toeslagenouders die benadeeld worden omdat hun dossiers niet worden verstrekt door de Belastingdienst
toeslagenouders die benadeeld worden omdat hun dossiers niet worden verstrekt door de Belastingdienst
statement · 4 mrt 2026 · Tweede Kamer
De heer Mathlouti (D66): Voorzitter, dank. Ik ben geboren in Tunis, Tunesië, en sinds mijn derde opgegroeid in het mooie Leidschendam-Voorburg. Met die achtergrond draag ik twee werelden met mij mee. Tunis is onlosmakelijk verbonden met mijn familiegeschiedenis. Het is de stad waar ik meerdere keren per jaar kom, waar ik word omarmd door familie, waar gastvrijheid een vanzelfsprekendheid is en waar gesprekken aan de eettafel of op het strand tot laat in de avond duren. Daar zie ik waar mijn ouders vandaan komen, hun waarden, hun veerkracht en hun trots. Maar ik zie in de omstandigheden daar ook hun kracht om hun kinderen hier, in Nederland, hoe dan ook te laten slagen. Leidschendam-Voorburg daarentegen is de plek waar mijn leven zich vanaf mijn derde vormde, waar ik naar school ging, waar vriendschappen ontstonden en waar ik leerde wat meedoen betekent. Het is de gemeente die mij heeft gevormd tot wie ik vandaag ben. Het is mijn thuis. Voorzitter. Ik kijk terug op een mooie jeugd die ook uitdagingen kende. Wat altijd overeind bleef, was de overtuiging van mijn ouders dat hun kinderen, ongeacht welke uitdaging dan ook, volwaardig mee moesten doen, niet aan de zijlijn maar midden in de samenleving. Sport speelde daarin een grote rol, voetbal in het bijzonder. Op het voetbalveld leerde ik de lessen die geen schoolboek mij had kunnen leren, bijvoorbeeld dat talent zonder discipline nergens komt en dat je alleen succesvol kan zijn wanneer je door blijft gaan bij tegenvallers of uitdagingen van buitenaf. Ik leerde er dat je soms harder moet werken dan een ander om hetzelfde doel te bereiken. Mede dankzij die instelling kwam ik in het voetbal terecht bij Telstar en mocht ik ruiken aan het profvoetbal. Dat was een droom die uitkwam, maar uiteindelijk bleken talent en keihard werken niet genoeg. Dat moment was bepalend, want dan sta je voor de keuze: blijf je hangen in wat niet is gelukt of bouw je verder met wat je hebt geleerd? Die ervaring heeft me gevormd: reflecteren, verantwoordelijkheid nemen, altijd blijven investeren in jezelf en, vooral, doorgaan. Voorzitter. In de periode waarin mijn maatschappelijke loopbaan begon, werd het politieke debat scherper. Het rechts-extreme geluid werd luider en steeds vaker ging het gesprek over de moslim. Het voelde alsof die retoriek steeds vaker ging over mij en de mensen uit mijn omgeving. Dat bleef overigens niet beperkt tot talkshows of verkiezingsprogramma's; dat sijpelde door in het dagelijks leven: in uitgaansgelegenheden, waar je soms net iets kritischer werd bekeken, langs het voetbalveld en in stadions, waar racistische opmerkingen steeds vaker te horen waren, bij sollicitaties, waar je het gevoel had dat je net een stap extra moest zetten om hetzelfde vertrouwen te krijgen, of in een winkel, waar vertrouwen voelbaar kon zijn zonder dat er iets werd gezegd. Ondanks die ervaringen wil ik hier ook heel duidelijk zijn dat ik mij nooit slachtoffer heb willen voelen, maar ik zou liegen als ik zou zeggen dat het in verschillende situaties niet voor onzekerheid heeft gezorgd. Tegelijkertijd hebben die ervaringen mij niet kleiner gemaakt maar juist scherper. Ze versterkten de overtuiging dat meedoen geen vanzelfsprekendheid is en dat politiek ertoe doet. Dat was