KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 10 jun 2026 · Tweede Kamer

Financiën decentrale overheden

Brontekst

Minister Heerma: Het is aan u, voorzitter. Ik begin met blok één: de versterking van de samenwerking. Zoals ik zojuist al heb gezegd, staat Nederland voor grote maatschappelijke opgaven. Het realiseren daarvan lukt alleen als Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen elkaar vinden en samenwerken. Recentelijk werd dat nogmaals indringend benadrukt in het rapport van de commissie-Polman, Samen bouwen aan resultaten, met aanbevelingen voor sterke, toekomstgerichte interbestuurlijke verhoudingen. Onder anderen mevrouw Tseggai van PRO, die hier nu niet is, besteedde een aanzienlijk deel van haar inbreng hieraan en aan de gezamenlijke opdracht die er ligt. Ik wil ook hier duidelijk zeggen, zoals ook in het coalitieakkoord staat, dat het kabinet de aanbevelingen van de commissie-Polman omarmt. We erkennen dat we van elkaar afhankelijk zijn en elkaar nodig hebben. Alleen samen lukt het ons om tot resultaat te komen. Het is ook van belang om gezamenlijk te blijven werken aan de relatie tussen het Rijk en medeoverheden en het onderlinge vertrouwen. Mevrouw Tseggai en ook de woordvoerder van D66, mevrouw Huizenga, gingen expliciet in op het belang van met elkaar om tafel te gaan. We hebben al meerdere malen met de medeoverheden om tafel gezeten. Op 13 april hebben we met de medeoverheden, samen met een brede afvaardiging van het kabinet, in het overhedenoverleg de afspraak gemaakt om te gaan werken aan een interbestuurlijke samenwerkingsagenda. Daar wordt nu heel hard aan gewerkt. In die agenda gaan we ook in op de manier waarop we als overheden de komende jaren willen samenwerken op basis van de herbevestiging van reeds bestaande afspraken en de aanbevelingen van de zojuist genoemde Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen. De adviezen van de studiegroep hebben daarin een prominente en centrale plek. In de samenwerkingsagenda waar nu aan gewerkt wordt, gaat het over interbestuurlijke samenwerking op het sociaal domein, fysiek domein, bestuur en veiligheid, regionaal verdienvermogen en, niet onbelangrijk, de bestuurlijke en financiële spelregels en de afspraken over conflictbeslechting. De agenda gaat tot slot in op gebiedsgericht werken vanuit regionale opgaven. De afspraken in deze samenwerkingsagenda worden uitgewerkt aan de hand van de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden, afgekort de UDO. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de afspraken om een uitvoeringstoets in te voeren bij beleidsvoornemens die de medeoverheden raken, en dat zijn er heel wat. Met deze samenwerkingsagenda maken we als kabinet met de medeoverheden een nieuwe start voor een gezamenlijke aanpak van maatschappelijke opgaven die er nu liggen, zodat we resultaten boeken voor onze inwoners. Kabinet en medeoverheden streven ernaar, zoals ik zojuist aangaf, om deze in september af te ronden. Die stuur ik vanzelfsprekend daarna naar uw Kamer. Vanuit PRO werd gevraagd of we de afspraken vooraf aan de Kamer sturen, maar dat kan ik niet toezeggen. We zijn nu heel hard bezig met de medeoverheden om tot afspraken te komen. Zodra die er zijn, sturen we die ook naar de Kamer. In dit blok zit ook de vraag van D66 over decentrale overheden die ook bezig zijn om te kijken hoe ze slagvaardiger kunnen werken, en of wij als kabinet hen daarbij kunnen ondersteunen. De Ministeriële Taskforce Slagvaardige Overheid, onder aanvoering van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, werkt aan een fundamentele vereenvoudiging van beleid en regelgeving, aan het realiseren van uitstekende digitale dienstverlening en aan het doorbreken van Haagse muren. Om dit te realiseren, werken we samen met maatschappelijke organisaties, met publieke dienstverleners, met toezichthouders en met de medeoverheden. De medeoverheden zijn hierbij een onmisbare partner, omdat wij hen nodig hebben om als overheid slagvaardig te worden. Een slagvaardige Rijksoverheid kan niet worden gerealiseerd zonder betrokkenheid van de medeoverheden en vice versa. De slagvaardige overheid is daarom een onderdeel van de samenwerkingsagenda met medeoverheden, waar op dit moment aan gewerkt wordt. Door oprecht naar elkaars zorgen en behoeften te luisteren en door te leren van elkaar, kunnen we daar samen stappen in zetten. De komende maanden zullen we concrete afspraken maken over de doorbraken die we samen met hen willen realiseren. Zo werken we aan een slagvaardige overheid en hiermee ondersteunen we de medeoverheden, net zoals zij dat bij ons doen. Dan kom ik bij het iets omvangrijkere tweede blok, dat gaat over balans. Hierin zal ik ingaan op de vragen die gesteld zijn over de verkenning naar aanleiding van de ROB-adviezen. Er zijn vragen gesteld over de onderzoeken naar ov, infra en natuur, over jeugdzorg, over een indexering van de fondsen en, onder anderen door de heer Vermeer, over de financiële positie en balans. Ik zal in dit blok ook wat zeggen over artikel 108, lid 3 van de Gemeentewet, waar zowel de BBB als 50PLUS naar vroegen. Dat zal allemaal in dit blok langskomen.

Versie 1759ca756e28e84d19a0c13e30083312ae1b7f0c794e4815d7bb54c8db2edba7 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.