KamerkringInloggen

Officieel Kamerprofiel

Pieter Omtzigt

NSC →
28debatten
624bijdragen
175interrupties
109.704woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): Dank u wel, voorzitter. Heel veel dank aan de collega's voor de uitgebreide set schriftelijke vragen naar aanleiding hiervan en voor de steun voor de moties die vroegen om een onafhankelijke groep, de Expertgroep Realistisch Ramen, en verzochten om dit rapport voor 15 maart te ontvangen. Dit is belangrijk. Wij zagen wat meewarige blikken toen we begonnen met een rapport — daar heb ik met meerdere collega's over gesproken — en een initiatiefnota over realistisch ramen, zo van: er zijn allerlei prioriteiten zoals bestaanszekerheid en goed bestuur en dan kom je met het bestuderen van modellen. Maar dat is heel belangrijk. Wij hebben in de wet vastliggen dat op basis van die modellen, van de ramingen van het CPB, de ruimte wordt vastgesteld die wij in de begroting hebben. Laat ik een paar cijfers noemen. Bij de formatie hebben we besloten om te kiezen voor structurele lastenverlichtingen en investeringen van structureel 14 miljard euro. Dat is ongeveer €800 per inwoner van Nederland. Maar de fout in de ramingen is de afgelopen drie jaar twee keer zo groot geweest als het totale beleid van het kabinet-Schoof, dat overigens pas gedeeltelijk is uitgevoerd. Laat dat op u inwerken. Er wordt met grote moeite bezuinigd, er worden hier grote debatten gehouden en er vinden hier best een aantal overleggen plaats over een btw-verhoging waarbij het in totaal over een miljard gaat, maar hierbij zitten we er 20 tot 30 miljard naast. Dat laat zien hoe relevant die ramingen zijn. Om alvast een klein beetje vooruit te lopen op een aantal vragen: als deze ramingen trefzekerder geweest waren, denk ik dat het hoofdlijnenakkoord er iets anders zou hebben uitgezien. De ramingen van het CPB leiden dus tot bepaalde beleidskeuzes wat betreft onderwijs of btw. Die hangen daar rechtstreeks mee samen. Die ramingen zijn in Nederland een stuk slechter dan de ramingen in de omliggende landen. De expertgroep geeft aan dat de afwijking de afgelopen jaren bij ons drie keer zo groot was, 200% hoger. Andere landen hebben een afwijking van ongeveer 0,9%, maar wij zitten gemiddeld op 2,7%, ofwel 30 miljard. Omdat dat percentage bij ons zo veel hoger ligt, is er alle aanleiding om te streven naar betere ramingen. Nu kun je met ramingen een aantal dingen doen. Ik heb weleens een kapotte fiets gehad, waarbij mijn stuur scheef stond. Door je stuur scheef te houden, kun je dan toch recht rijden. Je kunt dus zeggen: ik ga structureel net doen alsof de ramingen niet kloppen; ik hou daar structureel rekening mee. Maar dat is om twee redenen onwenselijk. Het is onwenselijk vanwege de Wet Hof, de Wet houdbare overheidsfinanciën; die is al eerder door onder andere collega Vijlbrief genoemd. Dat is de hervorming die begonnen is onder minister Zalm met als doel om ervoor te zorgen dat we structureel begrotingsbeleid voeren. Dat is een dwingende wet: je móét de ramingen volgen. Ik zeg dit maar meteen, ook richting de heer Grinwis: daar zijn goede redenen voor. Als politici zouden kunnen gaan shoppen in vijf ramingen, weten we precies wat er gaat gebeuren. Dat moet je dus niet willen. Daarom gebruik je één set ramingen. Het is dan wel van belang dat die ramingen kloppen. Er is een toezichthouder op die ramingen, vanuit Europees begrotingsperspectief. Dat is de Raad van State. De Raad van State heeft echter met het CPB afgesproken dat die een extra berekening of raming kan laten maken door het CPB als die iets wil. Dat betekent dat de Raad van State de ramingen van het CPB voor waar aanneemt. Dat is ergens goed te begrijpen, gelet op de expertise van de Raad van State. Daar zitten eminente juristen in, maar die zit niet vol met mensen die weten hoe je met modellen en ramingen moet omgaan. Je hebt hier dus te maken met een dwingend voorschrift en met een toezichthouder, vanuit Europees perspectief, die de ramingen niet controleert. Zie daar de reden waarom het belangrijk is om die ramingen af en toe extern te laten valideren. Dat is ook precies wat de minister van Financiën gedaan heeft. De vraag was: als de ramingen beter zouden zijn geweest, zouden we het dan anders gedaan hebben? Mijn antwoord is ja. Mijn antwoord is heel simpel ja. Bij de formatie speelden twee dingen waarvan sommigen misschien denken dat die tegen elkaar wegvallen: a te pessimistische ramingen en b een aantal mogelijke grote tegenvallers die opgevangen zullen moeten worden. Je kunt zeggen dat die tegen elkaar wegvallen, maar als je de beleidsdingen van tevoren goed invult, heb je daarna in je coalitie minder