KamerkringInloggen
UitspraakVoorlopig

Wijkverpleging

3 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie fee48f670ada3472 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eerst een kort stukje algemene inleiding. U heeft het allemaal mooi kort en bondig gehouden, dus ik zal mijn best doen om hetzelfde te doen. Daarna heb ik een blokje over de samenwerking en toegankelijkheid. Dat is één. Het tweede blokje is arbeidsmarkt en opleiden. Blokje drie is de bekostiging en tot slot heb ik blokje vier: het welbekende blokje overig. Ik wil de leden van uw Kamer bedanken voor de inbreng in de eerste termijn van dit debat over de wijkverpleging. Vanuit mijn eigen achtergrond als arts in opleiding tot specialist ouderengeneeskunde ken ik de belangrijke rol van verpleegkundigen en verzorgenden. Ik heb zelf ook vijf jaar als verzorgende in de thuiszorg in de wijken gewerkt, dus ik weet van binnen uit hoe geweldig dat vak is. Dat heb ik vorige week nog een keer mogen ervaren tijdens mijn bezoek aan Buurtzorg. Het was heel erg leuk om met ze mee te lopen. Het voelde echt alsof ik tien jaar terugging in de tijd. Ik weet hoe belangrijk deze bevlogen zorgverleners zijn om een grote groep mensen ondanks hun kwetsbare situatie zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving thuis te kunnen laten wonen. Door de vergrijzing neemt de druk op de zorg toe en zal deze toe blijven nemen. In de afgelopen jaren heeft de wijkverpleging zelf al erg veel gedaan om de zorg toegankelijk te houden. Professionals, aanbieders en verzekeraars hebben in de wijkverpleging grote stappen gezet om aan iedereen die dat nodig heeft zorg te kunnen verlenen, bijvoorbeeld door in te zetten op zelfredzaamheid, kwaliteitsverbetering en innovaties. Deze grote inspanning zorgt ervoor dat er steeds minder zorgverleners nodig zijn voor dezelfde groep cliënten. Het zorgt er ook voor dat de zorg betaalbaar blijft voor iedereen. Dat is een positieve ontwikkeling. Maar ik heb ook zorgen. De werkdruk binnen de sector blijft hoog en het ziekteverzuim is in de afgelopen tien jaar gestegen. Als we niet uitkijken, komt de menselijke maat steeds meer onder druk te staan, terwijl die menselijke maat juist cruciaal is voor de kwaliteit van de wijkverpleging en voor het werkplezier van zorgverleners. Ook zie ik dat het juist bij de complexe zorgvragen soms te lang duurt voordat iemand wijkverpleging kan krijgen. Ik ga aan de slag om dat te verbeteren. Met de Visie eerstelijnszorg 2030 en de akkoorden IZA, HLO en AZWA zetten we in op het versterken van de eerstelijnszorg. De wijkverpleging speelt hierin een sleutelrol. Deze zorgverleners komen bij mensen thuis en weten wat er achter de voordeur speelt. Het is mijn ambitie dat de wijkverpleging toegankelijk blijft en dat de menselijke maat behouden kan blijven bij de zorg voor mensen in een kwetsbare situatie. Dat doe ik door in te zetten op samenwerking, op de toegankelijkheid van zorg, op een goed werkende bekostiging en op een vitale sector. Ik ga nu over op de beantwoording in een aantal blokjes. Ik kom als eerste op de samenwerking en toegankelijkheid. Meerdere fracties hebben mij vragen gesteld over de samenwerking in de wijkverpleging en de relatie met de toegankelijkheid voor mensen met complexe zorgvragen. Ik wil dat mensen snel wijkverpleging kunnen krijgen als ze die nodig hebben. Daarom zet ik in op herkenbare teams van verpleegkundigen en verzorgenden in de wijk. Deze teams werken nauw samen met de huisarts en het sociaal domein. Ze weten wat er in de wijk speelt en kunnen mensen snel helpen aan de juiste zorg. Er zijn al mooie voorbeelden van regio's die dit hebben gerealiseerd. Ik heb met partijen afgesproken dat dit in elke regio en elke wijk wordt ingevoerd. Dit zorgt ervoor dat cliënten snel geholpen worden, ook als zij een complexe zorgvraag hebben. Op die manier wordt de samenwerking met andere beroepsgroepen binnen de eerstelijnszorg, zoals de huisarts, verbeterd. Op dit moment werk ik die afspraken verder uit samen met partijen uit de wijkverpleging, zodat voor iedereen duidelijk is wie daarin welke verantwoordelijkheid neemt. Mevrouw Slagt-Tichelman vroeg of het kabinet bereid is om de aanbevelingen uit de initiatiefnota over te nemen. Eind 2024 heeft uw Kamer een kabinetsreactie ontvangen. In maart 2025 heeft u daarover gesproken met mijn voorganger. Het mag heel duidelijk zijn dat het kabinet de richting van de initiatiefnota steunt. In elke wijk en elke regio moeten er hechte wijkverbanden en herkenbare en aanspreekbare teams vanuit de wijkverpleging komen. Daarover hebben we stevige afspraken gemaakt in de Visie eerstelijnszorg 2030, in het IZA en in het AZWA. Mevrouw Slagt-Tichelman had nog een vraag. Ze vroeg of ik bereid ben om voor het kerstreces afspraken te maken over samenwerking. Zoals ik al aangaf, heb ik stevige afspraken gemaakt over landelijke opschaling van de herkenbare en aanspreekbare wijkverpleging. Op dit moment ben ik bezig die afspraken verder uit te werken, om duidelijk te maken wie precies welke verantwoordelijkheden heeft. Daar kom ik op terug. Ik zal uw Kamer daarover informeren in het eerste kwartaal van 2026. Dan nog een vraag van mevrouw Slagt-Tichelman, die eigenlijk ook heel mooi aansluit bij een vraag van de heer Thiadens over of de substitutie van Zvw-zorg met Wlz-zorg onwenselijk is en hoe we dat gaan veranderen. Het klopt dat een deel van de krimp in de wijkverpleging, die gefinancierd wordt vanuit de Zvw, wordt verklaard door een verschuiving naar de Wlz. Het gaat over ongeveer 14%. Maar eigenlijk denk ik dat het belangrijkste is dat mensen de zorg krijgen die nodig is en dat het daarbij niet zo heel erg veel uitmaakt vanuit welk potje dat vergoed wordt, of dat nou vanuit de Zvw of de Wlz is. Ik vind het wel heel belangrijk dat deze wetten op elkaar aansluiten. Ik hoorde ook — ik weet niet meer uit mijn hoofd wie dat zei — dat er problemen ervaren worden wanneer iemand vanuit de Zvw naar de Wlz gaat. Dat is natuurlijk een groot probleem. Dat moet makkelijk gaan. Binnen het HLO zijn we bezig met die aansluiting. Ik zal u ook periodiek informeren over hoe dat verloopt.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · d187304830d60f15

13 okt 2026 · ee314ff4ecc66178

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.