KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 10 jun 2026 · Tweede Kamer

Financiën decentrale overheden

Brontekst

De heer Vermeer (BBB): Dank u wel, voorzitter. Gemeenten staan het dichtst bij de mensen. Dat klinkt misschien als een cliché, maar het is wel waar. Als een gezin hulp nodig heeft, als er een sporthal of zwembad dreigt te verdwijnen of als jongeren zorg nodig hebben, kijken mensen als eerste naar hun gemeente. Daarom is dit debat voor BBB zo belangrijk. Als gemeenten en provincies geld tekortkomen, blijft dat niet ergens hangen in Haagse begrotingen of een tabel. Dan merken mensen dat direct in hun eigen dorp of wijk aan hogere lasten, verdwijnende voorzieningen, achterstallig onderhoud en plannen die stilvallen. Dat raakt precies aan waar BBB voor staat: sterke dorpen, leefbare gemeenten en provincies, en een overheid die niet alles in Den Haag bedenkt maar die juist begrijpt wat er lokaal nodig is. Voorzitter. De minister stuurde op 28 mei een brief over de herziening van het verdeelmodel van het gemeentefonds per 1 januari '27 en verder. In die brief staan veel verstandige woorden, bijvoorbeeld over gemeenten die een gelijkwaardige financiële uitgangspositie moeten hebben, over een gelijkwaardig voorzieningenniveau tegen gelijke belastingdruk en over objectieve kostenkenmerken. Er staat in dat deze punten allemaal in het vervolgtraject worden meegenomen. Maar dan komt er een zin waar ook BBB over valt. Na al die mooie woorden schrijft het kabinet namelijk dat het vervolgtraject nadrukkelijk niet gaat over de omvang van de middelen, maar over de verdeling van de middelen in het gemeentefonds. Hoe kijkt de minister aan tegen de noodkreten van randgemeenten, terwijl centrumgemeenten meer geld ontvangen? Denkt de minister dat gemeentegrenzen uitdagingen kunnen tegenhouden? Voorzitter. Gemeenten krijgen er dus geen ene euro bij. We gaan vooral opnieuw bespreken hoe we hetzelfde te kleine bedrag anders gaan verdelen. Dat is niet uit te leggen. Gemeenten vragen niet alleen om een andere rekensom, maar ook om lucht, zekerheid en structurele middelen. Dat doen ze vanwege het simpele uitgangspunt dat als Den Haag taken oplegt, Den Haag daar ook geld bij moet leveren. BBB blijft het herhalen: taken en knaken moeten elkaar volgen. Anders gezegd: geen Haagse ambities doorschuiven naar gemeenten zonder de rekening te betalen. Eerder dit jaar heeft dit kabinet ook een brief gestuurd over twee ROB-adviezen, namelijk Afrekenen met disbalans en Meters maken met medebewind. Het kabinet erkent in zijn reactie op die adviezen dat er inderdaad een disbalans is tussen taken, bevoegdheden en middelen, maar daar blijft het dan ook bij. Vervolgens blijft het kabinet toch weer hangen in juridische terughoudendheid. Dan wordt er gezegd dat artikel 108 van de Gemeentewet en artikel 2 van de Financiële-verhoudingswet zich niet lenen voor een compensatieplicht voor medebewindstaken. Daar wil BBB een reflectie van de minister op. Wat betekent dit nou in gewonemensentaal? Betekent dit dat de minister vindt dat het Rijk taken bij de gemeenten mag neerleggen, vervolgens zelf mag bepalen hoeveel geld daarbij hoort en daarna mag zeggen: dit is hoe wij de compensatieplicht uitleggen? Als dat de lijn is, is "taken en knaken" geen uitgangspunt meer, maar een vrijblijvende slogan, en dat kan niet. Daarom vraag ik de minister heel concreet: erkent hij dat medebewindstaken in beginsel volledig bekostigd moeten worden en, zo ja, hoe gaat hij dat borgen? Voorzitter. Zoals ik in mijn inleiding al zei: dit is geen papieren discussie. De gemeente Son en Breugel heeft niet voor niets aandacht gevraagd voor meer knaken voor de taken. De gemeente Ede slaakt een noodkreet voor bezuinigingen van tientallen miljoenen. En de gemeente Achtkarspelen moet pijnlijke keuzes maken over voorzieningen als zwembaden. Dat is niet alleen een kostenpost, maar gaat ook over zwemveiligheid, ontmoeting en leefbaarheid in dorpen. Dat is precies het punt. Als Den Haag te weinig geld meestuurt voor verplichte taken, sneuvelen de voorzieningen waar dorpen en gemeenschappen op draaien. Dan betaalt het zwembad in het geval van Achtkarspelen de rekening van de jeugdzorg en dan betaalt de lokale inwoner de rekening van Haagse politieke keuzes. BBB vraagt de minister om vandaag één ding helder te maken: ziet hij dat dit probleem groter is dan alleen de verdeling van het gemeentefonds? Een eerlijker verdienmodel is nodig, maar een eerlijke verdeling van te weinig geld blijft nog steeds te weinig geld. Als de minister dat met BBB eens is, vraag ik hem in dat kader of hij bereid is om in het vervolgtraject ook onderzoek te laten doen naar de omvang van het gemeentefonds in relatie tot de medebewindstaken. Dan vraag ik hem ook om voor de volgende stap in het verdeelmodel aan de Kamer te laten weten wat het kabinet gaat doen als uit dat onderzoek blijkt dat het niet alleen qua verdeling maar ook qua omvang tekortschiet. Voorzitter, ik sluit af. Ik heb het vooral gehad over het gemeentefonds, maar even belangrijk is het provinciefonds. Daarom heb ik nog een laatste vraag: wat is de stand van zaken bij de herverdeling van het provinciefonds? Wordt daarbij voldoende rekening gehouden met provinciespecifieke omstandigheden? Ik noem de provincie Flevoland, die door haar bijzondere ontstaansgeschiedenis voor 20% tot 25% gekort dreigt te worden. Hoe vindt de minister het dat hij eigenlijk met hetzelfde bedrag de provincies dan maar zelf laat uitzoeken hoe dingen verdeeld moeten worden, terwijl een individuele provincie eigenlijk maar één echte bezuinigingsmaatregel heeft, namelijk het opzeggen van het lidmaatschap van het IPO? Dan weet je in ieder geval dat je geld bespaart. Voorzitter, ik houd het omwille van de spreektijd voor nu hierbij. Dank u wel.

Versie 1759ca756e28e84d19a0c13e30083312ae1b7f0c794e4815d7bb54c8db2edba7 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.