 januari 2010. Het vierde is de eigen woning. Daarvan heb ik al toegezegd dat ik met een notitie zal komen waarin ik nog een keer actualiseer wat een van mijn ambtsvoorgangers heeft gedaan. Dat is Menno Snel geweest die op verzoek van de Tweede en de Eerste Kamer destijds de hele fiscale regeling van de eigen woning in kaart heeft gebracht. In die twintig jaar is die regeling namelijk volledig "verworden". De duur is al beperkt tot 30 jaar maar we hebben een bijleenregeling. Als je je schuld had afgelost, was er geen eigenwoningforfait. Dat wordt inmiddels weer afgebouwd. We hebben twee stelsels. Ik wijs in dit verband op degenen die vanaf 2012 een hypotheek hebben op annuïtaire basis. Daarnaast is de hypotheekrenteaftrek vanaf 2017 beperkt tot het tarief in de eerste schijf. Bovendien geldt voor woningen dat het gedeelte boven de 1 miljoen euro wordt belast als een belegging; dat is een maatregel van het kabinet-Balkenende IV. Het is daardoor een enorme wirwar geworden, terwijl ik nog niet eens alles heb genoemd. Dat vraagt toch wel om een nadere analyse. Bij wat de minister hierover heeft gezegd, sluit ik mij uiteraard volledig aan. We hebben het er in politieke zin nog helemaal niet over gehad wat we wel of niet met de eigen woning zouden moeten doen, maar ja, je kan niet op voorhand uitsluiten dat misschien een vereenvoudiging van de eigenwoningregeling ook nog wel eens ten gunste kan zijn van degenen die een eigen woning hebben. Het is nu in ieder geval een wirwar en veel mensen realiseren zich eigenlijk niet wat het effect is van de cumulatie van al deze maatregelen. Als laatste punt wat betreft ibo noem ik de belastingconstructies. De eerste hebben we inmiddels ter hand genomen. Dat is de beperking van de periodieke giftenaftrek. Daarover liggen overigens twee moties vanuit de Eerste Kamer waarmee we aan de slag gaan. Het gaat ten eerste om een mogelijk alternatief om te kijken of je in ieder geval het schenken vanuit een vennootschap zonder fiscaal voordeel zou kunnen bevorderen, waarbij er dus geen aftrek is in de winstbelasting. Een andere motie vraagt de regering om met de wereld van de anbi's in contact te treden om na te gaan wat de effecten ervan zijn. Dat gaan we dan ook doen. Met betrekking tot de belastingconstructies hebben we een internetuitvraag gedaan. Een aantal beroepsorganisaties hebben zich zelf bij ons gemeld. Dat zijn we nu allemaal aan het inventariseren. Op weg naar de voorjaars- en augustusbesluitvorming komen we met nadere voorstellen want we hebben een taakstellend bedrag voor volgend jaar van 164 miljoen, dat in de loop der jaren oploopt naar 550 miljoen. Ik kan nu al zeggen dat we daar goed mee bezig zijn. Vooralsnog lijkt het er ook op dat we ten aanzien van echte belastingconstructies met nadere voorstellen zullen komen. En dan heb ik het niet alleen over klein bier.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.