problemen als je ze alsnog doet. Ik noem het probleem met stikstof en de lopende Greenpeacerechtszaak, die potentieel grote financiële gevolgen heeft. Sommige andere zaken die spelen, waren overigens redelijk voorspelbaar. Iedereen die de uitspraken van de Hoge Raad in de afgelopen vijf jaar heeft gezien, weet dat er een keer een klap zou aankomen voor de staatsfinanciën in de box 3-sfeer. Er is ook geluisterd naar deze nota. Ik zal het u laten zien. Het CPB publiceert elk voorjaar het Centraal Economisch Plan. In het Centraal Economisch Plan wordt elk jaar gekeken wat de ontwikkeling is van de ramingen. Laten we beginnen met het Centraal Economisch Plan van 2022. Toen was er een tekort van dik 4%. Het tekort zou zich herstellen naar -2,5% en daarna weer wegzakken. De blauwe lijn vertegenwoordigt 2023. Je ziet dat het tekort op -0,5% ligt. De voorspelling was: "Volgend jaar gaat het helemaal mis; dan gaan we naar -3%. Daarna blijft het hangen en zakt het weer weg." Het jaar daarop bleek dat echter niet te gebeuren. Het CPB zei: "Nee, dit jaar is het -0,5%, maar volgend jaar gaat het echt mis en daarna zakken we helemaal weg, zelfs naar -4%." Maar in 2025 zei het Centraal Planbureau: "Nee, het is niet weggezakt en het zakt de komende tijd ook niet weg. Sterker nog, het blijft ver boven de streefwaarde van 3%." Dit zijn de nieuwe cijfers van het Centraal Planbureau. Het Centraal Planbureau heeft de ramingen zo bijgesteld dat de staatsschuld rond 2033 150 miljard lager is dan eerder werd voorspeld. Dat is de bijstelling die heeft plaatsgevonden tussen de nota en dit notaoverleg. Dat is het grootste bewijs dat er intern goed naar de ramingen wordt gekeken. Voor degenen die het willen weten: dat kun je ook zien bij de schuldquote. We horen elk jaar: het gaat nu goed, maar straks gaat de schuld omhoog. Ik wil overigens nog één leuk feitje noemen bij wat we hier zien. Nederland is het enige land van de 27 Europese lidstaten dat dit doet. Elk jaar wordt er hel en verdoemenis gepreekt over de overheidsfinanciën. Het is zelfs zo erg dat wij zeggen: Europese Commissie, u kunt niet ramen; wij kunnen dat beter. We leveren deze negatieve raming in en zeggen dat het in 2033 boven de 60% uitkomt. We zijn de enige van de 27 landen die op het strafbankje zit omdat we onze overheidsfinanciën op de lange termijn niet op orde zouden hebben. Dat is best knap als je jezelf zo arm rekent. Je moet rekening houden met slechte jaren, zo zeg ik tegen de heer Flach, maar wij houden soms wel erg veel rekening met slechte jaren.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): De output gap waar de heer Grinwis naar verwijst, was meer dan 2% in 2022, nadat we uit de coronacrisis kwamen, en veel sneller dan verwacht. U zult ook zien dat wij in onze nota zeggen dat 2021 het moeilijkst te voorspellen jaar was. Ik bedoel, daar waren zulke grote onzekerheden over. Je wist niet hoe de pakketten gingen werken. Nu zijn we dus al gedaald naar 1% en De Nederlandsche Bank gaat ervan uit dat de output gap rustig doordaalt naar 0%. Dat is ook logisch, want vorig jaar is de economie niet zo heel veel gegroeid, namelijk met minder dan een procent. We zitten dus heel dicht bij een output gap die niet positief en niet negatief is. We zitten rond neutraal terrein op het gebied van de conjunctuur. We leken wat naar beneden te gaan. De laatste voorspelling van het CPB is dat we in een positieve conjunctuur blijven zitten. Dat hopen we ook van harte natuurlijk, want werkloosheid is niet iets wat u nastreeft. Het hoofdlijnenakkoord is het eerste jaar wat expansief, net zoals overigens het afgelopen jaar, 2024, behoorlijk expansief was. U heeft gezien dat de uitgaven van het laatste kabinet waar de heer Grinwis zich aan kan relateren, met 8% zijn opgelopen en de uitgavenquote met 2%. Zo expansief is deze regering niet, zeg ik er maar even heel voorzichtig bij, ook richting mevrouw De Vries, die in dat vorige kabinet zat. Maar aan het begin is het licht expansief en daarna loopt het iets terug. Het punt van de politieke prioriteiten klopt. Het was een NSC-prioriteit om 5 miljard voor woningen uit te trekken. Ik moet de heer Grinwis een stukje gelijk geven over het feit dat het kasritme van 5 miljard enigszins optimistisch was. Dat heeft minister Keijzer ook bijgesteld de afgelopen tijd. Er wordt dus wel degelijk geleerd: nou, het ritme klopt niet, dus daar zal een ingroei in zitten. Wij zouden er overigens graag aan willen werken dat het oorspronkelijke ritme wel klopt, want het feit dat we 400.000 woningen tekort hebben is eigenlijk de grootste sociale uitdaging die we op dit moment in Nederland hebben. Het eigen risico is een politieke