KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 27 mei 2026 · Tweede Kamer

JBZ-Raad (Luxemburg)

Brontekst

Minister Van den Brink: Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Kamer voor haar betrokkenheid op dit onderwerp, waar we zo vaak over spreken. Ik wilde vandaag, om recht te doen aan het onderwerp van het debat, de JBZ-Raad, beginnen met het pact en de vragen daaromheen, terugkeer, want het gaat ook over de Terugkeerverordening, innovatief, omdat dat ook raakt aan de verordening en de afspraken, en dan daarna nog ingaan op de verdragen, EVRM en overig. Daar komen dan ook even de nationale punten aan bod rondom de actualiteit van Ter Apel. Voorzitter. Ik start met het volgende. Zoals ook door verschillende partijen is genoemd, hebben we gisteren met de aanvaarding van de implementatiewet van het Europees Migratiepact een grote stap gezet in ons nationale en Europese asielbeleid. Wij staan nu aan de vooravond van de invoering daarvan. Dat is altijd weer een heel ander vraagstuk, waar we als politiek soms een iets andere verhouding toe hebben. We denken namelijk vaak, zoals ik in dit soort debatten merk en ook bij mezelf herken: als je eenmaal een afspraak hebt gemaakt, waarom zou die morgen dan ook niet gelijk geïmplementeerd zijn en toegepast worden? Nou, dat is omdat daar natuurlijk heel veel bij komt kijken. Omdat het uiteindelijk allemaal om mensen gaat en het ook door mensen wordt uitgevoerd, vergt het soms ook implementatietijd. Dat is precies waar veel zorgen over het Europees Migratiepact zitten, denk ik. Verschillenden van u hebben mij gevraagd waar ik volgende week over in gesprek ga. Voordat ik naar de JBZ-Raad ga, zal ik naar Italië gaan en daar een werkbezoek afleggen om zelf te zien hoe de voorbereidingen daar verlopen. Ik zal natuurlijk ook over de verschillende onderwerpen van het pact met hen in gesprek gaan. Dan nog blijft het zaak om ook in de JBZ-Raad zelf aandacht te vragen voor de implementatie, want — het is door verschillende partijen gezegd — Nederland heeft nu een aantal zaken op orde, maar andere landen nog niet. We zullen opnieuw benadrukken dat de geloofwaardigheid van ons Europese en nationale asielstelsel helemaal gebaseerd is op de manier waarop andere lidstaten daaraan bijdragen. Die oproep zal ik volgende week zeker doen en ik zal onderstrepen dat het nu echt aankomt op de invoering ervan. Dat gaan we ook monitoren. We zullen dus opnieuw benadrukken dat de Commissie en haar agentschappen die monitoring moeten continueren in aanloop naar 12 juni — maar goed, dat is inmiddels zo'n beetje aanstaande — en daarna ook gelijk de lidstaten moeten aanspreken als dat niet op orde is. We weten dat een aantal lidstaten het juridisch fundament, dus de parlementaire kant ervan, nog niet op orde hebben. Als lidstaten zich niet houden aan de wettelijke verplichtingen, is het aan de Europese Commissie om hier een oplossing voor te vinden. Dat zullen we dus ook snel aan de Commissie verzoeken op het moment dat zich dat voordoet. Dan hebben we de vraag wat de verwachting daarover is. In de recent gepubliceerde voortgangsrapportage zien we een aanzienlijke vooruitgang. Veel lidstaten liggen op schema met het aanpassen van nationale wetgeving, de invoering van een screening en grensprocedure, het opzetten van onafhankelijke monitoringsmechanismen en het realiseren van voldoende opvangcapaciteit. Toch komen er ook nog een aantal aandachtspunten op Europees niveau naar voren, zoals voldoende capaciteit voor de screening en grensprocedure. De asielgrensprocedure is een essentieel onderdeel van het pact. We zullen dus volgende week niet alleen in de Raad, maar ook