KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 24 mrt 2026 · Tweede Kamer

Participatiewet

Brontekst

De heer Ceulemans (JA21): Voorzitter, ik zal u een plezier doen en het kort en staccato houden. We hebben het vandaag over de Participatiewet, een groot onderwerp. Ik wil daarbij even ingaan op de bijstand. Nederland telt momenteel zo'n 410.000 bijstandsgerechtigden. Ook wat JA21 betreft is de bijstand een belangrijke pijler onder onze verzorgingsstaat. Het is een vangnet voor wie tijdelijk niet aan het werk is en niet op een andere manier in zijn levensonderhoud kan voorzien, maar wat JA21 betreft zijn daar altijd drie belangrijke voorwaarden aan verbonden. Ten eerste zou een bijstandsuitkering per definitie tijdelijk moeten zijn. Iedereen die kan werken, moet ook werken. Van wie een bijstandsuitkering ontvangt, mag gevraagd worden dat hij zich aan de regels en voorwaarden houdt die daarbij komen kijken. De overheid dient daarop toe te zien en te handhaven. Ten derde is de overheid het aan de samenleving verplicht om ervoor te zorgen dat bijstandsuitkeringen uitsluitend terechtkomen bij wie daar echt recht op heeft. Werken vanuit vertrouwen is natuurlijk een mooi streven — daar zal iedereen aan tafel het hier meer eens zijn — maar fraude moet gewoon actief worden opgespoord en aangepakt. Over deze aspecten heb ik een aantal vragen. Zo is het aantal bijstandsuitkeringen in Nederland hoog. Daarover zijn eigenlijk twee dingen op te merken. Ten eerste is dat natuurlijk moeilijk te rijmen met de krapte op de arbeidsmarkt. Hoe ziet de minister dit? Hoe ziet de minister kans om, boven op wat gemeenten al doen op dat vlak, wat ik ook erken, mensen vanuit de bijstand aan het werk te krijgen in bijvoorbeeld kraptesectoren, in overeenstemming met de branche? Een ander belangrijk onderdeel van de omvang van het bijstandsbestand heeft te maken met statushouders en migranten. We lezen dat de groei van de bijstand te maken heeft met een grote toename van jonge statushouders. Zoals ik al zei, is migratie sowieso een belangrijke factor in de omvang van het bijstandsbestand. 51% van de mensen in de bijstand is buiten Europa geboren. Mevrouw Van Meetelen noemde dat percentage al. In grote steden ligt dit hoger. In Rotterdam is dit bijvoorbeeld 61%. Daarbij gaat het dus echt alleen om de eerste generatie migranten. Als je dat doorvertaalt, is de druk op het bijstandsbestand door migratie eigenlijk nog groter. Wij zijn voor alle maatregelen om statushouders aan het werk te krijgen vanuit een bijstandsuitkering, maar het blijft dweilen met de kraan open. Erkent de minister dat we om de bijstand toekomstbestendig te houden toe moeten naar zeer forse migratiebeperking en een einde aan asielopvang in Nederland? Graag een reactie. Kan de minister ook verder inzicht geven in de hoeveelheden statushouders in de bijstand, hoelang zij gemiddeld in de bijstand blijven en welke kosten hiermee gepaard gaan? Dan ga ik verder met de tegenprestatie. De tegenprestatie is voor JA21 een heel belangrijk aspect. Ik heb daar ook een motie over ingediend, die helaas verworpen is. De tegenprestatie is via de route van Participatiewet in Balans omgevormd tot maatschappelijke participatie. Ik blijf een beetje in het duister tasten over de concrete gevolgen daarvan. Aan de ene kant werd toen de tegenprestatie werd omgevormd naar maatschappelijke participatie gezegd: dat doen we omdat we het belangrijker vinden dat mensen meer in zichzelf investeren, dat we werken vanuit vertrouwen en dat het meer gaat om cursussen. Dat terwijl wij het wederkerige aspect heel erg belangrijk vinden. Iedereen die een bijstandsuitkering ontvangt, moet gewoon maatschappelijk relevant werk terugdoen voor de samenleving die die bijstandsuitkering opbrengt. Maar als ik daarnaar vraag, is de reactie vanuit het kabinet: dat zit er eigenlijk nog steeds in. Dus wat is het nou? Is het karakter van de tegenprestatie nou wel veranderd toen het maatschappelijke participatie werd, of is dat niet het geval? Kan de minister daar nou eens een keer nader op ingaan? Dan kom ik op de taaleis. Een aantal fracties hebben daar al van alles over gezegd. Dat is volkomen terecht. Het is onverteerbaar dat linkse gemeentebesturen het goedvinden dat mensen op de zak van de samenleving teren zonder dat ze bereid zijn om hun Nederlandse taalbeheersing te verbeteren. Het kabinet heeft gezegd dat het werk wil gaan maken van betere handhaving daarvan. Ik had daar vorige week ook al even een gesprek over met de minister tijdens de begroting van SZW. De minister zei daarbij: dat begint met gesprekken voeren met gemeenten. Ik kan me voorstellen dat je gesprekken voert met gemeenten als zij tegen obstakels aanlopen in de praktische uitvoering van de handhaving van de taaleis, maar bij gemeenten die gewoon zeggen "wij willen dit principieel niet" — die zijn er ook gewoon — kunnen we het hele gesprekstraject wat ons betreft gewoon overslaan en meteen overgaan op sancties. Kan de minister daarop reageren? Wat ons betreft wordt de taaleis, die nu in de praktijk een inspanningsverplichting is waarbij gekeken wordt of iemand zich inspant om de taal beter te beheersing, in de praktijk veel meer omgevormd tot een resultaatverplichting. Het is niet alleen relevant of iemand zijn best doet om de taal beter te leren; het is ook relevant dat iemand daadwerkelijk beter Nederlands spreekt. Wat ons betreft moet dat aangescherpt worden. Ik heb daar een motie over ingediend. Die is aangehouden, maar kan de minister daar alvast nader op ingaan? Dan fraudebestrijding. Veel gemeenten bieden inwoners de mogelijkheid om het vermoeden van bijstandsfraude te melden bij de gemeente, zodat de gemeente daar onderzoek naar kan verrichten. We zien ook dat een aantal gemeenten daar inmiddels mee aan het ophouden is en dat er in veel gemeenten ook een discussie loopt over het stoppen daarmee. Daarbij wordt het eigenlijk heel oneerbiedig weggezet als een "kliklijn". Ik vind dat niet terecht. Ik weet uit de praktijk in Rotterdam dat het kunnen melden van vermoedens van bijstandsfraude op jaarbasis zo'n zesenhalve ton oplevert aan bijstand die kan worden teruggevorderd bij mensen die inderdaad gefraudeerd hebben. Ik vind het heel oneerbiedig om dat weg te zetten als een "kliklijn" en als iets gemeens. De samenleving moet er gewoon van uit kunnen gaan dat geld alleen terechtkomt bij de mensen die daar recht op hebben en dat mensen die een bijstandsuitkering ontvangen, maar daar geen recht op hebben, daar niet mee wegkomen. Kan de minister daar nader op ingaan? En onderschrijft hij ook het belang van het kunnen melden van vermoedens van bijstandsfraude?

Versie c44e2db5245ebeabbff46a36540785f35284ad8b91bd841a750f65f44b672c2a · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 79c672ea571d1c9e

12 okt 2026 · b8f78fd766c93369

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.