prioriteit; dat klopt. Het is een politieke prioriteit dat wij geen duaal ziektekostenstelsel hebben. Aan de ene kant hebben we mensen die een inkomen hebben zoals misschien u en ik als Kamerlid, waarbij het allemaal niet zo moeilijk is of je je eigen risico moet betalen of niet en dat niet remt om naar de zorg te gaan. Aan de andere kant hebben we mensen met een lager inkomen voor wie het eigen risico een enorme drempel geworden is. Daardoor heeft het ook effecten. Die effecten zijn door de heer Vijlbrief redelijk vaak beschreven, maar die effecten zijn bedoeld. Het kan niet zo zijn dat de ene helft van Nederland wel te maken heeft met een grote drempel om naar de dokter te kunnen en de andere helft niet. Dat is wat er op dit moment aan de hand is. Dat is wat beoogd wordt weg te nemen met een verlaging van het eigen risico, in combinatie met een staffeling van het eigen risico, waardoor het eigen risico niet in één keer opgaat, maar in drie porties van ongeveer €50 geknipt wordt. Dat zijn bewuste politieke keuzes. Als u vraagt of aan de kant van de regeringspartijen de lijst met wensen langer is dan de beschikbare gelden, antwoord ik dat dit standaard het geval is bij een begroting. Ik ken geen kabinet waarbij dat niet het geval was. De Nedersaksenlijn staat erop. Ik ben blij dat u allemaal de Nedersaksenlijn noemt. Voor de mensen die thuis meekijken: dat is de lijn die natuurlijk in Enschede begint en in Groningen eindigt. Groningers vinden dat dit andersom is, maar dit is hoe die echt in mekaar zit. Vanuit Enschedees perspectief is die lijn natuurlijk buitengewoon belangrijk. Dank dat u ons daar allemaal aan blijft herinneren. Maar soms zijn er net effe iets meer wensen dan dat er aan zaken tegelijkertijd gerealiseerd kan worden. Dat is helder.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): Ik heb daar twee antwoorden op. Het eerste antwoord is dat de output gap in 2022 veel groter was en er toen ook geïntensiveerd werd door de toenmalige regering. In 2025 vindt er een intensivering plaats, onder andere door de koppeling van de uitkeringen, waardoor het percentage mensen dat onder de officiële armoededefinitie valt — laat ik dan even geen discussie voeren over die definitie, want dan zijn we een uur verder — fors daalt. Het heeft de voorkeur van de NSC-fractie om niet te zeggen tegen mensen die nu onder het bestaansminimum zitten: omdat het expansief begrotingsbeleid zou kunnen zijn, wacht u maar een paar jaar met wat u werkelijk nodig heeft. Dat is ook de reden waarom wij ook de verhoging van de huurtoeslag — die hebben we overigens wel een stukje uitgesteld, om één ding te noemen — en de verhoging van het kindgebonden budget, of het terugdraaien van de verlaging om preciezer te zijn, wel in het eerste jaar gedaan hebben. We vinden het namelijk belangrijk dat de mensen die nu onder het bestaansminimum zitten daar net boven komen, omdat dat grote sociale noden doet. Dan mijn tweede antwoord, over de ambitie voor de woningbouw. Als het minister Keijzer wel gelukt was, zouden we het geweldig gevonden hebben. We snappen dat het niet onmiddellijk helemaal lukt. Maar ook op dat gebied proberen we sociale noden op te lossen. Die zijn namelijk hoog in dit land.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): Met helder taalgebruik is helemaal niets mis. Waar de verschillen in de ramingen in eerdere jaren in de orde van grootte van 0,8% of 1% waren, zat de raming van 2021 er al meer dan 3% naast. Dat is op zich logisch. We kunnen daar een lange discussie over hebben, maar het tweede coronajaar was notoir moeilijk te voorspellen. Bij de formatie hadden we de cijfers van 2023 nog niet. Dat liep toen terug van 3% naar 1,5%. Later bleek dat 0,3% of 0,4% te zijn. Nu hebben we de cijfers van 2024 er ook bij. In dat jaar is het teruggelopen van 3% naar 1,1%. De trend van grote overschotten en er meer dan 2,5% naast zitten … Voor die tijd kwam dat nooit voor. Er kwamen weleens ramingen waarbij er een keer een paar miljard over was, maar dat ging niet over 30 miljard. In 2021 kon je zeggen: dat kan een keer een toevalstreffer zijn. Nu, na drie jaar, kun je dat niet meer zeggen. Sinds de laatste verkiezingen is er wel degelijk meer informatie naar boven gekomen.