KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 10 jun 2026 · Tweede Kamer

Financiën decentrale overheden

Brontekst

Mevrouw Van Eijk (VVD): Dank je wel, voorzitter. Gemeenten en provincies zijn het bestuur dat het dichtst bij inwoners staat. Zij moeten hun wettelijke taken kunnen uitvoeren. Voor de VVD zijn drie uitgangspunten leidend: stabiele financiële verhoudingen, minder bureaucratie en meer lokale afwegingsruimte. De Raad voor het Openbaar Bestuur constateert dat er onvoldoende inzicht bestaat in medebewindstaken, de bijbehorende middelen en de verdeling van financiële risico's tussen Rijk en gemeenten. Gemeenten dragen nu vaak de risico's, terwijl het parlement onvoldoende zicht heeft op de daadwerkelijke uitvoeringskosten. Het kabinet heeft hiervoor een verkenning aangekondigd. Dat juichen wij toe. Wat is de actuele stand van zaken van deze verkenning? Wanneer kan de Kamer concrete voorstellen verwachten voor stabielere en transparantere financiële verhoudingen? Voor de VVD staat vast dat gemeenten voldoende middelen moeten hebben voor hun wettelijke taken. Wij zien ook dat het debat te vaak blijft steken bij de vraag hoeveel geld erbij moet, terwijl minstens zo belangrijk is of gemeenten voldoende instrumenten hebben om grip te houden op hun uitgaven. Veel wethouders geven bijvoorbeeld over de jeugdzorg en de Wmo aan dat zij wel verantwoordelijk zijn voor de kosten, maar nauwelijks invloed hebben op de ontwikkeling daarvan. Hoe kijkt de minister naar die disbalans? Welke stappen zet het kabinet om gemeenten meer grip te geven op deze uitgaven? Gemeenten krijgen er regelmatig nieuwe taken en verantwoordelijkheden bij, terwijl ze tegelijkertijd kampen met personeelstekorten en een toenemende druk op de uitvoering. Wordt bij nieuwe beleidsvoornemens structureel getoetst of gemeenten voldoende capaciteit, expertise en uitvoeringsmogelijkheden hebben om deze taken waar te maken? Voorzitter. De VVD is al langer kritisch op de wildgroei aan specifieke uitkeringen. Iedereen zegt dat we minder SPUK's willen. De Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen zegt het, gemeenten zeggen het en provincies zeggen het, maar ondertussen zien we juist meer SPUK's, meer verantwoordingslasten en minder beleidsvrijheid. Dat is precies de verkeerde beweging. De VVD wil dat structurele taken structureel worden bekostigd via de gemeenten en het provinciefonds. Dat vermindert bureaucratie en vergroot de lokale autonomie. Daarom horen wij graag van de minister wat de actuele stand van zaken is van de herziening van de Financiële-verhoudingswet en de invoering van de bijzondere fondsuitkering. Welke concrete stappen worden gezet om het aantal SPUK's vanaf 2027 daadwerkelijk substantieel terug te brengen? Welke belemmeringen staan verdere overheveling naar de fondsen nog in de weg? Het verdeelmodel moet niet alleen technisch correct zijn, maar ook uitlegbaar, stabiel en rechtvaardig. Het kabinet stelt voor om per 2027 enkele wijzigingen in het verdeelmodel door te voeren. Hoe wordt geborgd dat gemeenten snel duidelijkheid hebben voor hun begrotingen, mede gezien het besluit om het huidige ingroeipad te bevriezen tot en met 2028 en een volgende stap pas per 2029 te zetten? Wat betekent deze keuze voor gemeenten die in hun meerjarenramingen hebben geanticipeerd op extra middelen via het gemeentefonds? De minister schrijft dat de ozb-capaciteit beter wordt afgestemd op de werkelijke gemiddelde tarieven en dat de verevening van overige eigen middelen dienovereenkomstig wordt aangepast. Hoe voorkomt de minister dat gemeenten die bewust kiezen voor lagere lokale lasten hierdoor indirect worden benadeeld via lagere uitkeringen uit het gemeentefonds? Voorzitter. Niet ieder financieel probleem vraagt om een nieuwe zak geld. Gemeenten beschikken over reserves, kennen onderuitputting en hebben mogelijkheden om financiële schommelingen op te vangen. De VVD vindt dat deze ruimte beter benut moet worden. Kan de minister een update geven van de gesprekken met de VNG en de commissie BBV over het gebruik van stelposten, onderuitputting en reserves? Hoe wordt ervoor gezorgd dat gemeenten realistischer begroten en beschikbare middelen doelmatiger kunnen inzetten? Wij lezen dat wordt gekeken naar een bredere beoordeling van de financiële positie van gemeenten, waarbij niet alleen het structureel begrotingsevenwicht telt, maar ook zaken als vermogenspositie, weerbaarheid en financiële kengetallen. De VVD ziet dat als een positieve ontwikkeling. Kan de minister aangeven wanneer hier meer duidelijkheid over komt? Ziet de minister mogelijkheden om naast algemene reserves ook bestemmingsreserves meer ruimte te geven als instrument om tijdelijk financiële knelpunten op te vangen? Tot slot de lokale lasten. De werkende middenklasse merkt gemeentelijke lasten direct in de portemonnee, via de ozb, via parkeertarieven en via andere lokale heffingen. Hoe kijkt de minister aan tegen mogelijkheden om excessieve stijgingen van gemeentelijke lasten tegen te gaan? Welke instrumenten heeft het kabinet om inwoners en ondernemers beter te beschermen tegen plotselinge en buitensporige stijgingen van bijvoorbeeld de ozb, parkeerkosten of toeristenbelasting? Tot zover, voorzitter.

Versie 1759ca756e28e84d19a0c13e30083312ae1b7f0c794e4815d7bb54c8db2edba7 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.