← OnderzoekenBrontekst
Mevrouw Inge van Dijk (CDA): Voorzitter. Vandaag behandelen we een voorstel dat allang boven de markt hangt. Een deel van de vertraging zit 'm in het feit dat de Eerste Kamer destijds stevig aan de rem getrokken heeft. Er waren terechte zorgen, enerzijds over de complexiteit van het voorstel en de gevolgen voor uitvoeringsorganisaties, de uitvoerbaarheid dus, en anderzijds over ongewenste effecten, zoals het vervallen van toeslagen voor dat deel van de gepensioneerden dat hiervan afhankelijk is, de bestaanszekerheid dus. Vervolgens is het voorstel bij het ministerie lang op de plank blijven liggen. De reden dat ik hier zo nadrukkelijk bij stil wil staan, is dat discussies over het nieuwe pensioenstelsel, waar dit voorstel bij hoort, gevoelige discussies zijn. Inwoners het vertrouwen geven dat wij hier in Den Haag hun pensioen serieus nemen, betekent ook dat we voorstellen die hiermee samenhangen niet te lang boven de markt moeten laten hangen. Mijn vraag is dan ook: waarom is dit hier in huis zo lang blijven liggen?
Voorzitter. Ik wil nog even doorgaan op de twee punten uit de motie van mevrouw Oomen c.s. Ik begin met de uitvoerbaarheid. De regering is aan de slag gegaan met het zoeken naar een beter uitvoerbaar en communiceerbaar alternatief. Met vereenvoudiging loop je het risico op ongelijkheid en het verlies van maatwerk. Dat zien we in dit voorstel ook terug, met name bij de aanpassing van de doelgroep, met als gevolg dat de doelgroep die gebruikmaakt van de uitgestelde uitbetaling wordt beperkt. Deelnemers die voor de AOW-leeftijd met pensioen gaan, kunnen geen gebruik maken van deze uitstelmogelijkheid. Kan de minister nog een keer goed toelichten waarom in zijn ogen bij de keuze voor het aanpassen van de doelgroep vereenvoudiging en rechtvaardigheid voldoende met elkaar in balans zijn? Je sluit immers wel een groep gepensioneerden uit.
De voorgestelde aanpassingen vragen goede communicatie naar deelnemers. Het is al veel benoemd. "Goed" is niet alleen inhoudelijk goed, maar ook tijdig en op een begrijpelijke manier. Oftewel: de klare taal waar de heer Vermeer het over had. De kennis over het bedrag ineens is ontzettend laag, blijkt uit onderzoek. Zo'n 18% van de werknemers weet überhaupt dat het bedrag ineens wordt ingevoerd. Ook blijkt dat zodra mensen voorbeelden horen van wat ze met het geld kunnen doen, de percentages omhoogschieten. Van de werknemers heeft 72% na het zien van de bestedingsdoelen interesse in het bedrag ineens. Ziehier het belang van communicatie. Kan de minister aangeven hoe deze vormgegeven gaat worden?
Dan de bestaanszekerheid. Wij zien een groot risico ontstaan voor financieel kwetsbare groepen, die door opname van het bedrag ineens voor onaangename verrassingen komen te staan. Wij willen een regeling die ook goed is voor mensen met een klein pensioen. Denk aan onze schoonmakers, mensen in de detailhandel of horeca en ondersteunend onderwijspersoneel. Een klein pensioen wil immers niet direct zeggen dat je geen hardwerkende Nederlander bent.
Als je een bedrag ineens opneemt, wordt je pensioenuitkering lager. Genoeg inkomsten hebben na je pensioen is een randvoorwaarde voor financiële bestaanszekerheid. Uit metingen uit 2022 blijkt dat 61% van de bevraagde gepensioneerden iedere maand zonder problemen kan rondkomen. Ruim een kwart, 26%, kan net rondkomen, 11% komt weleens geld tekort en 2% regelmatig. Voor 39% zal een bedrag ineens de financiële risico's waarschijnlijk vergroten. Zijn deze cijfers ook nu nog actueel, vraag ik de minister, of is hierin een verschuiving te zien? Daarnaast is in het jaar van uitkeren het risico op het verliezen van je recht op toeslagen voor dat jaar of het moeten betalen van een terugvordering serieus aanwezig.