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): Ik wijs u ten eerste op het feit dat de commissie zegt dat dat een groot gedeelte is van de onderschatting van de ramingen. Een gedeelte heeft te maken met buitengewone zaken die gebeurd zijn. Die zijn ook genoemd. Het gaat om corona en wat meer inflatie. Maar er zat ook een echte afwijking in. Naar aanleiding hiervan heeft het CPB de ramingen fors bijgesteld. Dat heb ik u net laten zien. Ik vind het belangrijk dat we die discussie gewoon voeren. Daarom denk ik dat het schrijven van deze nota en het aanzwengelen van de discussie, zoals de heer Van Oostenbruggen, de heer Idsinga en ik gedaan hebben, effect gehad heeft. "Naïeve raming" klinkt natuurlijk leuk, want dat kun je mij als naïef wegzetten. Dank daarvoor. Maar de naïeve raming zegt gewoon: pak nou de hele groei van de economie. De economie kan groeien doordat de lonen groeien of doordat de winsten groeien, want de economie bestaat uit lonen en winsten, maar je weet niet precies welke groeit. De expertgroep zegt: wij kunnen heel goed al die subcategorieën inschatten, en dan zitten we er bij het totaal naast. Daarom zeg ik: kijk naar het totaal, want je weet dat als de ene subgroep wat tegenvalt, de andere subgroep wat meevalt. Als de loonontwikkeling wat lager is dan geraamd, heb je wat minder loonbelasting, maar wat meer belasting op winsten, want dan blijft er wat meer winst over bij bedrijven. Daarom is die raming waarbij je naar het geheel kijkt niet zo slecht. Tot een paar jaar geleden zat er eigenlijk ook geen verschil tussen de autonome groei van de belastingen en de groei van de economie. Toen dat verschil er wel in kwam, gingen de ramingen mis. Ik vind het dus helemaal niet zo gek om die er maar eens bij te zetten, of je dat als zijlicht doet of op een andere manier. Ik ben benieuwd wat de minister daarmee gaat doen.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): Dat doe ik graag, maar er was er maar één die zei dat wij geen goed taalgebruik hadden. Ik ben dan zo vrij om gewoon te antwoorden op het taalgebruik van collega's ten aanzien van de manier waarop wij ermee omgaan. Voorzitter. Ik ben aangekomen bij de vraag waarom wij in Europa wat rare ramingen ingediend hebben. Ik heb een aantal antwoorden. Die antwoorden hebben de heer Idsinga en ik verdeeld. Hij heeft trouwens ook nog een stuk van de inleiding. Ik begin bij de heer Van der Lee. Welke consequenties moeten eraan verbonden worden? Ik zou graag de ambitie zien dat onze ramingen net zo trefzeker worden als de ramingen in de ons omliggende landen. Dat zou de ambitie van het Centraal Planbureau moeten zijn. Hadden pijnlijke bezuinigingen dan anders gegaan? Ja, dat had anders geweest. Ik ga er overigens van uit dat deze keuzes met de beste bedoelingen gemaakt zijn. Daar kom ik zo meteen nog op terug. Ik ga er niet van uit dat deze ramingen bewust zo worden gemaakt of dat er een of ander complot achter zit. Totaal niet! Maar je moet over ramingen kunnen praten. Dan komt de vraag van de heer Van der Lee of je in het derde kwartaal nog lopend beleid zou moeten inzetten op het moment dat je extra geld hebt. Dan kom ik bij het baten-lastenstelsel en het kasstelsel. Wij zitten in een kasstelsel. Als je in een kasstelsel zit en denkt dat je in november nog extra uitgaven kunt doen, dan liggen de enige extra uitgaven die je nog kunt doen in de categorie meer box 3-compensatie uitbetalen, iets van het ene naar het andere jaar schuiven of misschien een aanbetaling doen voor een paar F-35's die je wilt bijbestellen. Dat zou je kunnen doen. Maar echte uitgaven doen, bijvoorbeeld de bouw van de Nedersaksenlijn, zoals hier bepleit is, gaat echt niet in twee maanden. Er is niemand hier van ons die denkt dat dat kan. Er zijn trouwens ook andere goede redenen om over te stappen op het baten-lastenstelsel die hier niks mee te maken hebben. Dat geeft echt wel een beter beeld. Er is een reden waarom de meeste landen een baten-lastenstelsel hebben en geen kasstelsel. Ik zie dus niks in derdekwartaalmonitoring. Je moet dan namelijk niet denken dat je nog wat uit kunt geven. Je zou iedereen nog een extra kerstgratificatie kunnen geven. Dat zou je ook nog kunnen doen, want dat doen ze in bepaalde landen ook nog weleens. Maar ik denk dat je met dat alleen er niet komt.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): Met "bedoeling" bedoelde ik dat niemand hier de bedoeling heeft om heel bewust de raming verkeerd te doen. Met de informatie tijdens de formatie bedoel ik dat we destijds aan de onderhandelingstafel als NSC-fractie gevraagd hebben welke mogelijke tegenvallers er nog waren. Die brieven hebben er wekenlang geleden. Die hebben wij niet te zien gekregen. Dat weet de heer Vermeer ook. Dat is wat er in dat gedeelte van de formatie gebeurd is. Daarna werd dat inzichtelijk. Ik denk dat er voor het gedeelte rond bijvoorbeeld de Greenpeacezaak en het stikstofprobleem weer een nadere oplossing zal moeten komen. Datzelfde zal moeten gebeuren bij box 3. Die zaken zaten in de stukken die daar lagen, maar zijn toen niet in het algemene beeld ingeprijsd.