in bilaterale gesprekken en tijdens mijn bezoek aan Italië aandacht vragen voor de volledige en tijdige implementatie. We houden ook goed een vinger aan de pols bij onze ambassades en de EU-agentschappen over de operationele voortgang. Daarbij zullen vaak op het laatste moment nog allerlei zaken geregeld worden. Dat lijkt hier nu ook van toepassing te zijn. Ik kom net uit een gesprek vanmiddag met de directeur van de IOM, een organisatie die natuurlijk op heel veel plekken in Italië en Griekenland actief is. Ook zij geven aan dat ze zien dat er enorm hard gewerkt wordt om zaken op orde te brengen. Zij zien dus ook in hun projecten dat daar vanuit Griekenland en Italië volop op wordt ingezet. Tegelijkertijd moeten we dat natuurlijk ook in de rapportages van de Commissie gaan terugzien. Daar zien we nu nog tekortkomingen. Wat betreft Eurodac hebben wij zelf ook nog een paar issues gehad. Er zijn ook vragen over gesteld door D66 en het CDA. Nederland is hard aan de slag met de tijdige implementatie. Zoals elk IT-project gaat dit gepaard met complexe uitdagingen en uitgebreide testen. We zitten nu in de laatste testperiode. Er waren een aantal blokkerende bevindingen. We hebben nu positieve signalen dat deze op tijd zijn opgelost. De resterende testen worden zo spoedig mogelijk afgerond, wanneer de laatste testen met de ketenpartners zullen worden voortgezet. We blijven ons samen met het eu-LISA, wat hier noodzakelijk voor is, hard inzetten om op tijd klaar te zijn. Eurodac is natuurlijk een heel groot en belangrijk element. D66 vraagt daar aandacht voor. Het is nodig om het Dublinmechanisme effectief te laten werken, want in Eurodac vind je de gegevens terug van mensen die al gescreend zijn. Daarmee kunnen we vaststellen of iemand al dan niet eerder een aanvraag heeft gedaan. Daarover zeggen de VVD en JA21 terecht dat dit echt de core van het systeem is. Zij zeggen dat zij altijd aandacht hebben gevraagd voor Dublin, dat een systeem is dat nu al een tijd niet goed functioneert met een aantal landen, en vragen of de afspraak is dat ook Italië en Griekenland dat vanaf 12 juni weer gaan toepassen. Die landen hebben zich daar allebei aan gecommitteerd. Ik zal volgende week met nadruk dit punt maken. Het hele pact zal in de buitenwereld worden beoordeeld op de vraag in hoeverre Dublin gaat functioneren. Ik zal hun daar nogmaals in duidelijke bewoordingen laten weten dat het voor Nederland cruciaal is om gestand te doen wat we met elkaar hebben afgesproken. Zij mogen iets van ons verwachten in de manier waarop wij dit pact hier invoeren, maar dan mogen wij ook iets van hen verwachten. U kunt ervan verzekerd zijn dat ik dat volgende week zal overbrengen. Ik heb nog twee vragen in dit blokje. Er zijn nog bilaterale afspraken met Griekenland. Daar hebben we eerder al over gesproken. Ik zal daar volgende week ook met mijn Griekse collega over spreken. Ik heb op basis van de motie natuurlijk de toezegging aan de heer Ellian gedaan dat we daar weer mee starten en tot die tijd de aanvraag hier in Nederland stilleggen. Het gaat namelijk om statushouders die gewoon terug moeten. Dat zal opgestart worden met wat we aan beschikbare capaciteit hebben in Griekenland. Ook voor de middellange termijn zijn we met Griekenland en andere lidstaten in gesprek om een duurzame oplossing te bereiken. Dat heeft ook voor België en Duitsland prioriteit, dus daar zullen we volgende week bij stilstaan. Ik denk dat ik er daarmee ben wat betreft het pact en de gesprekken die ik daar volgende week over heb.

Versie 8babc73ca7d70531b091fd06c87022ba1c6aa9903d0ae1f2f1c984ea44b64772 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.