statement · 1 okt 2026 · Tweede Kamer
Materieel
Brontekst
Staatssecretaris Boswijk: Even los van die NLD-gebieden, we hebben de percentages, namelijk de 50% en de 40%. Daar valt alles onder. Daar zit sowieso de prikkel. Dat percentage willen wij zo hoog mogelijk hebben. Bovendien is het "minstens" dat percentage. Ik zou het liever nog hoger willen hebben. Wellicht over twee, drie jaar kunnen we het omhoogschroeven. Daar vallen, even plat gezegd, ook de radio's, de jassen, de helmen onder. We hebben sowieso al een prikkel om dat al meer te doen. Ik denk alleen dat je daar toch nog steeds bij moet nadenken. We moeten niet alles hierheen willen halen, want sommige dingen voegen gewoon niet zo veel toe aan ons economisch ecosysteem of aan de kennisinstellingen. Ik snap uw punt. Je moet breder kijken dan die vijf gebieden. Maar ik denk dat we dat al hebben ondervangen doordat die 40% en 50% over het brede gaat. Dat kunnen we op termijn wel opschroeven, maar ik zou wel willen voorstellen: laten we eerst een paar Standen van Defensie kijken of we die trend goed hebben. Nu ziet die er goed uit, maar we moeten kijken hoe die volgend kwartaal is, als we weer aantal keer een aanschaf hebben gedaan. Dan gaan we door naar de heer Boon. Die had het over een harde eis stellen dat materieel zo veel mogelijk zelf wordt onderhouden en gerepareerd. Bij de aanschaf van defensiematerieel in het buitenland ontstaan onvermijdelijk afhankelijkheden. Dit geldt voor ook de instandhouding, in het bijzonder ten aanzien van reservedelen, die meestal alleen bij de oorspronkelijke fabrikant kunnen worden aangeleverd. Bij de aanschaf van nieuw materieel maakt Defensie afspraken met leveranciers om te borgen dat de gebruiker het onderhoud en de reparaties grotendeels kan uitvoeren. Daarnaast worden dergelijke afhankelijkheden beperkt door bijvoorbeeld het aanhouden van voorraden en kijken we ook hoe we bepaalde bedrijven in die supply lines kunnen krijgen waar we al een hele goede ervaring mee hebben. De heer Boon had in het verlengde daarvan ook nog vragen over de drie wapensystemen waarover wordt gesproken in de Stand van Defensie. Hij vroeg of die op norm komen. Conform wat we hebben gemeld in de Stand van Defensie in het najaar van 2026 is de verwachting nog steeds dat in 2026 de drie A-wapensystemen op norm komen. Daarvan heeft één systeem bijna de norm gehaald. Het tweede systeem zit in de afrondende fase. Het derde systeem laat ook een stijgende lijn zien. Ook voor de langere termijn is een stijgende trend van de materiële gereedheid zichtbaar. Onze mensen werken elke dag hard om de systemen op norm te krijgen. We vergroten de onderhoudscapaciteit, intensiveren de samenwerking met industriële partners en verhogen de voorraden van reservedelen. U zult begrijpen dat ik vanwege operationele veiligheid niet kan ingaan op de specifieke knelpunten bij de wapensystemen. In de vertrouwelijke bijlage bij de Stand van Defensie is uw Kamer geïnformeerd over de materiële gereedheid van de individuele wapensystemen. In de Stand van Defensie voorjaar 2027 volgt een update met betrekking tot de wapensystemen waar de heer Boon zojuist naar heeft gevraagd. Dan vroeg de heer Boon: is onze krijgsmacht vandaag klaar om te vechten? Onze krijgsmacht is altijd klaar om te vechten. Er is een uitspraak van, geloof ik, Donald Rumsfeld, die zegt: je vecht niet met de krijgsmacht die je wenst te hebben, je vecht met de krijgsmacht die je hebt. Onze mannen en vrouwen zijn er altijd klaar voor. Dat ontslaat ons natuurlijk niet van de plicht om elke dag te zorgen dat ze weer nog een stukje beter zijn. Dat zijn we aan het doen. Dan een vraag — dit is een ideale combinatie — van zowel de heer Boon als de heer Van Baarle. Ja, waar zou dat nou over gaan? Over Israël. Ik kan daar gewoon het algemene standpunt weergeven, dat ik hier echt al ontiegelijk vaak heb herhaald. In het bredere onderwerp willen wij onze afhankelijkheden van wapensystemen buiten Europa afbouwen, maar de realiteit is ook dat voor bepaalde wapensystemen simpelweg nog geen alternatieven zijn. Ik meen dat destijds de motie-Teunissen is aangenomen, die heeft gezegd: zodra er een alternatief is, moet je het Europees gaan kopen. Zo nee, dan is dat niet anders. Voor een aantal wapensystemen, en dat gaat vooral over luchtverdediging, voor het gebruik van helikopters of voor pantservoertuigen is er op dit moment geen alternatief, maar die worden nu al wel operationeel ingezet. Dan hebben de minister en ik twee dingen af te wegen. Dat is enerzijds de veiligheid van onze mensen en anderzijds de afhankelijkheden van landen buiten Europa. Wij hebben al meerdere keren in uw Kamer gezegd: als er geen alternatieven zijn, dan weegt de veiligheid van onze mannen en vrouwen die worden ingezet, zwaarder. Zeggen we daarmee dat we dus niet aan alternatieven werken? Nee. Dat zullen we altijd blijven doen. Daar zijn we ook continu mee bezig. Maar de realiteit is wel dat voor een aantal wapensystemen nu geen alternatief is.
Versie eb9d0cbfd0a11a70054e9dadb059aee4887ab5095af88d52d48d9f30da2b62b3 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.