KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 24 mrt 2026 · Tweede Kamer

Participatiewet

Brontekst

Mevrouw Van Meetelen (PVV): Dank u, voorzitter. De Participatiewet is ooit ingevoerd met een helder uitgangspunt: wie kan werken, werkt, en wie dat niet kan, wordt beschermd. Dat klinkt simpel, maar de praktijk laat zien dat juist die helderheid de laatste tijd steeds verder is vertroebeld. Regels worden zachter, voorwaarden vager en handhaving gevoeliger. Ondertussen groeit de groep mensen die structureel langs de kant staan. Voorzitter. Ik begin kort met sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk. Voor mensen die echt niet meekunnen in het reguliere arbeidsproces zijn sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk geen luxe, maar een noodzaak. Dit zijn geen mensen die even moeten worden geprikkeld. Dit zijn mensen die structureel ondersteuning nodig hebben. Juist voor hen is stabiliteit, duidelijkheid en passend werk van belang. De PVV ziet sociaal ontwikkelbedrijven niet als parkeerplaatsen, maar als werkplekken met echte waarde. Werk geeft structuur, eigenwaarde en ritme. Dan moet het wel serieus werk zijn, geen eindeloze trajecten zonder perspectief. Wij zien dat gemeenten verschillend omgaan met het begrip "beschut werk". Er zijn grote regionale verschillen in toegang, in tempo en in begeleiding. Dat leidt tot willekeur. Dat moeten we niet willen. Erkent de minister dat de grote regionale verschillen in toegang tot beschut werk leiden tot rechtsongelijkheid? Zo ja, welke concrete stappen is hij bereid te zetten om die verschillen te verkleinen? Wij willen daarom dat beschut werk wordt ingezet voor wie het nodig heeft. Het moet snel, doelgericht en zonder bureaucratische drempels. We willen geen eindeloze indicatiestapelingen, maar handelen. Tegelijk willen we geen inflatie van beschut werk voor mensen die wél regulier inzetbaar zijn. Dus: bescherming waar nodig, geen afschuifmechanisme. Voorzitter. Dan een voor de PVV heel belangrijk punt. Mijn collega Mulder heeft hier vorige week tijdens de begroting nog een motie over ingediend. We hebben daar vanmiddag over gestemd. Helaas heeft de motie het net niet gehaald. Het gaat over de taaleis. Die is voor ons belangrijk. De taaleis is voorwaarde voor en handhaving bij de bijstand. Daar wil ik helder over zijn. Dit is voor de PVV geen bijzaak. Dit is de kern. Dit hebben wij ook altijd uitgedragen. Dat zullen we blijven doen. Wie bijstand ontvangt in Nederland, ontvangt geld van hardwerkende Nederlanders. Dat is geen recht zonder plichten. Dat is een wederkerige afspraak. Die afspraak is de afgelopen jaren structureel uitgehold. De taaleis is daar hét voorbeeld van. De wet is namelijk glashelder: wie langdurig in de bijstand zit, moet aantoonbaar moeite doen om de Nederlandse taal te leren. Dat is niet vrijblijvend, voor als het maar toevallig uitkomt, maar een voorwaarde. Toch zien we dat gemeenten er verschillend mee omgaan, wegkijken, uitzonderingen stapelen en sancties vermijden. Dan blijkt de taaleis gewoon een dode letter. Kan de minister aangeven hoeveel gemeenten op dit moment daadwerkelijk handhaven op de taaleis? Hoeveel sancties zijn daar het afgelopen jaar daadwerkelijk uit voortgekomen? Zonder taal geen werk, zonder taal geen integratie, zonder taal geen zelfstandigheid. Wie na jaren nog steeds weigert de taal te leren, weigert mee te doen, en wie weigert mee te doen, hoort niet onbeperkt op kosten van de samenleving te leven. Voorzitter. De Participatiewet is verworden tot een systeem waarin wantrouwen richting de belastingbetaler de norm is en wantrouwen richting de uitkeringsontvanger taboe. Dat is de wereld op z'n kop. De sollicitatieplicht wordt opgerekt, maar tegenprestaties verdwijnen. Sancties worden een laatste redmiddel in plaats van een normaal instrument. Zo ontstaat een cultuur waarin niet-werken meer lonend kan zijn dan werken. Dat ondermijnt niet alleen het draagvlak maar ook de rechtvaardigheid. Is de minister het met de PVV eens dat sancties een regulier en noodzakelijk onderdeel zijn van de Participatiewet? En zo ja, hoe gaat hij gemeenten actief aanspreken die structureel niet handhaven? Voorzitter. Dan nog de jongeren. Mevrouw Lahlah had het er ook al over. Jongeren in de bijstand zouden eigenlijk de absolute uitzondering moeten zijn. Toch zien we een groeiende groep jonge mensen, inmiddels inderdaad 42.000, vroegtijdig afhankelijk raken van een uitkering. Dat is funest — voor hun toekomst, voor hun arbeidsmoraal en voor de samenleving. Ik wil benadrukken wat mevrouw Lahlah zei: als je ziek bent of niet in staat om te werken, dan is dit vangnet uiteraard absoluut nodig. Maar als je dat wel kan, dan vindt de PVV dat jongeren maximaal moeten worden geactiveerd, met opleiding, werk, leerwerktrajecten et cetera. Geen comfortabele uitkering zonder harde verplichtingen. Wie jong is, kan leren. Wie kan leren, moet leren, en wie kan werken, moet werken. Welke concrete maatregelen gaat de minister nemen om te voorkomen dat jongeren langdurig in de bijstand blijven hangen? Is hij bereid de voorwaarden en verplichtingen voor deze groep aan te scherpen?

Versie c44e2db5245ebeabbff46a36540785f35284ad8b91bd841a750f65f44b672c2a · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.