voor mij ook het moment om politiek actief te worden. Zaken als de vrijheid van het individu en de focus op onderwijs en ontwikkeling brachten mij bij D66, evenals de scherpe maar rechtvaardige debatten van Alexander Pechtold. Namens D66 heb ik vervolgens acht jaar lang in de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg gezeten. Daar heb ik mij met volle overtuiging ingezet op dossiers die raken aan bestaanszekerheid, die direct gaan over de levens van mensen. Ik heb mij ervoor hard gemaakt dat inwoners niet vastlopen in regels, maar dat zij perspectief krijgen en zo veel mogelijk mee kunnen doen. Ik heb mij ervoor ingezet dat wij als overheid niet tegenover mensen staan, vanuit wantrouwen, maar naast hen gaan staan, vanuit vertrouwen. Met concrete voorstellen heb ik geprobeerd de politiek, de overheid en inwoners dichter bij elkaar te brengen. Vertrouwen ontstaat niet in beleidsstukken, maar in hoe beleid uitwerkt in het dagelijks leven van mensen, bijvoorbeeld omdat ze daar zelf ook invloed op uit kunnen oefenen en er naar hen geluisterd wordt. Voorzitter. Daarmee kom ik bij het onderwerp van dit debat. Ikzelf ben gelukkig geen gedupeerde van de toeslagenaffaire, maar bij mensen in mijn omgeving heb ik van dichtbij gezien wat het met hen doet: jaren van stress, schulden, je huis uit moeten, relatieproblemen en een diep wantrouwen richting de overheid. Wat er in de toeslagenaffaire gebeurde, was niet alleen een uitvoeringsprobleem. Het was een systeem dat mensen reduceerde tot label en verdachte, zonder voldoende rechtsbescherming, zonder menselijke maat en zonder transparantie. Nu, jaren later, moeten ouders nog steeds vechten voor iets dat vanzelfsprekend zou moeten zijn, namelijk inzage in hun dossier, wat in sommige gevallen zelfs in strijd is met de wet. Daarom heb ik een aantal vragen aan de staatssecretaris. De meeste zijn natuurlijk al gedeeld. Hoe beoordeelt de staatssecretaris zelf het gebrek aan toegang tot gegevens van gedupeerden? Nog veel belangrijker: hoe gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat gedupeerden die recht hebben op inzage, die ook gewoon zo snel mogelijk krijgen? Hoe rijmt het feit dat gedupeerden geen inzicht hebben in hun stukken met het standpunt van de werkgroep toeslagenadvocaten dat gedupeerde ouders moeten beschikken over alle stukken die raken aan de door hen geleden schade? Voorzitter. Toch heb ik ook nog de vraag of we als Kamer hierachter waren gekomen als een paar actieve journalisten hier niet over hadden geschreven. Ik stel 'm toch maar. Voorzitter, tot slot. We gaan er de komende tijd ongetwijfeld nog veel over praten, maar ik wil in het bijzonder aandacht blijven vragen voor kinderen van gedupeerden, een groep die wat mij betreft toch te vaak onzichtbaar blijft. Terwijl wij hier spreken over inzicht in gegevens, herstel en compensatie, groeien zij op met de gevolgen van stress, onzekerheid, wantrouwen en mentale problemen. Zo ook bij een kennis van mij. Die is gedupeerde geweest en heeft zijn leven nu eigenlijk wel aardig op orde. Dat geldt helaas niet voor zijn kind. Deze kinderen hebben geen formulieren ingevuld, maar dragen wel dagelijks de impact van wat hun ouders is overkomen. Daar moeten we wat mee. Voorzitter, dank u wel.
Versie d0dd65ea0342b06ae5f185026c51e1f6e309ace0a61d2d0600a2d2a9e4d37405 · Officiële bron.
toeslagenouders die benadeeld worden omdat hun dossiers niet worden verstrekt door de Belastingdienst
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.