KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 27 mei 2026 · Tweede Kamer

JBZ-Raad (Luxemburg)

Brontekst

Minister Van den Brink: Oké, helder. Dan kom ik bij de brief die wij vorige week gestuurd hebben en waar we ook al vaker over gesproken hebben rondom het EVRM en alles wat zich de afgelopen tijd daaromheen heeft afgespeeld. Ik hoorde verschillende woordvoerders vragen of het nou mogelijkheden of onmogelijkheden zijn die hier in deze brief worden opgeschreven. Zo beluisterde ik het een beetje. Mijn inzet was vooral het volgende. Ik heb eigenlijk gewoon zo helder en realistisch mogelijk het hele speelveld uiteen willen zetten wat betreft wat zich nu allemaal in welk onderdeel afspeelt en welke verhouding het EVRM tot andere verdragen heeft. Dat is misschien ook omdat we natuurlijk aan de start staan van een nieuwe kabinetsperiode. Het gaat ook over de verhouding tussen hoeveel uitspraken we de afgelopen jaren bij het Hof hebben gezien op basis van het EVRM en hoeveel op basis van het Unierecht. Daar zit wel echt een degelijk verschil tussen, namelijk dat we natuurlijk veel meer impact hebben op uitspraken op basis van het Unierecht. Ik heb het eigenlijk vooral zo realistisch mogelijk willen doen, zonder iets van sugarcoating van alle mogelijkheden die er zijn, en daarbij ook willen aangeven dat er wel een perspectief is, maar dat dat ook wel veel inzet vergt en tijd kost. Dat is uw en mijn gemene deler op al deze onderwerpen, denk ik. We hebben niet het gevoel dat we tijd hebben. We hebben het gevoel dat het morgen allemaal geregeld moet zijn. Dat verhoudt zich lastig tot verdragen die met zo veel landen zijn afgesproken. Dat zeg ik even voorafgaand. Het CDA en JA21 vragen of dat ook op Unieniveau nog nodig zou zijn. Het kabinet zet erop in dat waar nodig secundaire EU-wet- en regelgeving wordt aangescherpt. Daarop zijn al belangrijke stappen gezet, zoals we nu net hebben gezien met het pact en de Terugkeerverordening. Natuurlijk blijven we ons ervoor inzetten dat er een snel akkoord komt daarop, dat Dublin weer gaat werken en dat het pact strikt wordt geïmplementeerd. Daarnaast kijken we of meer deelname aan interventies en Hofzaken met gelijkgestemde lidstaten ons kan helpen en of we op die manier ons Nederlandse standpunt effectief naar voren kunnen brengen op EU-niveau. Uit de analyse blijkt dat de uitdagingen met name liggen in die secundaire EU-wetgeving. Het onderhandelingsperspectief ligt met name daar, op de aanpassing van die secundaire wetgeving en interventies en Hofzaken. Ook van de Chisinauverklaring kan dat natuurlijk doorwerken in het beleid dat wordt gevoerd. De heer Boomsma vraagt wanneer concrete voorstellen volgen om de tijdlijn en complexiteit van EU-regelgeving te verminderen. In de Kamerbrief van afgelopen vrijdag is de inzet opgenomen. U kent natuurlijk de huidige implementatie van iets wat nog aanstaande is. Ik denk dat wij hier in het parlement, en ook ikzelf in de JBZ-Raad, de onderwerpen moeten blijven agenderen waarbij we zien dat er een botsing plaatsvindt, ook op een manier waarop we daar in de Kamer mee om kunnen gaan. We moeten kijken hoe we dat bij elkaar kunnen brengen om het als één pakket in Europa ter sprake te kunnen brengen, want in al die gesprekken die je in Europa hebt, merk je gewoon dat er een soort politiek-bestuurlijke vermoeidheid ontstaat — laat ik het zo maar zeggen — als je telkens met een los voorstel aan komt zetten van iets wat je ook nog opgelost wil hebben. Je hebt op een gegeven moment dus ook nog een groep van landen nodig die zegt: hier hebben we een doorbraak nodig, en die moeten we met elkaar realiseren. De volgende evaluatie van dat pact is pas weer over een jaar of twee, in 2028. Ik kan me voorstellen dat hier allemaal partijen zitten — ik denk dat ik er daar zelf ook wel één van ben — die eerder dan in 2028 al een paar ideeën hebben over hoe het beter kan. Daar moeten we een platform voor zien te creëren. Ik merk wel dat we dat gecombineerd met een aantal landen samen moeten doen om impact te hebben. Dan het debat dat we al een paar keer hebben gehad over het interpretatieprotocol. De heer Boomsma en de heer Ellian vroegen of dat noodzakelijk zou zijn. Ik val een beetje in herhaling over het debat dat we gehad hebben. De Chisinauverklaring is een belangrijk resultaat. Hoewel uw ongeduld mij bekend is, wil ik echt benadrukken dat het betekenisvol is dat zo veel landen dat met elkaar weten af te spreken. Daar is heel veel effort in gestoken. Door de landen die hier het meest vocaal op waren, België, Zweden en Denemarken, wordt dit als voldoende gezien. Het hele protocol aanpakken, zou echt een verdragswijziging inhouden. Artikel 3 EVRM waar u naar verwijst, gaat natuurlijk veel verder dan migratie. Dat is in de eerste plaats niet voor migratie ontworpen; het is een beschermingsartikel. Dat maakt ook dat het niet zomaar even met 46 landen ter discussie gesteld zou kunnen worden op een manier die heel snel tot resultaat leidt. Het gaat ook over allerlei andere zaken buiten het migratiedomein. Het gaat om zeer ernstige en kwalijke situaties. Tegelijkertijd hebben we in deze verklaring nu wel opnieuw weten te bevestigen, en daarmee ook een nieuw minimumniveau neergelegd, dat het om dat minimumniveau van ernst gaat. Daardoor weten we dat we daar zelf als lidstaat invulling aan kunnen geven. We zullen ons er hard voor maken dat dit door lidstaten zelf ingevuld kan worden, dat ze hun verplichtingen nakomen en dat we daarmee ook realiseren — dat is, denk ik, de kern — dat Dublin weer gaat functioneren. Daar lopen we namelijk het meest tegen aan, als het gaat om het verleden dat we hiermee hebben. De heer Boomsma vroeg mij nog naar het volgende. Het is voor mij een nieuw punt, maar daarmee zie je dat hij toch altijd voor blijft lopen op mij. Hij vroeg of de Europese Unie gaat toetreden tot het EVRM. Dat is een verdragsverplichting die volgt uit het EU-verdrag. Die gesprekken lopen. Ik heb net een korte schorsing gehad, en daarin heb ik begrepen dat dit een eindeloos traject is, maar dat wel bij mijn collega's van Buitenlandse Zaken en JenV ligt hoe daaraan vervolg wordt gegeven. Mocht u daarbij echt de diepte in willen, dan ga ik hulptroepen inroepen, moet ik u helaas aangeven. Ik denk dat ik daarmee alles rondom de verdragen en het Clingendaelrapport heb gehad.

Versie 8babc73ca7d70531b091fd06c87022ba1c6aa9903d0ae1f2f1c984ea44b64772 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.