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): Ik snap nu beter wat de heer Van der Lee zegt. Ik dacht eerst dat hij het binnen een maand nog wilde uitgeven. Dat kan, maar dat is natuurlijk toch ingewikkeld. Daar zou je toe kunnen besluiten, maar ik zou veel liever pleiten voor realistische ramingen, zodat je dat soort dingen niet op ad-hocbasis doet. Het hele idee van realistisch ramen is dat je de rust in het begrotingsbeleid houdt. Wat er nu gebeurt met het onrealistisch ramen, is dat we ex post met z'n allen zeggen: dit was niet de bedoeling, want we gingen uit van een totaal ander beeld. De onrust die je creëert, lijkt op de onrust die je voor 1994 had, namelijk dat je constant achteraan liep. Dat is wat je wilt vermijden. Ik zal vast op een paar latere vragen vooruitlopen: ik zit niet te wachten op twee, drie, vier, vijf, zes momenten in het jaar om de begroting nog een keer te gaan herijken. Alsjeblieft niet! Ik zit te wachten op momenten dat je herijkt met informatie waar je wat mee kunt. Dat is hoe je wilt begroten. Als wij elke maand opnieuw een begroting gaan inrichten, dan zijn we met een flipperkast bezig; iets wat trouwens ook een hobby van de heer Zalm was.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): Ik zal eens goed nadenken over of dat nu meteen moet. Ik zou er meer voor pleiten om ervoor te zorgen dat de ramingen realistischer worden — ik heb gezien dat het CPB ze heeft bijgesteld — en om die ook te nemen als uitgangspunt van het begrotingsbeleid, want dat zijn ze ook wettelijk. En ik zou ervoor pleiten de komende tijd te kijken hoe het ten opzichte van die ramingen gaat. Ik zou het daar voor nu even bij willen laten. De andere vraag van de heer Van der Lee was: ligt het tekort langjarig onder de 1,5%? We merken dat het nu al drie jaar lang fors onder de 1,5% ligt. Wat dat voor de meevallerdiscussie betekent, zal een discussie opleveren. Maar het is niet onopgemerkt gebleven, zullen we maar zeggen. Ik ben ook heel benieuwd waar het eindtekort op uitkomt, want de Europese Commissie voorspelde zelfs 0,5%. Vergeet niet dat het tekort nog lager uitgevallen was als de minister van Financiën niet als een speer de box 3-compensatie naar voren gehaald had, die hij nog niet heeft kunnen uitgegeven. Ik ben dus benieuwd wat daar in CBS-termen mee gaat gebeuren. Ik sla een heel aantal vragen over. Dat heeft te maken met het feit dat we de vragen onderverdeeld hebben. Dan kom ik over de maandelijkse rapportage te spreken, waar een aantal collega's om vroeg. Dat was de laatste aanbeveling in onze nota. Die wordt niet uitgevoerd zoals wij het gewenst zouden hebben. Er wordt nu verwezen naar de drie momenten in het jaar, maar bij de voorjaarsnota, de miljoenennota en de najaarsnota krijgen wij een geüpdatete schatting, gebaseerd op de uitkomsten. Wij zien de uitkomsten als zodanig niet. Wij pleiten ervoor dat wij inzicht krijgen in de inkomsten van de Staat. Ik ben even vergeten wie, maar iemand zei: de inkomsten uit de vpb zijn niet zo behulpzaam; die zijn zeer volatiel. De volatiliteit daarvan betekent inderdaad dat de vpb-inkomsten niet echt heel veel zeggen over hoe het er echt mee staat. Dat is niet voor alle belastingen zo. De btw-inkomsten kunnen juist een heel goed beeld geven van hoe de economie ervoor staat, net zoals de loonbelastingen. Het hangt dus een beetje af van het soort belastingen waar het om gaat. Daarmee deel ik ook de opvatting van mevrouw De Vries, die zegt: je moet daar wel enige uitleg bij plaatsen. Ik zou zeker willen dat er enige uitleg geplaatst wordt bij de vpb. Maar ik zou het zeer op prijs stellen dat wij inzicht krijgen in de actuele overheidsfinanciën, de inkomsten en de uitgaven. De vraag is of dat op week- of maandbasis zal zijn; ik denk dat op maandbasis meer dan voldoende is. Als blijkt dat het ministerie van Defensie, zoals ik net zei, in één keer een aanbetaling van een paar F-35's gedaan heeft, dan kan erbij staan: joh, deze maand hebben we te veel uitgegeven, omdat we een bepaalde betaling hebben moeten verrichten die groot is ten opzichte van de begroting. Dan heb je daar enig inzicht in. Er zijn andere ministeries — neem het ministerie van Asiel en Migratie — die ook wekelijks en maandelijks bepaalde zaken aangeven. Het ministerie van Asiel en Migratie geeft wekelijks aan hoe groot de asielinstroom is. Maandelijks geeft het niet alleen aan hoe groot de asielinstroom is, maar ook hoe die zich verhoudt tot waar de mensen vandaan komen, tot op het aantal personen nauwkeurig, en of dat eerste aanvragen zijn dan wel nareizigers. Dat laatste is een heel heet issue hier; daar willen we graag beleid op maken. Dat ministerie geeft daar goed inzicht in. Dat