KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 21 dec 2022 · Tweede Kamer

Bestrijding witwassen en terrorismefinanciering

Brontekst

Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Dank je wel, voorzitter. We praten in de financiële commissies vaak over de breedste schouders en het dragen van de zwaarste lasten. Maar ik ben blij dat we het nu een keer hebben over de criminele schouders, die ook mogen bijdragen aan ons belastingstelsel. Om echt een stap te zetten in het tegengaan van witwassen van crimineel geld, is de kracht van samenwerken het sleutelwoord, maar ook meteen de uitdaging. Want we hebben een klant, we hebben poortwachters, we hebben analisten die signaleren, we hebben een opsporingsdienst en we hebben een strafrechtketen. Iedere schakel kent zijn eigen uitdaging. Ik wil beginnen met de klant. De klant weet vaak niet wat er van hem verwacht wordt. Maar hij wordt soms gillend gek als hij erachter komt wat er van hem verwacht wordt. Dan denk ik vooral aan laagrisicoklanten zoals onze vrijwilligers, die we maximaal aan het demotiveren zijn met onze doorgeslagen eisen. Maar ik denk ook aan onze ondernemers, die wel in een hoogrisico-omgeving werken, maar nu soms maanden moeten wachten op rekeningen. Graag hoor ik van de minister wat wat haar betreft een redelijke termijn is om op je rekening te moeten wachten. In de brief van DNB lees ik dat er onderzoek is gedaan naar de dienstverlening van de grootste banken. In 2021 is van bijna 45.000 klanten de zakelijke rekening beëindigd. Van 52.000 klanten is er beperking van dienstverlening toegepast. 34.000 klanten zijn geweigerd. Bij een beperkt deel daarvan gebeurde dat vanwege risico's op witwassen. Ik ben dan wel benieuwd naar de andere redenen, want dat zijn er best veel. Kan de minister hier ook iets over zeggen? Voorzitter. Dan de poortwachters. Dat zijn onze banken, maar bijvoorbeeld ook accountants en notarissen. We praten veel over onze banken, waar ook verreweg de meeste input binnenkomt. Maar de constatering dat er ook bij andere sectoren veel te winnen is, is terecht. Wat vindt de minister bijvoorbeeld van het advies van de FATF om de notaris dienst te laten weigeren als structuren onduidelijk zijn? Dan de banken. Banken en de toezichthouder houden elkaar in de klem. De toezichthouder controleert de banken, die vervolgens in de reflex van overacteren schieten. Daardoor lijkt de focus weg te drijven van het verlenen van financiële diensten aan klanten. Ik ben dan ook blij dat bij DNB en de minister het inzicht is ontstaan dat er meer risicogebaseerd toezicht zal moeten plaatsvinden. De uitdaging zit natuurlijk weer in de operationalisering daarvan. Wij pleiten wel voor zo veel mogelijk eenvoud, en niet voor weer een handleiding per geval ter grootte van een telefoonboek. Het is ook verstandig dat DNB in gesprek gaat met de sector via rondetafels om er zo gezamenlijk over na te denken waar guidance nodig is. Ik ben heel benieuwd naar de uitkomsten daarvan. Kan de minister iets zeggen over wie, naast het ministerie van Financiën en DNB, nog meer aansluiten? Zijn dat ook de opsporingsdiensten en toezichthouders? Een belangrijk element van de aanpak vinden we namelijk ook het vergroten van de feedbackloop — het is al eerder gezegd — tussen opsporing, poortwachters en toezichthouders. Kan de minister rapporteren aan de Kamer over de uitkomsten van de rondetafels? Dan de opsporingsdiensten. De meldketen van de aanpak van witwassen heeft als sluitstuk de opsporingsdiensten. Dat lijkt financieel ook wel een beetje zo te zijn. Want het signaal dat er een gebrek is aan capaciteit, krijgen we al veel langer. We zullen moeten opschalen, zowel bij de FIU als het OM. Hoe effectief wordt er volgens de minister opvolging gegeven aan de meldingen van de FIU? In hoeverre is er een verband met de onderbesteding in de JenV-begroting op ondermijning? Voorzitter. Ik begon over het belang van samenwerking. Wat me verder opvalt in de risicoaanpak, is dat het advies van Van der Vlist nauwelijks terug lijkt te komen, behalve zijn eerste wezenlijke punt, namelijk de samenwerking tussen verschillende partners. Maar hij heeft het ook over een nationaal coördinator in de aanpak van witwassen. Dat idee spreekt ons ook erg aan. Ook betrokken sectoren doen een oproep voor meer sturend vermogen en leiderschap in de hele antiwitwasketen. Want wie bepaalt nu de overkoepelende strategie en wie coördineert? De keten is namelijk behoorlijk complex en strekt zich ook uit over meerdere beleidsgebieden. Kan de minister hierop reflecteren? De minister heeft het in de aanpak ook over meten als derde element van de aanpak, door het jaarlijks publiceren van relevante statistieken. Maar wat bedoelt zij daarmee? Is de effectiviteit van beleid niet ultimo te meten aan de vermindering van witwassen en zijn verbanden met de keteninspanning daarop überhaupt te meten?

Versie bd1ccfeb371984df618dbf48fdc7d22f50cf666c9359b74c838bb83fd82144aa · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.