Kansspelen
Brontekst
Versie cf6e318543053adb · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenMevrouw Bikker (ChristenUnie): Voorzitter, dank u wel. Vorige week zaten we als leden van de commissie voor Justitie in voorbereiding op dit debat bij het rondetafelgesprek over kansspelen. Een van de deelnemers haalde de onvolprezen Johan Huizinga aan, die schreef over de spelende mens, de homo ludens. Spel is niet alleen een tijdverdrijf, maar een fundamenteel onderdeel van onze cultuur, onze ontwikkeling en onze natuur, zo stelde deze deelnemer aan het rondetafelgesprek. Dat is natuurlijk prachtig verwoord en helemaal waar, maar het trof me dat daar in één adem ook het gokken bij genoemd werd: gokken als fundamenteel onderdeel van onze cultuur. "Fundamenteel", "onze ontwikkeling" en "onze natuur", serieus? Ik moet terugdenken aan gisteren, toen ik in het Nederlands Dagblad het verhaal las van Michael, die overigens ook op de tribune zat bij het rondetafelgesprek en luisterde. Ik kan het iedereen aanraden dit interview nog eens na te lezen. Het gaat over een jonge twintiger die zo'n €20.000 kwijtraakte aan zijn gokverslaving, stopte met zijn studie, zijn bijbaan kwijtraakte en wiens moeder aan de medicijnen moest omdat de zorgen om haar zoon tot medische klachten leidden. Als het al zo zou zijn dat gokken een fundamenteel deel is van onze cultuur, ontwikkeling en natuur, dan maken we daar wat mij betreft zo snel mogelijk een einde aan, juist ook om jongeren als Michael in bescherming te nemen. En Michael, als jij toevallig kijkt: ik wil je bedanken voor het vertellen van je verhaal; het heeft me diep geraakt. Ik hoop dat dat ook voor de anderen hier geldt, zodat we de handen ineen kunnen slaan om het gokprobleem in ons land aan te pakken. Voorzitter. Dan is de vraag: wat staat ons te doen? Ik zou zeggen: een heleboel. Met ons initiatiefwetsvoorstel hebben collega Van Nispen en ik geprobeerd die handschoen op te pakken. Ik kan u vertellen dat de voorbereidingen om de preventie te vergroten en het toezicht en de handhaving meer tanden te geven in volle gang zijn. Ik ben ook blij met de richting die de staatssecretaris kiest in zijn brief. Sinds de Wet kansspelen op afstand is ingegaan, hebben we meer onlinegokkers en meer risico- en probleemspelers, met name onder jongeren, maar zeker geen verantwoord aanbod. Het is goed dat de staatssecretaris daar wat aan wil doen. Ik mis wel een aantal onderdelen. Daarover het volgende. Waarom zegt de staatssecretaris niet: vanaf nu praat de gokindustrie niet meer mee over beleid en wetgeving? De tabaksindustrie is toch ook niet welkom op het ministerie? In het verlengde daarvan: waarom neemt de staatssecretaris niet als uitgangspunt dat wetenschappelijke inzichten worden doorvertaald naar beleid? Ik denk dan aan het rapport van The Lancet over de parallellen tussen de gok- en de rookindustrie. Overigens loopt er nog een onderzoek naar de lobby van de gokindustrie op het ministerie. In het vragenuur van 12 september 2023 zei de voorganger van deze staatssecretaris op dit dossier: mijn mensen zijn daar ongelofelijk hard mee bezig. Mijn vraag is: wanneer kunnen we het onderzoek tegemoetzien? De staatssecretaris laat kanalisatie als uitgangspunt terecht los. Uitgangspunt in de vorige visie was dat kanalisatie — dat wil zeggen: doorstroom van illegaal naar legaal aanbod — nodig was. Dat was de rechtvaardiging om reclame toe te staan. Maar het kanaal van de onder- naar de bovenwereld bleek een miezerig stroompje vergeleken bij de tsunami aan nieuwe gokkers en gokverslaafden die deze kanalisatie heeft opgeleverd. Anders gezegd: kanalisatie is een complete mislukking. Is de staatssecretaris het met die conclusie eens en concludeert hij dan ook met mij dat die hele Wet koa een complete mislukking is? Dan een vraag over de financiële kant. We hebben vanmorgen allemaal in het nieuws gezien dat deze tsunami aan nieuwe gokkers er mede toe heeft geleid dat de kansspelbelasting een miljard euro aantikt. Het financiële belang van de staat is groot. Kan de staatssecretaris mij garanderen dat deze financiële opbrengst in geen geval een reden zal zijn om geen inperkende maatregelen te treffen voor bepaalde gokmarkten? Dat mag ik toch aannemen? De voorgestelde wijzigingen mogen wat mij betreft her en der nog wel een tandje steviger. De leeftijdsgrens gaat naar 21 jaar voor de meest risicovolle vormen van gokken. Waar hebben we het dan precies over? Is het niet verstandig om gewoon helder te zijn en te zeggen: de leeftijdsgrens is categorisch 21 jaar, klaar? Om wellicht nog iets toe te voegen aan de plannen van de staatssecretaris: ik las in januari iets over een supergoed voorbeeld in Maastricht, waar de gemeente heeft gezegd dat gokhallen minimaal 300 meter van scholen en gebouwen voor verslavingsgevoelige personen verwijderd moeten zijn. Als gokhallen zich tussen de 300 meter en een kilometer van die locaties willen vestigen, moeten ze met een speciaal verslavingspreventieplan komen. Dat is een supergoed lokaal initiatief. Mijn vraag aan de staatssecretaris — dat is de laatste, hoor, voorzitter — is: wat vindt hij ervan om dit landelijk uit te rollen, naar het voorbeeld van het afstandscriterium bij de coffeeshops? Dank u wel.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.