Uitspraak · 15 okt 2026 · Tweede Kamer
Begrotingsonderzoek Infrastructuur en Waterstaat
Brontekst
De heer De Hoop (PRO): Dank u wel, voorzitter. Ik hoop dat ik niet te veel verwachtingen gewekt heb nu. Als rapporteur bij het begrotingsonderzoek hebben we natuurlijk vooral gekeken of alles correct is en of de rapportages en verslagen duidelijk zijn, zodat wij als Kamerleden onze controlerende taak kunnen uitvoeren. Als rapporteur die dit al een aantal jaren doet, zie ik de bewegingen die het kabinet dit jaar gemaakt heeft, dus dank daarvoor. Als woordvoerder van mijn fractie ondersteun ik uiteraard wat wij als rapporteurs hebben gezegd, maar er is meer. De jaarlijkse middelen voor de IenW-begroting gaan voor het allergrootste deel direct naar het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds. Via die fondsen bekostigen we de aanleg en het onderhoud van onze infrastructuur en waterwerken. De keuze waar en hoe we met die nieuwe aanleg onze infrastructuur versterken, in welke regio en met welke modaliteit, welk belang prioritair is boven een ander belang en hoe zich dat weer verhoudt tot alle andere ambities is altijd een grote politieke strijd. We betrekken hier nooit goed de langetermijnkosten voor onderhoud, afschrijving en vervanging bij. We moeten onderhouden en tijdig vervangen wat we hebben, maar hoe dat moet gebeuren en hoe de Kamer daar keuzes in maakt, verhoudt zich op de lange termijn niet goed tot de kosten en de consequenties hiervan. Dat maakt die keuzes helaas vaak ondergeschikt. Daar ervaren we nu met elkaar ook de consequenties van. We sparen niet en we schrijven ook niet af, alsof onze infra geen waarde heeft, wat natuurlijk wel het geval is. Voorzitter. Elk bedrijf werkt met afschrijvingen, investeringen en vervangingsplannen, maar wij doen dat niet. Je hebt geld of leent geld om te investeren en die investering schrijf je af op de waarde, het onderhoud en de noodzaak om tijdig vervangen. Een machine die je onverwacht intensiever gaat gebruiken en die sneller slijt, levert ook meer geld op. Als je dat als ondernemer goed doet, is alles gewoon in evenwicht. Dan genereer je baten en kun je assets onderhouden, nieuwe investering bekostigen of winst uitkeren. Wat zou het mooi zijn als wij wat meer op die manier met onze infrastructuur om zouden gaan, want de Rijksoverheid doet dat niet. We krijgen meer geld, maar toch te weinig. Daarvan kopen we wegen, bruggen, sluizen en spoorlijnen. Wat dat aan onderhoud gaat kosten en hoelang die meegaan, is dan ook altijd weer iets van een volgend kabinet. Als je dat dan decennialang doet, kan het zomaar eens zijn dat je 80 miljard tekortkomt. Voorzitter. We kennen allemaal voorbeelden van projecten waarvan we al geruime tijd weten dat er een noodzaak is tot vervanging of grootschalig onderhoud. Toch hebben we er begrotingstechnisch onvoldoende op geanticipeerd. Dat reken ik het kabinet aan, maar dat reken ik ook de Kamer in den brede aan. Hierdoor zijn medeoverheden Rijkstwaterstaat en ProRail vaak jarenlang met elkaar in overleg over zo'n project. Het zorgt voor veel onzekerheid en de risico's nemen toe. Dat is niet alleen zonde van alle bestuurlijke en ambtelijke capaciteit die hieraan is opgegaan, het is ook nog eens heel erg onnodig. Als we hier in onze systematiek voldoende rekening mee hadden gehouden, zouden we op het juiste moment middelen beschikbaar hebben gehad om het noodzakelijke onderhoud of de vervanging aan te pakken. Eigenlijk geldt dit voor willekeurig ieder ander infraproject of waterwerk. Mijn vraag aan het kabinet en aan de andere commissieleden is of het systeem voor de financiering van aanleg en onderhoud van infra en weterwerken waar we aan gewend zijn en waar we decennialang mee werken echt het best denkbare systeem is. Of moeten we dit moment aangrijpen om het anders met elkaar te organiseren? Ik zie niet hoe we met dit systeem van bekostiging snel maatschappelijk verantwoord en duurzaam onze achterstanden kunnen wegwerken. Hoe kunnen we garanderen dat we wat we aanleggen de komende jaren ook kunnen onderhouden en tijdig vervangen? Hoe kunnen we de baathebbers laten bijdragen aan aanleg en onderhoud, voor een eerlijke verdeling van lusten en lasten, zodat we kunnen financieren wat we de komende decennia nodig hebben? Het is een open vraag, maar wel een fundamentele, die we allemaal te beantwoorden hebben. Die aftrap is vandaag bij het begrotingsonderzoek, en het debat moet verder gevoerd worden bij de begroting IenW over twee weken. Dan ten slotte nog een ander punt waar mijn fractie graag aandacht voor wil vragen. Dat is het Caribisch deel van Nederland. De indruk van mijn fractie is dat Caribisch Nederland niet altijd goed op de kaart staat bij verschillende departementen, zo ook bij Infrastructuur en Waterstaat, terwijl daar hele belangrijke keuzes voorliggen, juist voor de mensen die in dat deel van ons Koninkrijk wonen. Er is veel achterstallig onderhoud aan waterleidingen en aan weg- en haveninfrastructuur. Maar ook de problemen rond de afvalwerking Selibon zijn ronduit zorgelijk te noemen. Het gaat mij er vandaag uiteraard niet om dat we deze onderwerpen inhoudelijk met elkaar bespreken, maar ik wil wel onze zorg uiten dat de grote opgaven in Caribisch Nederland nog onvoldoende lijken te worden opgepakt binnen deze begroting. Graag hoor ik van beide bewindspersonen of zij dit gevoel delen en hoe zij de komende jaren ook dit deel van ons Koninkrijk een betere plek geven in de begrotingsverantwoording. Ik zie uit naar de beantwoording. Dank.
Versie b90d8fac037f11eddc367a35270651c37e6c7e512cc9639159407dc0849249a3 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.