KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 19 jan 2026 · Tweede Kamer

Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis

Brontekst

Staatssecretaris Pouw-Verweij: Die toezegging doe ik bij dezen ook graag. Zo mag het verwoord worden. Ben ik bereid om met de VNG in gesprek te gaan? Ja. Dat is een toezegging, bij dezen. Een vraag van de heer Flach: hoe monitor ik dat de zorgcontinuïteit niet onder druk komt te staan? Nogmaals, ik vind het erg belangrijk dat budgethouders niet in de problemen komen. Vanuit VWS houd ik dan ook nauw contact met de SVB en de verstrekkers. Dat doe ik de komende twee jaar intensief of, moet ik in alle eerlijkheid zeggen, mijn opvolger doet dat. Samen met de pgb-keten ga ik, voordat de compensatie afloopt, inventariseren hoeveel budgethouders niet uitkomen na het wegvallen van de compensatie. Op dat moment kan er verder en gerichter actie worden ondernomen. Nogmaals, we houden hier nadrukkelijk de vinger aan de pols. Nog een vraag van de heer Flach: wanneer volgt er meer info over de compensatieregeling, over het bedrag en wie eronder vallen? Daar hebben we het eigenlijk al over gehad, over de percentages. Klopt het dat de SVB enkel betaalt voor het actuele budget? Ja, dat doet de SBV. De SVB compenseert het budget met de daadwerkelijke loonkosten van de zorgverlener gedurende twee jaar. In het eerste jaar bestaat deze compensatie uit 100% van de loonkosten en in het tweede jaar bestaat deze compensatie uit 70% van de loonkosten. Het gaat overigens over compensatie bij ziekte. Ik denk dat dit in een verkeerd stapeltje zat; het kwam er ineens tussendoor geschoven. Dit gaat over de systematiek bij het maximumtarief; eigenlijk hebben we al best veel gehad, voorzitter. Waarom is er niet eerder ingegrepen ten aanzien van de Zvw-budgethouders? Ik zei hier al kort wat over. Bij VWS zagen we al dat dit wetsvoorstel kosten voor budgethouders met zich mee zou brengen. Daarom is al bij de voorjaarsbesluitvorming van 2025 vanaf 2026 17,2 miljoen structureel vrijgemaakt voor de verschillende wetten. Het is dus niet zo dat we dit volledig op ons af hebben laten komen. We zagen toen al dat we hier iets mee moesten, dat er compensatie moest komen en dat we hiervoor geld apart moesten zetten. De vraag van mevrouw Patijn was waarom we de Zwv-compensatie niet eerder hebben geregeld. Eerder leek dit om juridische en technische redenen niet mogelijk, wat deels te maken heeft met het feit dat er vanuit de Zvw een privaatrechtelijke overeenkomst is tussen een zorgverzekeraar en een burger. Daarin heeft de Staat eigenlijk geen rol. Alleen al vanuit die verhouding is VWS vrij terughoudend om daarin in te grijpen. Daarnaast was er het puur technische aspect dat we van een deel van de groep niet weten wie het zijn. Dan volgt er bijna altijd rechtsongelijkheid uit, waarbij voor de ene groep wel nieuwe wetgeving ingaat, de wetgeving aangepast wordt en we compensatie leveren en voor een andere groep niet. Dat kan ook niet anders, want we kennen die groep niet. Inherent is er dus wel sprake van ongelijkheid tussen groepen. Daardoor hebben we een tijdlang gezegd dat we niet konden ingrijpen omdat dat a niet paste bij onze rol en b we daarmee nieuwe ongelijkheid zouden creëren. Maar door toenemende signalen van budgethouders zelf en ook van Per Saldo hebben we gezegd dat we dan maar beter kunnen kiezen voor ongelijkheid tussen twee groepen, zodat we dan in ieder geval zo veel mogelijk recht doen aan de groep waar we wel zicht op hebben. Vervolgens gaan we er zo veel mogelijk werk van maken om ervoor te zorgen dat we zo snel mogelijk zicht krijgen op de andere groep, op wie dat zijn. Voor hen laten we de wetgeving en de compensatie verlaat ingaan. Maar daar komt de terughoudendheid uit voort. De heer Neijenhuis vroeg om een reflectie op twee amendementen, ook gericht op de compensatie. Een gaat over het opnemen van een hardheidsclausule in de wet, zodat het maximumtarief van de verzekeraar in schrijnende gevallen kan worden overruled door de minister. Ik snap de zorgen van de heer Neijenhuis heel goed. Samen met mijn ondersteuning heb ik goed gekeken naar het amendement, maar ik zie hierbij een risico in de breedte van de door hem voorgestelde wijzigingen. Zoals we net bespraken, gelden er maximumtarieven voor alle budgethouders en niet alleen voor degenen met een Rdah-overeenkomst. Op basis van de nu bekende cijfers zijn dit ongeveer 15.000 budgethouders, waarvan er ongeveer 450 bekend zijn bij de SVB met een Rdah-overeenkomst. Die 450 zijn niet helemaal representatief, want een deel van deze groep kennen we niet. Maar als we de SVB-cijfers extrapoleren, maakt maximaal 10% van de hele groep van 15.000 budgethouders gebruik van de Rdah. Wanneer ik dan de tarieven voor iedereen verhoog, creëer ik een situatie waarin verzekeraars met veel meer extra kosten dan nodig geconfronteerd worden. Als alternatief voor het amendement van de heer Neijenhuis kan ik me voorstellen dat we de werkwijze van compenseren voor de Rdah zoals we die nu hebben vormgegeven, in wet- of regelgeving verankeren. Op die manier is er ook een grondslag om gericht te compenseren wanneer uit evaluatie blijkt dat twee jaar compenseren onvoldoende is. Die handreiking zou ik graag willen doen, want ik snap de gedachte erachter wel, maar in de huidige vorm reikt het amendement te ver.

Versie cfa399cb14de624b5cf96186a987ab8c1c6a5b58b112d426b2d7b7240830a778 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.