Initiatiefnota van de leden Omtzigt en Idsinga over realistisch ramen
Initiatiefnota van de leden Omtzigt en Idsinga over realistisch ramen
statement · 31 mrt 2025 · Tweede Kamer
De heer Omtzigt (NSC): Dank u wel, voorzitter. Heel veel dank aan de collega's voor de uitgebreide set schriftelijke vragen naar aanleiding hiervan en voor de steun voor de moties die vroegen om een onafhankelijke groep, de Expertgroep Realistisch Ramen, en verzochten om dit rapport voor 15 maart te ontvangen. Dit is belangrijk. Wij zagen wat meewarige blikken toen we begonnen met een rapport — daar heb ik met meerdere collega's over gesproken — en een initiatiefnota over realistisch ramen, zo van: er zijn allerlei prioriteiten zoals bestaanszekerheid en goed bestuur en dan kom je met het bestuderen van modellen. Maar dat is heel belangrijk. Wij hebben in de wet vastliggen dat op basis van die modellen, van de ramingen van het CPB, de ruimte wordt vastgesteld die wij in de begroting hebben. Laat ik een paar cijfers noemen. Bij de formatie hebben we besloten om te kiezen voor structurele lastenverlichtingen en investeringen van structureel 14 miljard euro. Dat is ongeveer €800 per inwoner van Nederland. Maar de fout in de ramingen is de afgelopen drie jaar twee keer zo groot geweest als het totale beleid van het kabinet-Schoof, dat overigens pas gedeeltelijk is uitgevoerd. Laat dat op u inwerken. Er wordt met grote moeite bezuinigd, er worden hier grote debatten gehouden en er vinden hier best een aantal overleggen plaats over een btw-verhoging waarbij het in totaal over een miljard gaat, maar hierbij zitten we er 20 tot 30 miljard naast. Dat laat zien hoe relevant die ramingen zijn. Om alvast een klein beetje vooruit te lopen op een aantal vragen: als deze ramingen trefzekerder geweest waren, denk ik dat het hoofdlijnenakkoord er iets anders zou hebben uitgezien. De ramingen van het CPB leiden dus tot bepaalde beleidskeuzes wat betreft onderwijs of btw. Die hangen daar rechtstreeks mee samen. Die ramingen zijn in Nederland een stuk slechter dan de ramingen in de omliggende landen. De expertgroep geeft aan dat de afwijking de afgelopen jaren bij ons drie keer zo groot was, 200% hoger. Andere landen hebben een afwijking van ongeveer 0,9%, maar wij zitten gemiddeld op 2,7%, ofwel 30 miljard. Omdat dat percentage bij ons zo veel hoger ligt, is er alle aanleiding om te streven naar betere ramingen. Nu kun je met ramingen een aantal dingen doen. Ik heb weleens een kapotte fiets gehad, waarbij mijn stuur scheef stond. Door je stuur scheef te houden, kun je dan toch recht rijden. Je kunt dus zeggen: ik ga structureel net doen alsof de ramingen niet kloppen; ik hou daar structureel rekening mee. Maar dat is om twee redenen onwenselijk. Het is onwenselijk vanwege de Wet Hof, de Wet houdbare overheidsfinanciën; die is al eerder door onder andere collega Vijlbrief genoemd. Dat is de hervorming die begonnen is onder minister Zalm met als doel om ervoor te zorgen dat we structureel begrotingsbeleid voeren. Dat is een dwingende wet: je móét de ramingen volgen. Ik zeg dit maar meteen, ook richting de heer Grinwis: daar zijn goede redenen voor. Als politici zouden kunnen gaan shoppen in vijf ramingen, weten we precies wat er gaat gebeuren. Dat moet je dus niet willen. Daarom gebruik je één set ramingen. Het is dan wel van belang dat die ramingen kloppen. Er is een toezichthouder op die ramingen, vanuit Europees begrotingsperspectief. Dat is de Raad van State. De Raad van State heeft echter met het CPB afgesproken dat die een extra berekening of raming kan laten maken door het CPB als die iets wil. Dat betekent dat de Raad van State de ramingen van het CPB voor waar aanneemt. Dat is ergens goed te begrijpen, gelet op de