KamerkringInloggen
← Verkenner

Uitspraak · 21 sep 2026 · Tweede Kamer

Initiatiefnota van het lid Dobbe over de zorg voor slachtoffers van seksueel geweld

Brontekst

Minister Sterk: Aan de beantwoording van die vragen was ik nog niet toegekomen, dus wellicht kunnen we die discussie dadelijk even voeren. Mevrouw Coenradie vroeg of ik kan reageren op het idee van een digitaal hulp- en buddysysteem en of ik de genoemde pilots overweeg. Natuurlijk waardeer ik de gedachte achter dit voorstel dat het belangrijk is dat ondersteuning aansluit bij wat slachtoffers echt nodig hebben, bijvoorbeeld lotgenotencontact. U gaf dat net ook al aan: het inbrengen van ervaringsdeskundigheid is gewoon heel erg wezenlijk, want alleen zij weten wat zij hebben meegemaakt. Momenteel bieden de casemanagers van het CSG al laagdrempelige psycho-educatie aan slachtoffers die zich melden. Ook heeft het CSG een online zelfhulpomgeving, waarin slachtoffers informatie en praktische tips kunnen krijgen, zoals modules over schuld en schaamte. Dat is een van die drempels waar we het net over hadden. Daarnaast kunnen slachtoffers terecht bij laagdrempelige steunpunten die landelijk worden uitgerold. Ervaringsdeskundigen en ervaringswerkers hebben er de regie. Ondersteuning krijgt vorm vanuit de behoefte van de mensen en herstel gaat op eigen tempo. Die steunpunten zijn onderdeel van de AZWA-afspraken. Omdat ik denk dat er al zo veel voorhanden is en dat we er beter op kunnen inzetten om dat zo veel mogelijk overal door te ontwikkelen, zie ik eigenlijk geen toegevoegde waarde om nou weer een apart, aanvullend, specifiek aanbod voor slachtoffers te gaan ontwikkelen. Ik denk namelijk dat er al veel is voor specifieke slachtoffers. Bovendien zou dat alleen nog maar meer versnippering in de hand werken, omdat je dan weer nieuwe initiatieven kunt krijgen naast het al bestaande aanbod. Volgens mij is het dan voor de slachtoffers alleen maar lastiger om te ontdekken waar ze terechtkunnen als ze echt hulp willen hebben. Dan had mevrouw Vliegenthart nog een vraag die eigenlijk over hetzelfde onderwerp ging als de vraag die ik net al heb beantwoord, denk ik. Er is gewoon al heel veel. Het aanbod is al ruim en geborgd. Ik denk dat het vooral belangrijk is dat we daaraan blijven werken in plaats van energie te steken in een groter aanbod of het meer clusteren daarvan. Mevrouw Vliegenthart had nog een vraag. Eigenlijk is dat een beetje dezelfde vraag, denk ik, namelijk of ik succesvolle steungroepen en laagdrempelige check-ins gedurende de wachttijd structureel wil financieren. Dat gaat volgens mij ook over de vraag hoe je, als je op de wachtlijst staat, toch niet uit het oog wordt verloren. Je zit daar natuurlijk wel met wat je hebt meegemaakt en je wilt natuurlijk graag — het is niet alleen dat je het graag wilt, het is ook belangrijk — dat daarvoor zorg is. Ten eerste zijn er de laagdrempelige steunpunten. Daar is ook structurele financiering voor geregeld. Op verschillende plekken wordt ook gewerkt aan het versterken van de wachttijdondersteuning. De regionale CSG's maken nu ook afspraken met lokale ggz-aanbieders om voorrang te krijgen op de wachtlijst als er sprake is van watchful waiting. In die zin wordt deze groep er wel snel uitgelicht als er ruimte ontstaat op de wachtlijsten. Er wordt vanuit de Versterkingsagenda Mentale gezondheid & ggz ook gewerkt aan een handreiking voor wachttijdondersteuning om de bekendheid en vindbaarheid van wachttijdondersteuning te vergroten. De wachttijdondersteuning is dus wel een soort tijdelijk middel voordat er echt specialistische zorg geboden kan gaan worden. Dan kom ik op de vraag, of de discussie, over het eigen risico en waarom ik zei dat ik daar nog geen