KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 24 mrt 2026 · Tweede Kamer

Participatiewet

Brontekst

Minister Aartsen: Nee, precies. Ik denk dat we het hierover eens zijn. Die balans gaan we zoeken en het lijkt me verstandig daar even de tijd voor te nemen. Voor de zomer komen we daarop terug. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de bredere herziening — dat is eenzelfde traject — van de Participatiewet spoor 2 en spoor 3. Over spoor 1 hebben we het al uitgebreid gehad. Daarin hebben we een aantal stappen gezet en een aantal maatregelen zijn al dit jaar ingegaan. Een aantal maatregelen gaan volgend jaar in. Gemeentes hebben de ruimte om daarin op een aantal onderdelen vooruit te lopen. Ik denk dat dat verstandig is. Op dit moment kijken we goed naar de beleidsopties. Mevrouw Lahlah vroeg daar ook naar bij de begroting. We zijn nu vier dagen verder. Ik kan u dus niet superveel voortgang geven, behalve dan over het denken in het weekend. Dat is inderdaad jammer, maar u onderschat mijn denkvermogen in het weekend, zeg ik tegen mevrouw Lahlah. Wij kijken op dit moment hoe we de herijking vormgeven. Daar is in verschillende brieven al uitgebreid over gesproken. Ik denk dat het nu echt de tijd is om keuzes te maken; ik denk dat we elkaar daarin vinden. Welke keuzes maken we daar nou in? Welke dingen gaan we wel doen en welke niet? Dan kunnen we daar ook een fundamenteel politiek debat over voeren. Volgens mij is dat ook een zoektocht van mevrouw Lahlah. Het ingewikkelde is dat dat nu nog niet kan, omdat ik, als minister, die keuze nog niet heb gemaakt. Dat moeten we dus snel doen. Ik denk dat het verstandig is dat we dan over die keuzes ook politiek met elkaar van gedachten wisselen. Dat wordt de inzet voor de komende jaren, want het kabinet heeft de ambitie om vier jaar te blijven zitten. Ik ga op een goede manier met u van gedachten wisselen over de beleidsopties die daarin staan. Dat doe ik samen met uw Kamer, want we hebben geen meerderheid als kabinet zijnde. Dat was het ten opzichte van de herziening van de Participatiewet. Er zijn een aantal vragen gesteld over jongeren in een kwetsbare positie. We zien inderdaad dat dit een issue is. We zien een gestage toename van het aantal jongeren in de bijstand. Daar zijn een aantal verklaringen voor. We zien op dit moment een lichte afremming van onze economie. Ik hoop dat het een lichte afremming blijft. We zien breder problemen met mentale gezondheid. Dat zien we ook terug in de WIA. Minister Vijlbrief en ik zijn serieus aan het kijken naar waar dat vandaan komt. Zijn dat natuurverschijnselen of zijn er andere oorzaken waar we iets aan kunnen doen? Dat zijn namelijk echt zorgelijke zaken. Een derde is dat er op dit moment meer jonge statushouders instromen in de bijstand. Ik zal zo nog iets zeggen over nieuwkomers en statushouders. Er zijn op dit moment allerlei initiatieven gaande voor de ondersteuning van jongeren, ook in de bijstand. Ik herhaal daarbij dat buitenwettelijke initiatieven op dit moment niet zijn toegestaan. Wij proberen wel te kijken hoe je dat soort ideeën een plek kan geven, bijvoorbeeld bij gemeentes. Ik denk dat je dat soort ideeën altijd moet waarderen, als mensen daar tijd en energie in steken. Op dit moment hebben gemeentes voldoende ruimte voor maatwerk en is er samen met Divosa, de VNG en SZW een handreiking gemaakt voor hoe ze dat soort initiatieven kunnen ondersteunen. Er is vandaag een amendement van collega Ergin van DENK aangenomen, over het eenmalig uittrekken van 2 miljoen euro voor ontwikkelgerichte interventies voor kwetsbare jongeren. We hebben dat als kabinet ondersteund. Tot slot, voorzitter. We zullen in april samen met de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport een Kamerbrief sturen die meer ingaat op de mentale gezondheid van jongeren in een kwetsbare positie.

Versie c44e2db5245ebeabbff46a36540785f35284ad8b91bd841a750f65f44b672c2a · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.