In het verleden is er gesproken over een rekentool voor toekomstig gepensioneerden die interesse hebben in het bedrag ineens met als doel het risico zelf goed te kunnen inschatten, maar die tool gaat er niet komen, heeft het kabinet aangegeven. Ook is gesproken over verplicht financieel advies, waar de capaciteit niet voor is en dat deze doelgroep op kosten jaagt.
Om toch een veiligheidsklep in te bouwen, doen wij het voorstel om in het jaar van uitkeren van het bedrag ineens dit niet te laten meetellen voor het toetsinkomen. Inderdaad kun je dan, niet eens onterecht, redeneren dat het niet past bij het draagkrachtbeginsel om mensen die in een bepaald jaar een hoog inkomen hebben, alsnog in dezelfde mate toeslagen te geven. Maar daar kan ik tegen inbrengen dat de marginale druk zonder deze maatregel zo hoog wordt dat het bedrag ineens zonder deze uitzondering alleen interessant is voor mensen met hogere inkomens, die weinig tot geen toeslagen ontvangen. Dit terwijl mensen met een lager inkomen juist ontzettend veel baat kunnen hebben bij het uitkeren van een bedrag ineens, omdat zij minder gemakkelijk geld bij elkaar kunnen sparen om hun huis levensloopbestendig te maken, hun energiekosten te verlagen door verduurzaming of een stukje hypotheek af te lossen. Het is een mooie kans om hun financiële weerbaarheid te vergroten en meer regie te hebben over een zorgelozere financiële toekomst.
Ik krijg ook als argument: de Belastingdienst vindt het moeilijk uitvoerbaar. Dat klopt en daar ben ik overigens erg gevoelig voor. Maar komt dat niet met name door de algehele druk op de Belastingdienst, waardoor iedere aanpassing ten opzichte van de taken die zij al hadden zwaar is voor hun uitvoering? Het inkomen dat telt voor de toeslagen is het toetsingsinkomen. Er worden nu al meerdere inkomsten niet meegeteld om het toeslageninkomen vast te stellen. Het zit dus al in de systematiek van het bepalen van het toeslageninkomen dat sommige inkomsten niet worden meegenomen.
Dan mijn laatste argument in eerste termijn ter verdediging van dit amendement. Het is niet het grootste amendement, dat besef ik, maar een in de categorie "alle beetjes helpen". We hebben het in deze Kamer vaak over het belang van kansengelijkheid. Kinderen van rijke ouders hebben meer kansen, omdat hun ouders hun meer kunnen geven en zij daarmee een financieel duwtje in de rug krijgen, wat hun een voor sprong geeft. Het wel iets kunnen geven aan je kind, zonder bang te hoeven zijn dat jijzelf financieel door het ijs zakt na een leven hard werken, draagt ook bij aan een stukje kansengelijkheid. Ook daar kan ons amendement aan bijdragen.
Ten slotte. Gisteren was de inspecteur belastingen en toeslagen bij ons in de Kamer en spraken wij over de vraag die wij onszelf eigenlijk na de behandeling van iedere wet zouden moeten stellen, namelijk: wordt het ingewikkelder of eenvoudiger gemaakt voor de uitvoering? En in dit geval maken we het ingewikkelder. Maar er hoort een vraag bij: lopen inwoners meer of minder risico met voorgestelde wijzigingen? Met ons voorstel zijn wij ervan overtuigd dat er minder risico is. En zeker als het gaat om toeslagen en terugvorderingsrisico willen wij geen onnodige risico's meer lopen.
Dank u wel, voorzitter.
Versie 624fb24d71778979001c075754270a3f84e376daebfbfa73656d1f90e7af61b0 · Officiële bron.
Context en discussie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.