Online kinderrechten
Online kinderrechten
statement · 2 okt 2025 · Tweede Kamer
Staatssecretaris Tielen: Dank u wel, voorzitter. Vooruitkomen in je leven begint met opgroeien, gehecht en veilig, in goede gezondheid. Dan gaat het over lichamelijke, mentale en sociale gezondheid. Smartphones en sociale media zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven, want onze gewone wereld is eigenlijk meer en meer verweven met de onlinewereld. Dat geldt voor de wereld van onszelf, maar zeker ook voor die van onze kinderen en jongeren. Dat betekent: creativiteit, langeafstandscontacten en soms zelfs langeafstandsvriendschappen, snel even een berichtje dat je wat later bent. Die onlinewereld heeft dus heel veel voordelen, maar inderdaad ook nadelen, waar veel aandacht aan besteed is in het debat. Het is belangrijk dat we die onlinewereld ook veilig en gezond kunnen houden. Daar zetten wij, ik en de collega's van Binnenlandse en Digitale Zaken en Onderwijs, ons voor in, zoals we ook beschreven hebben in de recente Kamerbrief Strategie kinderrechten online, waar ook al naar verwezen is. Vooral ouders en opvoeders hebben een cruciale rol in de begeleiding van hun kinderen in zowel de gewone wereld als de onlinewereld. Ze hebben veel vragen. Hoeveel schermtijd is verantwoord? Op welke leeftijd is een telefoon beschikbaar? Hoe ga je om met sociale media? Hoe blijf je op een gezonde manier betrokken bij wat je kind ook online beleeft? Ik vind het heel belangrijk om ouders te versterken in hun rol als opvoeder daarbij. Daarom hebben we van de zomer de Richtlijn Gezond Schermgebruik gelanceerd. Die richtlijn biedt richting en houvast aan ouders, opvoeders en professionals bij het ondersteunen van kinderen in de onlinewereld, maar alleen het lanceren van zo'n richtlijn is natuurlijk niet genoeg, al ziet die er best mooi uit. Ik verwijs graag naar de bijbehorende infographic. Het is vooral belangrijk dat ouders, opvoeders en professionals die normen en adviezen ook in de praktijk kunnen brengen, of het nou gaat om afspraken thuis, op school of bijvoorbeeld ondersteund door de jeugdgezondheidszorg. En het blijft belangrijk om te investeren in mediawijsheid en digitale weerbaarheid en ook om in Europees verband afspraken te maken over de negatieve effecten van sociale media. Mijn collega van Binnenlandse en Digitale Zaken heeft daar al veel over gezegd. Ik heb nog vijf vragen die daarover openstaan, voorzitter. Allereerst vraagt de heer Six Dijkstra om een reflectie op het rapport van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving. Reflectie nodigt vaak uit tot langdurige bespiegelingen van ten minste achtenhalve minuut, maar onze kabinetsreactie komt formeel over een paar jaar. Sorry, ik bedoel over een paar maanden. Dat was misschien een freudiaanse verspreking! Ik wil er toch een paar woorden aan wijden, want als burger en als bewindspersoon herken ik natuurlijk heel erg het pleidooi van de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving dat we af en toe wel wat hypernerveus en overstrest met dingen bezig zijn. Dat zien we ook in de mentale gezondheid van kinderen en jongeren, die de afgelopen jaren niet per se beter is geworden. Daarbij geeft de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving zelf ook aan dat we het soms wat te makkelijk toeschrijven aan alleen sociale media. Het is een combinatie van factoren. Zoals ik net in mijn inleiding al kort zei: sociale media en de onlinewereld hebben zeker ook positieve kanten. Het is goed om die balans vast te blijven houden. Maar kinderen die op het schoolplein kwetsbaar zijn, zijn dat vaak ook online, en daar soms nog wel wat