kan. Natuurlijk zijn er redenen waarom er in bepaalde weken niemand aankomt, maar het geeft over het algemeen wel een prettig beeld van hoe we er werkelijk voor staan. Dat kan wat ons betreft ook bij de overheidsfinanciën gewoon prima het geval zijn. De heer Vijlbrief vroeg nog naar de kosten van de vergrijzing. Ik denk dat daar een misvatting zit. De kosten van de zorg en sociale zekerheid waren in de jaren zeventig gezamenlijk een hoger percentage van het bruto binnenlands product dan zij op dit moment zijn. De kosten van de zorg waren laag, maar de kosten van de sociale zekerheid waren aanzienlijk hoger, zeg ik tegen de heer Vijlbrief. Daarvoor kan hij kijken naar figuur 5.4 in de publicatie De Nederlandse economie in historisch perspectief van het Centraal Planbureau. Daar staat dat precies in. Dat betekent niet dat er geen zorgen zijn over de totale uitgaven, zeker als het gaat om de zorg en de AOW. Maar de sociale zekerheid is, in tegenstelling tot wat veel mensen zeggen, de afgelopen twintig jaar niet volledig uit de klauwen gelopen in dit land. Zou je hiermee geen twijfels zaaien over instituties? Het antwoord hierop is: nee, nee en nog eens nee. Twijfels over instituties krijg je als je zegt: instituties deugen niet. Maar instituties zijn niet onfeilbaar. Modellen zijn niet onfeilbaar. Je moet een discussie over modellen kunnen hebben. Daarom hebben we in het hoofdlijnenakkoord zelfs gezegd dat we een wetenschappelijke standaard voor modellen willen hebben. Soms zitten instituties ernaast, er ver naast. De Raad van State zat er ver naast met zijn rechtspraak bij de toeslagenouders. Een institutie is niet onfeilbaar. Ook wij als Tweede Kamer hebben weleens wetten aangenomen die niet perfect waren, en dan zeg ik het heel mild. Niet willen discussiëren over instituties is dus het domste wat je kunt doen als je instituties wil verdedigen. Op een nette manier kijken, zoals wij vandaag doen, naar wat er goed gaat en wat beter kan, is in mijn ogen de allerbeste manier om op termijn de instituties in het land te beschermen. Daar sta ik voor met heel mijn politieke bestaan. Want instituties zijn belangrijk en ook het CPB heeft een buitengewoon belangrijke rol in het Nederlandse institutionele landschap.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): Dat leiden ze niet per definitie. Dat zeg ik de heer Vijlbrief na. Maar ik moet zeggen dat we op dit moment voorzichtigheid op voorzichtigheid op voorzichtigheid gestapeld hebben in de ramingen. Die voorzichtigheid bestaat aan de ene kant in de uitgaveramingen, waarin we echt allemaal zien dat we soms, ook dankzij onszelf, te optimistisch zijn over wat we kunnen uitgeven. Aan de andere kant zien we dat ze ook in de inkomsten bestaan. Dan zijn ze te veel gestapeld. Sterker nog, ik snapte zelfs dat behoedzaam ramen, van: doe nou een kwart procentje minder. Als de ramingen er structureel 2 miljard aan de behoedzame kant naast zouden zitten, zouden wij deze nota niet geschreven hebben. Dat zouden we nog snappen. Dat doet u als het goed is ook in uw huishouden, zodat u die kleine tegenvaller kunt opvangen. Dat is helemaal niet verkeerd. Het gaat om de omvang van de tegenvaller of van de meevaller. Als u aan het eind van het jaar in uw huis, als huishouden €200 overheeft, denkt u: dat is mooi. Hier gaat het echter om €5.000 tot €6.000 per huishouden. Als blijkt dat u aan het eind van het jaar €5.000 overheeft, dan denkt u: had ik misschien maar m'n dak gerepareerd, want dat had ik kunnen doen. Of je denkt "had ik maar de Nedersaksenlijn aangelegd", maar dat doe je niet met je eigen huishouden. Dat is het verschil in de hoeveelheid die je ernaast zit. Een kleine mate van behoedzaamheid: anytime. Dat is zeer verstandig.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): Tot mijn spijt moet ik erkennen dat noch Enschede noch Hengelo een Hanzestad is, zeg ik via de voorzitter. De Hanzelijn loopt bij Zwolle. De Nedersaksenlijn zal richting ons komen. Het is inderdaad maandag, meneer Vijlbrief. Ik weet waar ze liggen omdat ik ze allemaal dagelijks mag bereizen. Ik snap die behoedzaamheid, maar dan kan ik het niet nalaten om hier één voorbeeld te geven van hoe ver we ernaast zaten. De expertgroep heeft dat in tabel 4 aardig op papier gezet. In 2021 zou het EMU-saldo in de Miljoenennota -5,5% zijn. Daar waren geen coronapakketten in gezet. Door de coronapakketten is toen 2,7% extra uitgegeven, waarmee je uitkomt op een tekort van 8,1%. Door allerlei meevallers kwam het uit op 2,2%. Dat is een meevaller van bijna 6%, terwijl er op dat moment ook al een groei van 3% in de voorspelling zat. We zitten er dus erg ver naast. Ik denk dat het verstandig is om daar aan betere voorspellingen te gaan doen.