KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 24 mrt 2026 · Tweede Kamer

Participatiewet

Brontekst

De heer De Beer (VVD): Dank u wel, voorzitter. In Nederland staan honderdduizenden mensen langs de kant, terwijl werkgevers staan te springen om personeel. Dat is zonde en onnodig. Het is zonde omdat meer mensen hun talenten zouden moeten kunnen ontdekken, ontwikkelen en benutten. Voor de VVD staat centraal dat er meer mensen aan het werk moeten en dat werken ook moet lonen. Daar hebben we vorige week, tijdens het begrotingsdebat SZW, al uitgebreid over gesproken, maar we kunnen het er eigenlijk niet vaak genoeg over hebben. Vandaar dat we vanavond weer een commissiedebat hebben. Deze week gaan we natuurlijk ook nog verder met het vraagstuk armoede. Het is immers hard nodig om meer mensen aan het werk te hebben. Terwijl werkgevers schreeuwen om personeel, zien we dat het aantal mensen in de bijstand een hardnekkige uitdaging blijft. Inmiddels gaat het om ongeveer 410.000 mensen. Juist onder jongeren zien we een zorgwekkende ontwikkeling. Dat is niet alleen economisch, maar vooral maatschappelijk onwenselijk, vooral voor de jongeren zelf. Werk betekent namelijk inkomen, maar ook zelfstandigheid, sociale contacten en perspectief. De vraag is dus niet of mensen talenten hebben, maar of wij die talenten voldoende benutten. En daar wringt het. We hebben een systeem dat complex en versnipperd is, en dat soms nog onvoldoende prikkelt om mensen daadwerkelijk naar werk te begeleiden. Dat zien we ook terug in de Banenafspraak, waarvan de realisatie nog achterblijft, terwijl werkgevers juist staan te springen om personeel. Tegelijkertijd zien we dat het wel kan. Ik noemde in het begrotingsdebat al eerder mijn eigen ervaringen, bijvoorbeeld met de Bovengrondse Vakschool in Heerlen en met de aanpak in Rotterdam. Het aandeel mensen in de bijstand daalt daar, tegen de landelijke trend in, en dat is geen toeval. De Rotterdamse aanpak laat zien wat werkt: intensieve begeleiding met wekelijks contact in plaats van enkele keren per jaar, en vooral in de periode waarin mensen net in een uitkering komen, want juist dan is die begeleiding het meest effectief. Het gaat om een combinatie van begeleiding en duidelijke handhaving, bijvoorbeeld rond de taaleis, een actieve benadering richting gemeenschappen waarin mensen nu nog buiten beeld blijven en vooral de samenwerking met sociale werkgevers die kijken naar wat iemand wél kan. Dat is een aanpak die keuzes maakt: niet iedereen een beetje aandacht, maar gerichte inzet op mensen die kunnen werken en die mensen daadwerkelijk begeleiden naar werk. Voor de VVD is de vraag: hoe zorgen we ervoor dat aanpakken die werken, bijvoorbeeld die in Rotterdam, niet de uitzondering blijven maar de norm worden? Ziet de minister mogelijkheden om elementen van deze aanpak of van andere aanpakken in het land, zoals intensieve begeleiding en gerichte handhaving, op korte termijn breder toe te passen in andere gemeenten? En deelt de minister de opvatting dat de huidige vrijheid binnen de Participatiewet er soms toe leidt dat gemeenten kiezen voor minder effectieve aanpakken en dat ze meer van elkaar zouden moeten kunnen leren?

Versie c44e2db5245ebeabbff46a36540785f35284ad8b91bd841a750f65f44b672c2a · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.