meer. Zoals ik al zei, is het duidelijk dat de mentale gezondheid van kinderen en jongeren onder druk staat. Daar zijn we vanuit VWS actief mee bezig. We hebben al een aankondiging gedaan van het Actieprogramma mentale gezondheid en geestelijke gezondheidszorg. We zullen daar in de loop van het kalenderjaar een nog wat concretere, samenhangendere aanpak op presenteren, waarin we onder andere kijken hoe we de mentale veerkracht zowel offline als online kunnen versterken en hoe we onthaasten als onderdeel daarvan kunnen meegeven. Daar komen we in de loop van het kalenderjaar dus verder op terug. Ik maakte net al de grap dat we het alarm dat op de eerste maandag van de maand om 12.00 uur afgaat, op random momenten elke dag zouden kunnen laten afgaan en dat dat dan een moment zou zijn om alles stil te leggen. Maar dat zal niet in alle beroepen of omgevingen handig zijn, dus ik denk dat we tot slimmere voorstellen moeten komen. Uiteindelijk is het natuurlijk met name aan ouders en kinderen zelf om dat goed te doen en aan ouders om het goede voorbeeld daarin te geven. Een andere vraag van Nieuw Sociaal Contract ging over de fysieke derde plek, waar een initiatiefnota over is gepresenteerd. Dat is altijd goed. Mijn complimenten voor de initiatieven vanuit de Kamer. Wij zijn bezig met de kabinetsreactie. Die laat niet heel lang meer op zich wachten, dus ik moet nog even om uw geduld vragen. Maar daarop vooruitlopend denk ik inderdaad dat we het er met elkaar over eens zijn dat het voor kinderen en jongeren heel belangrijk is dat ze zich op meerdere plekken veilig kunnen voelen, zich gezien kunnen voelen, zichzelf kunnen zijn en steun kunnen vinden als dat nodig is. Ook daar geldt weer: zowel online — ik denk dat de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken daar goede voorbeelden van gaf — als in de offlinewereld. We hebben allerlei jongerencentra, sportverenigingen en cultuurverenigingen, dus er is heel veel. Het is ook belangrijk om lekker buiten te kunnen spelen met vriendjes in de buurt. Het kan dus op allerlei manieren worden ingevuld. Er is waarschijnlijk niet één vorm die voor alle jongeren en kinderen geschikt is. Het ligt primair bij de gemeentes, die zowel het sociale als het fysieke domein binnen hun gemeentegrenzen kunnen invullen. We zijn vanuit VWS bezig om ze daarin te ondersteunen en om ze daar goede ruimte voor te kunnen bieden, met name op het sociale domein. In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord en in het Integraal Zorgakkoord, die nu lopen, hebben we afspraken gemaakt met zowel gemeenten als het sociaal domein en zorgorganisaties. We hebben afgesproken dat in elke gemeente in ieder geval een laagdrempelig steunpunt beschikbaar is voor jongeren en volwassenen met mentale vraagstukken. Dat zien we dus uitgewerkt worden. Zowel mevrouw Koekkoek als mevrouw Kathmann vroegen naar Jongeren Prinsjesdag. Naast dat de bus hier bij de Tweede Kamer was, is die ook bij mij op bezoek geweest. Ik heb daar leuke gesprekken gehad met jongeren. Ik neem gewoon de tijd, voorzitter, als u mij die geeft. Ik heb vorige week ook naar die gesprekken verwezen bij de High-level Meeting, de vergadering over jeugdparticipatie bij de Verenigde Naties. Daar kwamen veel leuke, positieve, geïnteresseerde reacties van andere landen op, met name over het punt waar jongeren zelf aandacht voor vroegen, namelijk pesten, zowel op het schoolplein of speelplein als online. Dat leidde overigens ook tot leuke contacten met onder anderen de Eurocommissaris over hoe we de krachten kunnen bundelen om te zorgen dat we daar aandacht voor kunnen blijven vragen. Alleen daarom al kan ik zeggen: ja, we luisteren naar jongeren en kinderen, en ja, we nemen hun punten ook actief mee in de politiek, zowel binnen als buiten onze landsgrenzen. Wat gaan wij daar dan mee doen? Nou, onder andere dit dus, het blijven bespreken. Maar daarnaast heb ik ook veel contact met de Nationale Jeugdraad, die ook bezig is geweest met een jongerenstrategie, waar meerdere onderwerpen in terugkomen. Ik heb veel contact met hen om te kijken hoe we daar ook opvolging aan kunnen geven. Het blijft dus niet bij prachtige rapporten en mooie processen, maar het is actief onderdeel van de manier waarop wij, en zeker ik als staatssecretaris Jeugd, een stem kunnen geven aan jongeren voor het uiten van hun verwachtingen en wensen. Daarbij heb ik ook tegen hen gezegd: dat we naar jullie luisteren, betekent niet altijd dat het ook precies zo wordt als jullie denken. Daarop zeiden ze dan zelf: ja, maar we denken ook niet allemaal hetzelfde. We moeten er volgens mij dus af en toe ook oog voor hebben dat de diversiteit onder jongeren net zo groot is als die onder volwassenen. Ik denk dat ik daarmee een antwoord heb gegeven op de vraag over jongerenparticipatie en de adviezen. Er was nog een vraag over het monitoren van het beleid voor ouders. Daarmee werd volgens mij verwezen — ik kijk even naar de Kamerleden met de vraag of dat klopt — naar de richtlijnen voor gezond schermgebruik. Zoals ik al zei: het is mooi om een mooie infographic te hebben en de wereld in te slingeren, maar hoe weten we het nou en hoe monitoren we dat? Mevrouw Kathmann vroeg dat volgens mij specifiek. We willen geen nieuwe monitors opzetten, maar dat hoeft ook niet, want er bestaat al een gezondheidsmonitor van de GGD en het RIVM waarin onder andere schermgebruik, maar ook de andere kant daarvan, bijvoorbeeld buitenspelen, wordt meegenomen. Ook het Netwerk Mediawijsheid doet onderzoek naar het gebruik van media en de opvoeding daarover. We gebruiken die monitors dus om eens in de zoveel tijd te kijken of de richtlijnen die we hebben uitgevaardigd, ook worden nagevolgd en of ze ook het effect hebben wat we daar met z'n allen mee beogen, namelijk gezondheid, zowel lichamelijk en mentaal als sociaal. Mevrouw Kathmann vroeg ook nog ... Het is jammer dat ze er niet meer zit, maar ik weet zeker dat er ergens wordt meegeluisterd; anders kan ze het debat nog terugkijken. Mevrouw Kathmann vroeg ook nog naar de hulplijnen voor als er mentale klachten zijn, bijvoorbeeld voortkomend uit onlinepesten. Ze noemde zelf al De Kindertelefoon. Die is natuurlijk een van onze parels in het jeugddomein, als ik het zo mag zeggen. Die bestaat al tientallen jaren en is ontzettend effectief. We leveren vanuit VWS ook subsidie aan De Kindertelefoon om te zorgen dat die kan blijven werken en ook steeds mee kan groeien met de tijd. Daarnaast hebben we het onlineplatform In je bol gelanceerd, waar ook laagdrempelige steun te vinden is voor vragen die te maken hebben met je geestelijke gezondheid. Voor iedereen die het nog niet heeft gezien: injebol.nl. Daar vind je dus betrouwbare en laagdrempelige informatie. Naast deze twee met name op kinderen en jongeren gerichte hulplijnen zijn er ook de Luisterlijn en de 113-Zelfmoordpreventielijn, waar mevrouw Kathmann zelf ook al naar verwees. Op die manier proberen we dus in ieder geval heel laagdrempelig en digitaal hulp en ondersteuning te bieden. Voorzitter, daarmee denk ik dat de vragen die aan mij gesteld werden, beantwoord zijn.
Versie 97aeebf0381cf2f73e50b8cb94016c742eb455e523af52e74ab1658f39e96504 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Online kinderrechten
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.