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): Dat weet ik. Ik had van de heer Vijlbrief ook verwacht dat hij van Groningen naar Enschede liep, gezien zijn geschiedenis en gezien zijn staatssecretariaat van Financiën en van Groningen. Nee, dat klopt. Dat jaar is ook het enige jaar waarvan wij in de nota gezegd hebben dat het moeilijk te voorspellen is wat er dan gebeurt. Als zoiets groots voor een schok in de economie zorgt, dan wil je dat modellen je wat vertellen. Je bent namelijk niet geïnteresseerd in modellen als er ergens een tiende procent meer of minder meevalt. Wat je zou willen, is dat je een goed model hebt van wanneer het echt misgaat. Dan weet je dat de modellen het gewoon niet goed doen, zeg ik als econometrist, hoe pijnlijk het ook is. Dat heeft met de lineaire benadering van niet-lineaire processen te maken. Dat gaat niet werken. Hierna houdt deze nerd er even over op! Maar daarom zijn de voorspellingen van 2022, 2023 en 2024 een stuk interessanter om te zien waarom het dan niet goed werkt.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): We komen nu in een best wel ingewikkelde politieke discussie terecht. Enige mate van behoedzaamheid — daar heeft de heer Vijlbrief gelijk in — maakte dat wij in 2020 en 2021, toen we een overschot hadden, toen we de coronacrisis ingingen, daarop als land makkelijker konden reageren dan landen als Italië en Frankrijk, die op dat moment een behoorlijk tekort hadden. De meevallers maakten dat we op dat moment die ruimte hadden. Sterker nog, dat is precies de discussie die we heden ten dage in Europa zien. Op dit moment kan Nederland ervoor kiezen om extra te lenen. Ik zeg niet dat dat wenselijk is, maar als je de defensie op orde wilt krijgen, loopt de Nederlandse Staat bij een extra uitgave niet onmiddellijk tegen problemen met lenen aan, terwijl dat wel het geval is voor een land als Italië of Frankrijk. Daarom vragen zij nu ook niet meer om leningen, maar vragen zij ineens om giften, precies zoals wij voorspelden toen we zeiden: zeg nee tegen eurobonds, want ze gaan, net als bij corona, vragen om giften, omdat ze niet kunnen lenen. Het zit dus een beetje in het midden. Denk alsjeblieft niet dat we zo snel mogelijk zo dicht mogelijk tegen de 60% aan moeten gaan zitten. Het is fijn om een buffer te houden, want je weet niet wat de volgende klap is, maar dat er ooit weer een klap komt, is helder. Tegelijkertijd hoef je je niet helemaal arm te rekenen. Het zit ergens in het midden. Dat is een beetje hoe het hier bij begroten zit. Ik denk dat we licht doorgeschoten zijn met iets te pessimistisch ramen. Maar als de vraag is of we oneindig veel geld hebben aan een geldboom, is het antwoord: nee, dat hebben we niet.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): Ik ben er voorstander van om naar de totale begroting van zowel SZW als VWS te kijken. Dan zie je dat er op bepaalde posten sprake is van structurele onderuitputting en dat er op andere posten sprake is van structurele onderschatting van de problemen. Als je per begrotingslijn gaat kijken — dat is hetzelfde als bij de belastingen — heb je wel een probleem. Dan zie je dat er bij Sociale Zaken, bijvoorbeeld bij de WIA, helaas sprake is van structurele onderschatting van wat er aan de hand is. Op de totale begroting van VWS en SZW zie ik op dit moment dus niet bepaald een structurele onderuitputting optreden.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): Dat zie je vaak bij belastingen. Als er van het ene goed meer aangeschaft worden, worden er van een ander goed minder aangeschaft. Dat loopt rond. Daarom loopt de naïeve raming soms beter rond. Als je geen tabak koopt, koop je namelijk iets anders, wellicht frisdrank, die in Nederland ook zwaar belast is, met de frisdrankbelasting. Bij de zorgbegroting zien we dat bepaalde vormen van zorg andere vormen van zorg verdringen. Soms blijft er op bepaalde posten in een begroting wat geld over, terwijl er op andere posten in diezelfde begroting helaas een tekort is, omdat de uitgave dan daarnaartoe gaat. Dat zien we zowel bij Sociale Zaken als bij VWS. Het zou goed zijn als je dat binnen de begroting tot op zekere hoogte zou kunnen aanpassen.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): Dank u wel, voorzitter. Dit was mijn onderdeel van de beantwoording. Ik laat de rest over aan mijn collega Idsinga.