de kritiek op het onderzoek van de jeugdbescherming naar de eigen rol bij de toeslagenaffaire
de kritiek op het onderzoek van de jeugdbescherming naar de eigen rol bij de toeslagenaffaire
statement · 3 jul 2025 · Tweede Kamer
Staatssecretaris Struycken: Voorzitter. Ik begin met de twee vragen die nog openstonden, de vragen van mevrouw Dral. De eerste vraag gaat over de problematiek van de waarheidsvinding. Inderdaad, die vraag liet ik onbeantwoord. Dit gaat over het feitenonderzoek naar aanleiding van het amendement van de leden Van der Burg en Bergkamp. Het amendement, dat indertijd is aangenomen, heeft ertoe geleid dat het feitenonderzoek wettelijk is verankerd in artikel 3.3 van de Jeugdwet. Daarin is neergelegd dat de Raad voor de Kinderbescherming en de GI's verplicht zijn in de rapportages en verzoekschriften de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wat het wettelijk kader betreft zit het dus wel goed. Waar de verbetering nodig is, is in de uitvoering, in de wijze waarop deze wettelijke norm wordt toegepast. En dat vergt een verbetering in de hele jeugdbescherming, zoals meer tijd voor professionals, een betere rechtspositie van ouders en kinderen en een eenvoudiger keten. Van belang is dat sinds 2023 Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en de GI's gezamenlijk aan gerichte verbeteringen werken in vervolg op het eerdere Actieplan Verbetering Feitenonderzoek in de jeugdbescherming. Er zijn in iedere organisatie ambassadeurs gekomen. Er wordt een wegwijzer ontwikkeld waarmee zij via maatwerk aan verbeteringen kunnen werken. En er wordt een monitor ontwikkeld om zicht te krijgen op verbetering in de uitvoering. Ook zijn veel organisaties zelf bezig het feitenonderzoek te verbeteren, bijvoorbeeld door hun communicatie met cliënten aan te passen door vaker ervaringsdeskundigen of cliëntambassadeurs in te zetten. In het kader van het toekomstscenario, de proeftuinen, wordt ook op dit punt een handelingskader ontwikkeld. Dit moet een uniform, richtinggevend kader bieden voor professionals. En ook daarbij is er aandacht voor een beter feitenonderzoek. Met het wetsvoorstel om de rechtsbescherming in de jeugdbescherming te verbeteren wordt kosteloze rechtsbijstand voor ouders structureel geregeld. Dat betekent dat ouders beter inhoudelijk verweer zullen kunnen voeren. Dat alles moet ertoe leiden dat het feitenonderzoek kwalitatief gezien steeds meer op orde komt en dat cliënten beter worden meegenomen in het hele proces. Maar het vergt een lange adem. Het is ook een kwestie van cultuur. Maar op allerlei fronten wordt eraan gewerkt om die wettelijke norm een bredere en betere toepassing te geven. De tweede vraag van mevrouw Dral gaat over de in december ingediende motie-Dral/Ceder over de problematiek van ouderverstoting. Een complex en delicaat probleem. Daarmee ben ik sinds december 2024 in volle overtuiging aan de slag. Ik doe dat met het oog op wat in deze ingewikkelde scheidingszaken het beste is voor het kind en de bescherming van het kind. Zoals verzocht, heb ik bij de landen Denemarken, België en Frankrijk informatie opgevraagd om te bestuderen welke maatregelen zij hebben genomen met betrekking tot contactverlies en of die toepasbaar zijn in Nederland. Ook ben ik in gesprek met het Openbaar Ministerie over het huidige vervolgingsbeleid met betrekking tot contactverlies. Eind van dit jaar, 2025, zal ik uw Kamer informeren over de bevindingen en de wijze waarop aan deze motie invulling wordt gegeven. Dan kom ik bij de motie-Ceder/Bruyning op stuk nr. 29: oordeel Kamer.
Versie 0f74adfc527015d93c45becc70517013db59e3eec3801ee29ab8ec858df8aa99 · Officiële bron.
de kritiek op het onderzoek van de jeugdbescherming naar de eigen rol bij de toeslagenaffaire
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.