antwoord op gegeven heb. Ik denk dat wij allemaal vinden dat er een soort gerechtigheid moet zijn voor wat iemand is aangedaan en dat dat soms ook een financiële gerechtigheid kan zijn. Alleen, het inzetten van het eigen risico brengt gewoon een heleboel neveneffecten met zich mee die ik in ieder geval niet wenselijk vind, ook niet wat betreft de manier waarop je met eigen risico omgaat. Een aantal partijen hebben daarover ook gezegd dat dit misschien niet het geschikte middel is als je daar een andere visie op hebt. Maar er zijn natuurlijk best wel wegen waarop een slachtoffer een financiële compensatie kan krijgen, eventueel ook voor het eigen risico als dat wenselijk zou zijn. Ten eerste kan de vraag spelen of je het kunt verhalen op de daders. Dat gaat over de richting die mevrouw Armut natuurlijk ook aan het verkennen is. Ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat we heel goed kijken wat we kunnen doen om die dader in eerste instantie ook verantwoordelijk te maken voor wat er is gebeurd. In het strafproces zijn daar ook mogelijkheden toe wanneer de rechter een schadevergoedingsmaatregel oplegt. Dat noemde u volgens mij ook al. Het CJIB draagt vervolgens zorg voor het innen bij de dader. Als dat na acht maanden nog niet is gebeurd en de maatregel onherroepelijk wordt, dan keert de overheid de volledige schade uit aan het slachtoffer via de voorschotregeling, zodat het slachtoffer zijn schade vergoed heeft gekregen. Dan is het uit handen van het slachtoffer. Het CJIB gaat vervolgens bij de dader dat geld terughalen. Naast de schadevergoeding kan de strafrechter ook als bijzondere voorwaarde opleggen dat de dader een geldbedrag moet storten in het Schadefonds Geweldsmisdrijven of een andere instelling. Dat zou ook het CSG kunnen zijn. Het slachtoffer van seksuele misdrijven kan een aanvraag doen voor een financiële tegemoetkoming bij zo'n schadefonds. Die financiële tegemoetkoming kan vanuit de overheid gelden als erkenning van het leed en als steuntje in de rug. Het slachtoffer mag dat bedrag zelf inzetten en zou het dus ook kunnen inzetten ter compensatie van de eventuele kosten, die overigens via tranchering misschien ook wel minder hoog zullen gaan worden, maar ook ter compensatie van het eigen risico voor hulp. Dat is nou juist ook waar het schadefonds voor bedoeld is: als vangnet voor slachtoffers van seksuele misdrijven. Voorzitter. Dan de laatste vraag in dit blokje. Dat is de vraag van mevrouw Beckerman over de bekostiging van een passende professionele tolk. Zij vroeg of ik ervoor kan zorgen dat er altijd zo'n tolk kan worden ingezet. Het is natuurlijk belangrijk dat als je je verhaal wil doen als slachtoffer van seksueel geweld, daar ook mensen zijn die je, als je de taal niet goed machtig bent, daarbij kunnen ondersteunen. Daarvoor is soms zo'n professionele tolk nodig. De richtlijn Omgaan met taalbarrières in de zorg en het sociaal domein biedt ook een handvat en ik werk op dit moment aan de uitvoering van meerdere moties over de inzet en bekostiging van tolken in de Zorgverzekeringswet. Eind 2024 heeft mijn voorganger uw Kamer geïnformeerd over het advies van de NZa over de bekostiging van tolken. In lijn met dit advies van de NZa worden kansrijke sectoroverstijgende bekostigingsopties nu nader uitgewerkt door VWS, ZN, de NZa en het Zorginstituut. Dat doen we in nauw overleg met de zorgaanbieders en de Patiëntenfederatie. Zodra daar meer over te melden is, zal ik uw Kamer daarover informeren.

Versie 8d7ddd87eb3047056633aa7e577e7abd37405ac98b15207f6a4547ccec83952d · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 41da79740a59037d

12 okt 2026 · 9ab002c8405f4f68

Gegevens

Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.