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): Voorzitter, dank. Dank voor de waardering voor ons, en vooral voor onze medewerkers die hier naast ons zitten, voor het werk dat we gedaan hebben. Ook dank voor de open discussie, die ook leidt tot betere ramingen. We gaan over een paar jaar zien hoe dat gewerkt heeft; dat weten we nog niet precies. Ik heb een paar dingen gehoord waarop ik een korte reactie wil geven. Ik heb begrepen dat de raming nu op 2,9% zit; dat tekort had ik nog niet gehoord. Sorry, ik hoor nu dat het 2,8% is. Ik had 2,9% gehoord, maar dat heb ik dan verkeerd verstaan. Met "naïeve raming" bedoelden wij de raming vóór het endogene, dus voordat er rekening wordt gehouden met additioneel beleid. Een naïeve raming is dus: mee laten groeien met het bbp. Als je de belastingen verhoogt, krijg je natuurlijk meer inkomsten. Die tel je erbij op. Dat is ook wat wij beoogden. Daar tel je dus wel degelijk beleidseffecten en anticipatie-effecten bij op. Dan kom je op een redelijke inschatting. Dit jaar komen we natuurlijk met een meevaller, want de inflatie loopt op van 1,6% naar 3,8%. Dat is om heel veel redenen niet zo heel goed nieuws. Daarom hebben we het daar volgens mij deze week over. Dan een hoofdpuntje, een misverstand dat zelfs de Raad van State niet helemaal goed kreeg in de advisering over de Miljoenennota. Dat betreft de zin in het hoofdlijnenakkoord over een meevaller. Die zin luidt: "Voorts hanteert het kabinet een meevallerformule ingeval het feitelijke EMU-saldo langjarig beter is dan een saldo van 1,5 bbp." Daar staat "het feitelijke saldo"; daar staat niet "de raming van het saldo". In het vorige regeerakkoord stond "ingeval de raming langjarig beter is dan 1% bbp". Gek genoeg nam de Raad van State in zijn advies de langjarige raming over en noemde hij ook nog de 1% en niet de 1,5%. Ze hadden dus even het verkeerde regeerakkoord te pakken toen ze hun commentaar hierop leverden. Als je het over "feitelijk" hebt, kan dat natuurlijk nooit de toekomst zijn, want de feiten in de toekomst zijn wat lastig te voorspellen. Of zoals Mark Twain zei: "Voorspellen is lastig, vooral als het over de toekomst gaat." Het feitelijke gaat dus over het verleden. Wat betreft de betekenis van het woord "langjarig" is enig verschil in interpretatie mogelijk.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): Er staat één besluitvormingsmoment en dat is de voorjaarsnota. Daarom snap ik waarom mevrouw Van Vroonhoven de motie heeft ingediend over de actuele stand van zaken. Ik heb hier nog de vraag of Pasen en Pinksteren op één dag kunnen vallen. Tegen de heer Grinwis zeg ik: als je een echtgenote hebt die orthodox is, kom je aardig in de buurt, maar zelfs dan kan het net niet. Dan was er de opmerking dat NSC ten aanzien van Nederland en Frankrijk met twee verschillende maten zou meten. Het is heel simpel: in Nederland voorspellen we elk jaar 3% tekort en eindigen we op 0% tekort en in Frankrijk wordt elk jaar 3% tekort voorspeld en eindigt men op 5,5% tekort. Dat is best wel een verschil. Dat is ook een reden om daar net iets anders mee om te gaan. Dat is ook de reden waarom de Franse schuld is geëxplodeerd naar 110%. Het Congressional Budget Office doet hele zinnige dingen, zoals voorspellen hoe groot de staatsschuld in de Verenigde Staten is. De staatsschuld in de Verenigde Staten geeft reden tot zorg. Het is volgens mij nooit de bedoeling om het CBO na te doen. Dat heeft 250 medewerkers, terwijl er hier 10 worden voorgesteld. Het lijkt mij in de Nederlandse context ook gepast dat er enige counterbalance is van de Tweede Kamer. Vergeet ook niet dat de Algemene Rekenkamer al eerder gezegd heeft dat door het niet realistisch ramen het begrotingsrecht van de Kamer wordt aangetast. En dan de vraag aan de initiatiefnemers of wij die woorden terugnemen. Nee, dat doen we niet. Wij zien dat er een structurele fout is ingeslopen.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Spreekbeurt

De heer Omtzigt (NSC): Ik snap waarom de heer Grinwis dat vraagt, en ik ga deze voor vandaag niet nuanceren. Er is een voorspelling van een paar jaar geleden dat alles mis zou gaan. Als ik die nu naast de uitkomst leg — en het feit is dat die fouten in Nederland 200% boven die in de peergroep van vijf andere landen zitten, zoals ook blijkt uit het rapport van de expertgroep — vind ik dat die daarom slecht te noemen is. Dat zie ik ook. "Schokkend slecht", voor de heer Grinwis. Tjonge, dat ik op een bijvoeglijk naamwoord en op lintjes vandaag de grootste moeite heb om te antwoorden, dat zegt alles over Den Haag.

Bron, video en gesprek →
31 mrt 2025 · Interruptie

De heer Omtzigt (NSC): Nee, ik ga niet appreciëren. Als ik de moties van mevrouw Van Vroonhoven ga appreciëren, dan wordt het wel heel interessant. Daar staat de datum van 15 april in. Gezien het feit dat we dichtbij zijn, zou het misschien wenselijk zijn om daar morgen over te stemmen.

Bron, video en gesprek →