expertise van de Raad van State. Daar zitten eminente juristen in, maar die zit niet vol met mensen die weten hoe je met modellen en ramingen moet omgaan. Je hebt hier dus te maken met een dwingend voorschrift en met een toezichthouder, vanuit Europees perspectief, die de ramingen niet controleert. Zie daar de reden waarom het belangrijk is om die ramingen af en toe extern te laten valideren. Dat is ook precies wat de minister van Financiën gedaan heeft. De vraag was: als de ramingen beter zouden zijn geweest, zouden we het dan anders gedaan hebben? Mijn antwoord is ja. Mijn antwoord is heel simpel ja. Bij de formatie speelden twee dingen waarvan sommigen misschien denken dat die tegen elkaar wegvallen: a te pessimistische ramingen en b een aantal mogelijke grote tegenvallers die opgevangen zullen moeten worden. Je kunt zeggen dat die tegen elkaar wegvallen, maar als je de beleidsdingen van tevoren goed invult, heb je daarna in je coalitie minder problemen als je ze alsnog doet. Ik noem het probleem met stikstof en de lopende Greenpeacerechtszaak, die potentieel grote financiële gevolgen heeft. Sommige andere zaken die spelen, waren overigens redelijk voorspelbaar. Iedereen die de uitspraken van de Hoge Raad in de afgelopen vijf jaar heeft gezien, weet dat er een keer een klap zou aankomen voor de staatsfinanciën in de box 3-sfeer. Er is ook geluisterd naar deze nota. Ik zal het u laten zien. Het CPB publiceert elk voorjaar het Centraal Economisch Plan. In het Centraal Economisch Plan wordt elk jaar gekeken wat de ontwikkeling is van de ramingen. Laten we beginnen met het Centraal Economisch Plan van 2022. Toen was er een tekort van dik 4%. Het tekort zou zich herstellen naar -2,5% en daarna weer wegzakken. De blauwe lijn vertegenwoordigt 2023. Je ziet dat het tekort op -0,5% ligt. De voorspelling was: "Volgend jaar gaat het helemaal mis; dan gaan we naar -3%. Daarna blijft het hangen en zakt het weer weg." Het jaar daarop bleek dat echter niet te gebeuren. Het CPB zei: "Nee, dit jaar is het -0,5%, maar volgend jaar gaat het echt mis en daarna zakken we helemaal weg, zelfs naar -4%." Maar in 2025 zei het Centraal Planbureau: "Nee, het is niet weggezakt en het zakt de komende tijd ook niet weg. Sterker nog, het blijft ver boven de streefwaarde van 3%." Dit zijn de nieuwe cijfers van het Centraal Planbureau. Het Centraal Planbureau heeft de ramingen zo bijgesteld dat de staatsschuld rond 2033 150 miljard lager is dan eerder werd voorspeld. Dat is de bijstelling die heeft plaatsgevonden tussen de nota en dit notaoverleg. Dat is het grootste bewijs dat er intern goed naar de ramingen wordt gekeken. Voor degenen die het willen weten: dat kun je ook zien bij de schuldquote. We horen elk jaar: het gaat nu goed, maar straks gaat de schuld omhoog. Ik wil overigens nog één leuk feitje noemen bij wat we hier zien. Nederland is het enige land van de 27 Europese lidstaten dat dit doet. Elk jaar wordt er hel en verdoemenis gepreekt over de overheidsfinanciën. Het is zelfs zo erg dat wij zeggen: Europese Commissie, u kunt niet ramen; wij kunnen dat beter. We leveren deze negatieve raming in en zeggen dat het in 2033 boven de 60% uitkomt. We zijn de enige van de 27 landen die op het strafbankje zit omdat we onze overheidsfinanciën op de lange termijn niet op orde zouden hebben. Dat is best knap als je jezelf zo arm rekent. Je moet rekening houden met slechte jaren, zo zeg ik tegen de heer Flach, maar wij houden soms wel erg veel rekening met slechte jaren.
Versie 2b57c37f5a38b4352f48b19e2d690dc85a8f5151dc08cb561c51aee52cc68361 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Initiatiefnota van de leden Omtzigt en Idsinga over realistisch ramen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.